Op naar Paulatem. Vanuit Gent leidt een rustige fietstocht me op een nevelige, druilerige dag langs de Schelde naar dit stille gehucht in de Vlaamse Ardennen. 1) Zo onderga ik het landschap, dat de kunstenares Ilse D’Hollander (Sint Niklaas 18 mei 1968 – Aalst 30 januari 1997) eind vorige eeuw moet hebben beleefd en in de meest pure vorm in verf vertaalde. Door de vaalgrijze luchten sijpelt af en toe de zon door, die het landschap even doet opgloeien. De gehele tocht echoot haar werk door mijn kop. Hoe heeft zij, ondergedompeld in de natuur van de Leiestreek, de schoonheid ervan ondergaan? In 1993 legde D’Hollander hetzelfde ‘traject’ af, toen zij vanuit haar Gentse appartement naar de glooiende ‘countryside’ van Paulatem verhuisde. Het eindpunt, waar zij haar laatste en meest productieve jaren doorbracht.

Ilse D’Hollanders ingetogen werk frappeerde mij al in 2010, toen ik het in de tentoonstelling Biënnale van de Schilderkunst: Het sublieme voorbij zag, in museum Dhondt-Dhaenens in Deurle. Destijds een voor mij onbekende kunstenares met een introspectieve beleving van schilderkunst. Gewonnen voor haar beeldend werk wilde ik me erin verdiepen en er iets over naar buiten brengen. Thuisgekomen wachtten andere besognes. Haar werk maakte wederom onderhuidse spanning voelbaar, toen ik het de afgelopen zomer aanschouwde in de Gentse Zebrastraat. Nu wel tijd voor een kort bericht over deze opmerkelijke kunstenares die pas jaren na haar abrupte einde internationaal erkenning kreeg, maar bij mijn weten nooit solo in ons land figureerde.

Zonder titel, 28×13 cm (collectie St. Liedts-Meesen)
Schrijver dezes toegevoegd!


Een passage die stemt tot overdenking
“Een schilderij ontstaat uit het samenvallen van gedachten en het schilderen zelf. Met gedachten wordt hier bedoeld dat ik als schilder niet als een neutraal wezen voor mijn doek sta, maar als handelend wezen dat zijn zijn investeert in het schilderen. In mijn actie op het doek is mijn wezen aanwezig”.

Het is een zeldzame tekst die Ilse D’Hollander over haar werk naar buiten bracht, terughoudend als ze was in explicaties erover. Een passage die stemt tot overdenking. Men ziet de kunstenares voor het doek staan en handelen, het aanbrengen van de olieverf, het schilderij als vertaling van haar zien. Handelingen genoeg in een rijk en complex oeuvre, vol paradoxen, vaak ongrijpbaar van betekenis. Enerzijds krachtig en vastberaden vanwege het evenwicht en de lichtheid van kleurvlakken en vormen, stoere lijnen en energieke verfstroken, anderzijds toont het een kwetsbaarheid met zoekende, tegendraadse lijnen, twijfelende kleuren en vibrerende vormen. Veel werk lijkt rusteloos in een roes te zijn geschilderd, niets abstracter dan haar eigen werkelijkheid. Wat een actie ondernam Ilse D’Hollander, die een indrukwekkende verzameling kunstwerken naliet, naar verluidt zo’n vijfhonderd schilderijen en vijftienhonderd werken op papier. Een stille schilderes, die tijdens haar leven nooit ‘in de spot van de actualiteit’ stond.

Het begin

Zelfportret, 1988

Geboren en getogen in Oost-Vlaanderen wijdde Ilse D’Hollander van jongs af haar leven aan de schilderkunst. Begonnen in een periode dat nieuwe media als fotografie, film, video en installatiekunst de schilderkunst leken te gaan overschaduwen. Studeren, schilderkunst, deed ze in Antwerpen aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (1988) waarna ze haar opleiding in Gent aan Sint-Lucas, het Hoger Instituut voor Beeldende Kunsten, volbracht (1989-1992). Aanvankelijk schilderde zij figuratief, vanuit observaties van de werkelijkheid, waarin haar de invloed van Paul Cézanne wordt toebedeeld, van wie ze wellicht de vertaling van werkelijkheid in geometrie erfde. 2) Haar vroege werken, begin jaren negentig, zijn relatief realistisch geschilderde stillevens. Ook vervaardigde ze (zelf)portretten en een reeks portretten van matrozen. Een van die zeldzame figuratieve werken is De drie (Russische) matrozen van de Aurora. 3)

Russische matrozen van de Aurora Olieve

In een zoektocht naar het schilderproces evolueerde haar stijl in de loop van de jaren negentig van figuratie naar abstract. Veel figuratie schuilt er niet in D’Hollanders intieme, meestal ongedateerde werken zonder titel op doek en hardboard, en gouaches van kleine afmetingen. Indrukken van plekken refereren veelal aan het bosrijke en golvende Vlaamse landschap, een leitmotiv in haar werk, waarin kleur, gelaagdheid en tastbaarheid centraal staan in een samenscholing van vlakken en strepen. Hier en daar gedomineerd door visuele beeldelementen zoals prikkeldraad, een paal of omheining dan wel een meanderende (water)weg. Aan interpretaties geen gebrek. Nauwelijks herkenbare landschappen die zich in haar hoofd gegrift moeten hebben. Ook indrukken van haar leef- en woonomgeving, het sobere onderkomen in Paulatem. Hoe geabstraheerd zijn kamers, muren en het schaarse meubilair verbeeld, waarin de realiteit voelbaar is.


D’Hollanders schilderijen kenmerken zich bovenal door horizontale en verticale stroken met strakke en vloeiende lijnen, in verschillende kleuren naast en boven elkaar, borsteltoetsen en vingervegen, met verflagen en -kleuren die diep door het oppervlak glanzen. Ze stralen een bovenzinnelijke wereld uit. De evolutie in haar werk kenmerkt zich in het creëren van ruimte, kleur en licht in rechtlijnige, nauwelijks begrensde verfvlakken met onscherpe contouren. Ook toen het abstracte werk de hoofdmoot werd, greep ze terug naar objecten uit het landschap. Geometrische vormen, die door een wisselwerking van rechte kanalen, keurige akkers of rechtopstaande, verspreide bomen door haar oeuvre spoelen. Aldus beweegt het werk zich op de grens van figuratie en abstractie, schilderen tussen het concrete en het abstracte, in een voortdurende dialoog. In een catalogus van D’Hollanders werk reflecteert de kunsthistoricus David Anfam op historische resonanties van de landschappen van de Hollandse schilders in de zeventiende eeuw met het wonder van zijn vaalgrijze en nevelige luchten. Ook Mondriaans geometrische balken en lijnen en de kleurvlakken van Rothko komen erin aan bod. 4)

Fundamenteel is het schilderen zelf
Over het schilderen bracht Ilse D’Hollander in 1991 het volgende statement te berde:

“Een geschilderd vlak boven op een geschilderd vlak geeft een overschilderd vlak. Dat vlak, naarmate er meer en meer overschilderingen hebben plaatsgevonden, suggereert soms een silhouet of een gestalte; soms meer expliciet gemaakt door een omtreklijn. Door het suggestieve karakter ontstaat een verschuiving tussen lijn en vlak. Door de speling die ontstaat tussen de vlakken en de lijnen kan een figuur leesbaar gemaakt worden. Ik hou ervan om zo een figuur te benoemen als personage, een personage dat zijn eigen geschilderde bestaansrede vertolkt. Het personage deelt iets mee over het schilderij, het geschilderde over het personage. Fundamenteel blijft immer het schilderen zelf; met inachtname van de persoon die schildert. Fundamenteel blijft des te immer de kijker die zijn ogen richt op mijn schilderijen”. Welnu, die kijker kan haast niet anders, dan zich focussen op de verf, lijn en kleur, laag en huid. Weinig meer houvast biedt haar werk niet.

Veel schilderingen zijn licht asymmetrisch opgebouwd. De figuratieve elementen of herkenbare aanknopingspunten kunnen onmerkbaar overgaan in een innerlijke wereld, juist het subtiele spanningsveld dat men ondergaat tussen bijvoorbeeld geometrische en organische lijnen of tussen trillend bewerkte kleurvelden, die het werk opmerkelijke diepten bezorgen. Een blauwe strook: lucht? Groene en bruine vlakken: weilanden, akkers, een vloer? Zeg het maar. Spanningsvelden manifesteren zich in dat constant overschilderen, zoals blauw overgeschilderd met groen zichtbaar kan blijven maar evenzeer ‘monddood’ gemaakt kan worden. Dan wel oranje met groen overgeschilderd om zo een andere gloed van het oranje terug te brengen, et cetera. Ook meer bezonken kleuren, grijzige en zachte ‘poëtische’ pasteltinten zijn toegepast. Breken kleuren door de bovenliggende verflaag heen of verdringen ze andere, dan kunnen ze voor een verfijnd kleurenspel en een sprankelende levendigheid zorgen. Lichtinval bepaalt de kleur. Het overschilderen van kleurvlakken, onnauwkeurig in een beweeglijke toets of met een intuïtief beredeneerde precisie, was echt haar ‘ding’.


Visuele prikkels
Nieuwe verfstreken slaan terug in het gezicht van de kunstenaar en dwongen haar telkens opnieuw een positie te bepalen ten opzichte van de wetmatigheden van de compositie. Plotse prikkels, een ongewone speling van het licht op het water, een oprijzende schaduw van een gebouw of een zonnestraal die door de bewolkte hemel priemt, kunnen zomaar de structuur van een werk plots wijzigen. Het moet lang sleutelen geweest zijn aan schilderingen, ook die snel en in een opwelling tot stand zijn gekomen. Ilse D’Hollander had een obsessieve aandacht voor visuele prikkels in haar omgeving, die in haar werk een eigen beeldend leven gingen leiden. Kunsthistorica Isolde Vanhee verhaalt in een tentoonstellingstekst over D’Hollander over een Zwalmse boer uit de buurt, die vragen stelde bij haar ongewone aandacht voor een pas gekalkte muur. De met gekleurde kalksteen bewerkte bakstenen veranderden onder de warme zon en de gutsende regenbuien telkens ietsje van kleur en textuur. Deze ‘levende’ muur fascineerde haar schijnbaar mateloos. De oprecht verbaasde boer en ook andere mensen in haar omgeving ervoeren zo’n bijzondere aandacht als vreemd en excentriek. 5)  Blijkbaar ging ze voortdurend op zoek naar dit soort ‘fragiele’ impulsen in haar nabije omgeving. Indrukken en beelden die ze op lange wandelingen, fiets- en zwerftochten opslorpte, boden haar het materiaal, dat de veelzijdigheid van haar beeldtaal geloofwaardig maakt.


The Estate of Ilse D’Hollander
Het nagelaten werk van Ilse D’Hollander wordt beheerd in de gelijknamige Estate, in 2001 opgericht door Ric Urmel, internationaal gerenommeerde platenbaas en voormalig galeriehouder in Gent. 6) Rond de eeuwwisseling toonden veilinghuizen en galeries een toenemende interesse voor nalatenschappen van kunstenaars en verzamelaars, die de jongste jaren in een ware wedloop tussen de bemiddelende kunstbedrijven is ontaard. Eind jaren tachtig was Urmel in de ban geraakt van de grote, strak opgebouwde schilderijen van Marc Maet (1955-2000). Het leidde in 1991 tot een lang gekoesterde wens voor een expositieplek in Gent: Ric Urmel Gallery. Zijn debuut als tentoonstellingsmaker wijdde hij vanzelfsprekend aan Marc Maet, destijds een rijzende ster, die in zijn kunst de mogelijkheden van de schilderkunst verkende. Van abstracte vormen evolueerde zijn werk tot monochromen en figuratie. Het schilderwerk van Ilse D’Hollander leerde Urmel in 1993 kennen via haar partner, componist en platenproducent Patrick De Clerck (1958). Een jaar later haalde Urmel Ilse D’Hollander over voor een groepstentoonstelling in zijn galerie, met onder anderen Berlinde De Bruyckere (1964) en Leo Copers (1947). De schuchtere en introverte D’Hollander hing slechts drie werken op, elk op één wand. Na Ilses verscheiden bracht Urmel haar verzameling in The Estate of Ilse D’Hollander onder, om zich vervolgens aan zijn ‘roeping’ te wijden: haar nauwelijks bekende werk op de kaart zetten. Een ruime selectie is vastgelegd in twee bijzondere, vuistdikke publicaties, waarin Ilse D’Hollanders zoektocht naar een balans tussen het wezen van de kunstenaar en de concrete werkelijkheid voor het oog waarneembaar is.


Postuum: internationaal op de kaart
De presentatie van D’Hollanders werk op Art Basel in 2015 door Konrad Fischer Galerie, naast dat van grootheden als Hanne Darboven, Giuseppe Penone en Thomas Ruff trok internationaal aandacht.“Hit by her work like with a hammer’” zoals galeriehouder Sean Kelly zich erover uitliet. 7) Des te intrigerender dat Ilse D’Hollander in haar kunstenaarsbestaan slechts één solotentoonstelling had: in 1996 in een caféachtige setting in Galerie In Den Bouw in Kalken, een podium voor jonge Vlaamse kunstenaars. 8) Pas postuum kwam haar werk in de belangstelling te staan met solo- en groepstentoonstellingen in Europa en de Verenigde Staten. Met name in gerenommeerde galeries als Sean Kelly Gallery in New York en Los Angeles, Victoria Miro in Londen en de Antwerpse Gallery Sofie Van De Velde die in samenwerking met The Estate of Ilse D’Hollander haar nalatenschap beheren. Zij ontdekten de kwaliteit van haar werk en de commerciële mogelijkheden ervan. “Death means a lot of money, honey”, zei Andy Warhol al. Met de inspanningen van de Estate en de hier genoemde galeries, zijn D’Hollanders werk en persoon stilaan wereldwijd op de kaart gezet en heeft haar nalatenschap in belangrijke collecties van internationale verzamelaars onderdak gevonden. In menige recensie is haar werk ‘de hemel in geprezen’, daar waar het in groepstentoonstellingen dikwijls onder de paraplu van de abstracte schilderkunst is getoond. Zoals bij Sofie Van De Velde, waar ze samen onder anderen met Svenja Deininger en Charlotte Posenenske exposeerde.

Hoe heeft Ilse tegen de ‘kunstmarkt’ aangekeken? Zelf was ze bescheiden en schilderde ze bevlogen voor zichzelf. Vanwege haar manisch-depressieve geest had ze weinig binding met de kunst- en buitenwereld. Maar zou zij het ‘postume’ succes van haar werk aangevoeld kunnen hebben?

Mist, 1996, 53×47 cm

Geestverwanten
Zielsverwantschap was er met het werk van de Franse kunstenaar Nicolas de Staël (1914-1955). In D’Hollanders eerste grotere formaat gouaches, geabstraheerde landschappen waarin groenen en roden domineren, is zijn invloed leesbaar. Nicolas de Staël legde een groot gevoel voor kleur en compositie aan de dag en bracht veel licht in zijn werk. Hij legde de tegenovergestelde weg van D’Hollander af, door na een abstracte periode zijn inspiratie in de herkenbare werkelijkheid te vinden om die vervolgens in een (grotendeels) abstracte vorm op het doek te brengen. Zo probeerde hij tussen abstractie en figuratie een synthese tot stand te brengen. Hij onderhield een pure en passionele relatie met het schilderen. Net als Ilse D’Hollander later zou doen stapte hij op betrekkelijk jonge leeftijd uit het leven.


In Raoul De Keyser (1930-2012) vond Ilse een geestverwant, haar werk ademt zijn geest. Ze waren géén generatiegenoten maar konden het, naar het schijnt, goed met elkaar vinden. De Keyser woonde en werkte in Deinze, op steenworpafstand van de Zwalmstreek, waar D’Hollander verbleef. Natuurervaring is in beider werk het belangrijkste thema. Met zijn verfopbreng wist Raoul De Keyser zinnelijkheid in zijn werk subtiel te vermommen. In dat verband hint journalist Eric Bracke in De Morgen op de sensualiteit van D’Hollanders kleurvlakken. 9) De Staël en De Keyser leefden in verf, beiden ‘a painter’s painter’, verknocht aan het strijken van lagen verf op doek of papier, hypergevoelig voor ritme, compositie en kleur. 10)

Ilse D’Hollander was in de aanvang van haar kunstenaarschap een onbekende in de Vlaamse schilderkunst. In het overzichtelijke en uiterst gedetailleerde boekwerk Kunst in België na 1975 uit 2001 tref je haar niet aan. Wel Raoul De Keyser, een van de meest gerenommeerde Belgische kunstenaars en in 1992 ook present op de Documenta IX van curator Jan Hoet.

In het hoofd van Ilse D’Hollander
Was Ilse D’Hollander psychisch in de war dan kroop zij in haar schulp, in de hoop met uitputtend schilderen de rust, orde en beheersing te vinden die ze niet in haar hoofd had. Zo moest ze blijkbaar haar demonen bezweren. Het blijft gissen. Op haar atelier lagen stapels (on)betekend tekenpapier. ’s-Nachts, tijdens het tekenen in slaap gedommeld, kon ze wakker schrikken als een stapeltje al betekend papier van haar schoot af gleed en op de vloer terechtkwam. Ilse kon bij wijze van spreken op een avond tientallen tekeningen maken. Of ze placht dwangmatig figuratieve Morandi’s na te schilderen, enkel en alleen om de voor het abstract schilderen benodigde soepelheid in haar pols te krijgen.

De rusteloosheid in haar werk weerspiegelt zich in de borstelstreken die verschillende richtingen kunnen uitwaaieren, hetgeen haar werk in beweging zet en het vrij en levendig maakt. Ontbrak het haar onverwacht aan inspiratie, dan kon ze ‘verweesd’ achterblijven. Dat greep haar zo bij de strot dat ze ‘uitputtende’ lange wandelingen ging maken of in de tuin werken. 11) Tot het moment dat ze weer een lijn op het doek kon zetten, wat resulteerde in een nieuw zoekproces naar het ultieme schilderij. Het schilderen was een ‘sine qua non’, om te ontsnappen aan de impasses van haar ziektebeeld die het schilderen onmogelijk maakten. Dit alles betogen kunsthistorici en recensenten die zich over haar werk hebben gebogen. Aan mij kleeft de vraag welke twijfels D’Hollander had bij het waarderen van haar werk en welke maatstaven ze hanteerde, met name in die laatste drie maniakaal absurd productieve jaren toen ze in Paulatem werkte. Haar obsessieve, noeste arbeid daar leidde tot het consistente oeuvre, dat niet is los te zien van haar persoonlijkheid. De zoektocht naar de sublieme beleving van de schilderkunst moet veel momenten van wanhoop hebben gekend. Ongetwijfeld ook tijdens de reizen naar Italië, die ze samen met haar partner maakte. Volgens Isolde Vanhee raakte ze daar in de ban van de grote meesters uit de Renaissance. Zo was ze niet weg te slaan uit de Scrovegni-kapel in Padua, waar ze urenlang in opperste bewondering voor de ongrijpbare schoonheid van Giotto’s tijdloze frescoschilderingen kon staan. 12) Ilses ‘zoektocht’ was een exclusieve zoektocht, waarin zij zich goed informeerde over andere kunstvormen als muziek en filosofie. Die moesten aan haar eigen ontwikkeling bijdragen. Zo bezocht ze alleen tentoonstellingen van kunstenaars die voor haar ‘belangrijk’ waren, en had zij ‘weinig nood en tijd’ voor veel sociale contacten. Haar missie was duidelijk: steeds beter worden. Privé wordt ze geduid als een beminnelijke, zachtaardige en ietwat verlegen jonge vrouw.


Muziek
In zijn essay ‘Ilse D’Hollander. Een schildersbestaan’ vermeldt Tanguy Eeckhout dat muziek een belangrijke impact had op het ontstaansproces van Ilse D’Hollanders werk. Haar toenmalige levenspartner Patrick De Clerck (1958) is componist van hedendaagse klassieke muziek. Ongetwijfeld voedde ook gezelschappen uit de muziekwereld haar artistieke wereld, zoals het strijkkwartet Quator Danel. Ze kon geroerd raken door het werk van componisten van de groep van de Tweede Weense School rond Arnold Schönberg, Alban Berg en Anton Webern of van de muziek van postmoderne klassieke componisten als Valentin Silvestrov, John Cage of Steve Reich. 13) Maar weergalmt, naast de beleving van natuur en landschap, ook muziek in haar werk? Ook hier blijft het gissen. Mijn persoonlijk sentiment daarbij zit ’m bij popsterren die evenals Ilse D’Hollander het leven vroegtijdig voor gezien hielden: Janis Joplin, Jimi Hendrix, Jim Morrison of Kurt Cobain. Op leeftijden waarop carrières in de knop werden afgebroken en jeugdigheid in aanloop naar volwassenheid verbleekte. Volwassenheid die niet kwam, omdat de druk om te presteren te groot werd. Een kantelmoment in het leven van jonge artiesten. Wellicht vlieg ik hier uit de bocht, maar toch.


Nederland
Voor zover mij bekend is het werk van Ilse D’Hollander niet of nauwelijks in Nederland in het openbaar te zien geweest. In collecties van musea als het Stedelijk Van Abbe of De Pont had het zeker niet misstaan. De Pont beschikt wel over werken van Raoul De Keyser, die zijn verzameld toen hij nog leefde. Het meer ‘vrije’ werk van D’Hollander zou die collectie mieters kunnen aanvullen. Helaas, museum De Pont mag uitsluitend werk van levende kunstenaars verwerven. Alleen al D’Hollanders naam had musea in ons land op het spoor kunnen brengen van haar fragiele werk, toch zo authentiek in de Vlaamse schilderkunst. Enkele particuliere verzamelaars in Nederland is het wel gelukt, zoals blijkt uit de hier afgebeelde werken.


A Harmony Parallel to Nature
D’Hollanders kunst overziend zal het de beschouwer inspanning kosten om grip op haar werk te krijgen. Zo is het mij in ieder geval vergaan, ook na het bestuderen van ontelbare afbeeldingen. Interviews met de kunstenares ontbreken. Voor het vergaren van cruciale informatie heb ik de essays van diverse kunsthistorici moeten raadplegen, die overigens pas na haar ‘ontdekking’ zijn gepubliceerd. Ook de auteurs hebben in hun teksten, waarvan ik ruimschoots gebruik heb gemaakt, moeten wikken en wegen over Ilses worsteling in de kunst, zo blijkt. Zie de onderstaande literatuurlijst.

Dit bericht, ruim 25 jaar na haar overlijden, is mijn bescheiden hommage aan het leven en werk van een bijzondere kunstenares. Ik bedenk me maar dat Ilse D’Hollander de twijfels die ze over haar kunnen had, toch vóór heeft kunnen blijven. Graag had ik vonkjes in haar hoofd, de stand van haar sterren willen zien, of een blik in haar ogen opvangen om iets van haar inzichten in haar kunst te kunnen waarnemen.

Tentoonstelling bij Gallery Sean Kelly Los Angeles, november 2023
Idem met de vierdelige serie To Goethe  

Recent toonde Sean Kelly Gallery in Los Angeles Ilse D’Hollanders solo A Harmony Parallel to Nature, een volgende fase op haar pad naar wereldwijde erkenning. Met zo’n vijftig schilderijen en werken op papier bood die een omvattende en brede kijk op haar kunstenaarschap tussen 1989 en 1997, waaronder de series To Goethe 14) (vier schilderijen) en Cahier (zeven schilderijen). Het hieronder afgebeelde overschilderde grijs-wit schilderij met de rode verticale balk uit Cahier ‘sierde’ haar doodsprentje, dat meer haar kracht dan een tragisch einde lijkt te weerspiegelen.

Nr. 7 uit de serie Cahier, 1994, 55×45 cm

Noten

  1. Paulatem maakt deel uit van de Belgische gemeente Zwalm in Oost-Vlaanderen
  2.  Zie: Tanguy Eeckhout, ‘Ilse D’Hollander. Een schildersbestaan’. In: Untitled, p. 87 e.v.
  3. Dit werk was voor het laatst te zien in de expositie ‘De Zee.Salut d’Honneur Jan Hoet’, in 2014/15 in CC De Grote Post in Oostende. De Zee was een thematische tentoonstelling van curator Hans Martens, de vroegere rechterhand van Hoet. Hoet overleed begin 2014, waardoor de expositie een eerbetoon aan hem werd. ‘De Zee’ omvatte een indrukwekkende lijst van deelnemende kunstenaars als Marcel Broodthaers, René Daniëls, Anselm Kiefer en Gerhard Richter.
  4. Zie: David Anfam, ‘Silent Songs’. In: Ilse D’Hollander.
  5. Zie: Isolde Vanhee. ‘Het opdrogen van een pas gekalkte muur’. In: Stille schilders, p. 31 e.v.
  6. Ric Urmel had in 1993 al het bekende muzieklabel Megadisc Classics MCD opgezet, toen bleek dat het werk van zijn ‘idool’, de Belgische componist Karel Goeyvaerts niet werd uitgegeven.
  7. Janine Cirincione, partner in Sean Kelly Gallery New York, was al vertrouwd met het werk van D’Hollander. Op Art Basel 2015 waar ook Sean Kelly een stand had, ‘sleurde’ zij haar ‘chief’ Sean mee naar de stand van Konrad Fischer. Bij het zien van al dat moois was Sean Kelly overtuigd en kon zijn partner full speed met het werk van D’Hollander aan de slag.
  8. Galerie In Den Bouw was tot 2020 een befaamd estaminet, ‘een ontmoetingsplaats van kunstenaars, schrijvers, toogfilosofen, muzikanten en andere langskomers’.
  9. Zie: Eric Bracke, ‘De subtiele sensualiteit van Ilse D’Hollander’. In: De Morgen, 7 januari 2015.
  10. Zie: Annelies Vanbelle, Abstracte kunst als breinmassage. Over het werk van Ilse D’Hollander. Blog, 2019.
  11. Ric Urmel maakt gewag van wandelingen die hij ’heuvel op, heuvel af’ met Ilse D’Hollander maakte, zij onverminderd druk aan het woord, hij na afloop ‘afgepeigerd’. Gedichten van Peter Handke en Goethes kleurenanalyse, waarvan ze vier schilderijen maakte, konden dan weldadige gespreksonderwerpen zijn.
  12. Zie ook: Isolde Vanhee, ‘Het opdrogen van een pas gekalkte muur’. In: Stille schilders, p. 31 e.v.
  13. Veel hoezen van door Megadisc Classics uitgebrachte platen en cd’s coveren (details van) schilderijen van Ilse D’Hollander.
  14. Zie ook voetnoot 11.

Fotografie: Courtesy Sean Kelly Los Angeles & New York, Ric Urmel, Marion de Bruin, Michiel Morel, Niels Post e.a.

Voor zover bekend zijn titels en afmetingen vermeld. Werken waarvan de verblijfplaats niet is vermeld bevinden zich in beheer van The Estate of Ilse D’Hollander.

Bronnen en geraadpleegde literatuur

  • Florent Bex e.a., Kunst in België na 1975. Antwerpen: Mercatorfonds, 2001.
  • Isolde Vanhee, ‘Het opdrogen van een pas gekalkte muur’. In:Caermersklooster Provincial Culture Center, Stille schilders. Mario De Brabandere, Ilse D’Hollander, Ignace de Vos, Alex Michels, Maryam Najd. Gent: Provinciebestuur Oost-Vlaanderen Dienst 91 Kunst en Cultuur, 2003.
  • Jan Boudewijns, Biënnale van de Schilderkunst: Het sublieme voorbij. Bezoekersgids. Deurle: Museum Dhondt-Dhaenens, 2009.
  • Ilse D’Hollander. A Bout de Souffle. Antwerpen: Galerie Geukens & De Vil, 2010.
  • Tanguy Eeckhout, ‘Ilse D’Hollander. Een schildersbestaan’. In: Eva Wittocx e.a.,Ilse D’Hollander. Untitled. Z.pl: The Estate of Ilse D’Hollander; Veurne: Hannibal Books, 2013, p. 87.
  • Helena De Preester, ‘Investeren in de daad van het schilderen. Ilse D’Hollander en de vraag van het schilderen’. In: Eva Wittocx e.a., Ilse D’Hollander. Untitled. Z.pl: The Estate of Ilse D’Hollander ; Veurne: Hannibal Books, 2013,p. 109.
  • Eric Rinckhout, Julian Heynen, Ilse D’Hollander. Works on paper. Z.pl.: The Estate Ilse D’Hollander ; Veurne: Hannibal Publishing, 2014 .
  • Eric Bracke, ‘De subtiele sensualiteit van Ilse D’Hollander’. In: De Morgen,7 januari 2015.
  • Ilse D’Hollander. Clermont-Ferrand: FRAC Auvergne, 2016.
  • Annelies A.A. Vanbelle. ‘Abstracte kunst als breinmassage. Over het werk van Ilse D’Hollander’. Blog. Gepubliceerd op 27 maart 2019: https://www.aaavanbelle.be/post/abstracte-kunst-als-treinmassage-over-het-werk-van-ilse-d-hollander.
  • David Anfam, ‘Silent Songs’. In: Ilse D’Hollander. Mayfair (UK): Victoria Miro Gallery, 2019.
  • https://www.victoria-miro.com/video/48/ met tekst van Ilse D’Hollander en beelden van het Zwalmse platteland
  • https://www.artsy.net/show/konrad-fischer-galerie-konrad-fischer-galerie-at-art-basel-2015
  • Gesprek met Ric Urmel, 25 augustus 2023 in Gent.
  • Met dank aan Galerie Sofie Van de Velde in Antwerpen

1 reactie

  1. Mooie emotionele reportage en weergave van een mooie talentvolle kunstenares! In haar kunst kan je heel haar warme en eerlijke persoonlijkheid terugvinden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *