Michiel Morel

In het hoofd van…

Piet Dieleman en de slag om licht

| 7 Comments

Share

1
Atelier op 27 juli 2013 

In een van zijn schetsboeken uit 2010 noteerde de kunstenaar: ‘…zo werk ik… in mijn atelier, schilderijen, projecten, academie, in opdrachten… de schilderijen… monochromie… cirkels… plat en zonder perspectief… de dynamische ruimte… het schilderij maken door wegnemen… het er niet laten zijn… een dynamiek genererend… de subjectiviteit van plaatsbepaling… een herhalend karakter… een systeem voor nieuwe beelden… creëren door weg te nemen… creëren door toevoegen… vertaling als middel… de kleuren als ordening… geschilderd… violet… geel… oranje… blauw… groen… rood… de raakvlakken van de kleuren… het (afwezige) licht… duister… maanlicht… een nieuw beeld… licht toont ons de kleuren… de grens van het waarnemen… geen licht… geen vorm… geen (visuele) waarneming… een interpretatie van de waarneming… de fotografie als cartograaf in dit schemergebied… de vertaling van kleur naar grijswaarden is een transitie… zwart wit beelden als autonomie… toevoegen’.

Valt er nog iets toe te voegen aan deze aantekeningen van Piet Dieleman (1956), die de essentie van zijn werk weergeven? Met enkele spaarzame aanvullingen zou ik kunnen volstaan, ware het niet dat hij momenteel bij het Haagse Heden een belangrijke tentoonstelling heeft, en dat vraagt om een uitgebreidere beschouwing. Dielemans eigen aantekeningen gebruik ik om een portret te schetsen van deze bijzondere kunstenaar.

6. Landschap, 1982  (1982.2005)
Landschap, 1982 

Walcheren is in cultureel opzicht het bruisende deel van Zeeland. Weliswaar is in de verre omtrek geen kunstopleiding te bekennen, de beste kunstenaars zitten er: Marinus Boezem, Guido Lippens, Jan van Munster, Janpeter Muilwijk en Piet Dieleman zelf. En het heeft met De Vleeshal, het IK-eiland en het Zeeuws Museum boeiende expositieplekken. Vanuit Breda ging ons gezin er in de jaren vijftig menigmaal op vakantie. Met de trein tot Middelburg, vervolgens met de bus naar Domburg, waar we in een verbouwde boerenschuur naast een hoefsmid bivakkeerden. Wat kon dat stugge, platte, wijdse Zeeuwse landschap je al op jonge leeftijd imponeren, misschien nog meer dan de brede, blanke stranden. Jaren later kwamen daar licht en wind bij, vooral tegenwind, op de smalle wegen ingekaderd door struiken of ranke populieren. En beelden van de toren van Westkapelle, geschilderd door Piet Mondriaan of op de achtergrond in een van de ‘valwerken’ van Bas Jan Ader, verschenen op het netvlies. Dat deel van Zeeland zit Piet Dieleman in de genen. De omgeving, het landschap, heeft stellig grote invloed op zijn werk gehad, maar de veronderstelling dat Dieleman Zeeuwse onderwerpen tot thema in zijn werk heeft gemaakt, is clichématig. Steeds op verschillende manieren is hij het landschap gaan gebruiken. Strikt genomen benut hij zijn omgeving voor hetgeen hem altijd boeit: licht en ruimte. Steevast gaat het in zijn werk om de verbeelding van een soort spanning die een kleur, een ruimte of perspectief kan hebben. Dit min of meer klassieke uitgangspunt heeft tot een rijkdom aan vormen en een rijk geschakeerd oeuvre geleid.

2. Atelier Arnemuiden, 1981 - kopie 3. Zonder titel, 1979  (1972.2.4.1.001) - kopie
Atelier Arnemuiden, 1981 (l)
Zonder titel, 1979 

De boerenzoon Piet Dieleman, geboren en getogen in Arnemuiden, heeft met kleine onderbrekingen altijd op Walcheren gewoond en gewerkt. Zijn huidige behuizing is een voormalig weeshuis in Middelburg, op steenworp afstand van zijn geboorteplaats. Een fier, monumentaal gebouw, dat hij in 1990 betrok, vakbroeder Marinus Boezem als buurman. Piet Dieleman houdt van groot en stoer. Zijn eerste atelier was al een kloeke, norse en duistere schuur op het boerenbedrijf van zijn ouders. Schilderijen op forse formaten maakt hij al vanaf het begin van zijn kunstzinnige carrière. Toevallig of niet, kunstenaar Krijn Giezen hielp hem daarbij op weg. Zijn eerste leermeester huurde tegenover de boerderij van zijn vader een boerenschuur om er een groot wandkleed te maken. De jonge Piet werkte een zomer lang voor hem, hetgeen aan voorgevoelens appelleerde dat de horizon groter was dan hij op dat moment kon zien. Het bleek de opmaat voor een studie aan de MTS voor Fotografie en Fototechniek in Den Haag. In de eerste weken van zijn verblijf in de Residentie zag hij Walcheren al ‘op een wijze die nieuw, vertrouwd en helder was’. Den Haag werd het doorgangshuis voor Rotterdam, waar hij op de Academie kon komen.

Schilderen

tekst anne tilroe Untitled-2
Landschap met menselijke figuur, 1981 (l)
Figuur in landschap, 1982 (deel van een drieluik)

Als reactie op het figuratieve werk van zijn medestudenten werkte hij in de havenstad vooral abstract. Geabstraheerde dichte landschappen, vanuit de lucht gezien meer kleurstroken die landschappen suggereerden of nevels met herkenbare penseelstreken en systematisch aangebrachte kleuren. Het werken op de Academie was veelal gericht op schriftuur en actie. Piet Dieleman maakte deel uit van een collectief kunstenaars, dat anti-kunst maakte. Voor hem moest het werk echter de politiek kunnen overstijgen. Dat bleef wringen. Uiteindelijk stelde hij een daad door zonder diploma terug te keren naar de plek waar zijn roots lagen, waar hij trouwens ook de ruimte kreeg om werk op groot formaat te blijven maken. Terug in Arnemuiden in 1981, waar de betrekkelijk veilige omgeving van de Academie wegviel, volgde een proces waarin hij op zoek moest naar een structuur. In die periode ontstonden series portretten en naakten, vol dramatiek en zeker beïnvloed door grote kunstenaars als Baselitz, Clemente en Kiefer. Iedere zichzelf respecterende kunstenaar zou zich volgens Dieleman moeten meten aan de groten van de schilderkunst, en daaruit een eigen positie destilleren. Eigenlijk maakte hij toen wat hij ‘zag en voelde’. Geleidelijk ontstonden concretere vormen van landschappen, geïnspireerd op zijn directe omgeving, expressief geschilderd. Een enkele figuur in het landschap kon het hoofdmotief vormen, maar verder was er geen menselijke aanwezigheid te bespeuren. Nachtelijk zwart, donkerbruin en diepblauw overheersten op de monumentale landschappen, die nauwelijks meer als landschap herkenbaar waren.

7. Interieur, aquarel, tekening, 1984 (1984.1.001) 8. Interieur atelier op polaroid, 1985  (1985.4.1.012)
Interieur, aquarel, tekening, 1984 (l)
Interieur atelier vastgelegd op polaroid, 1985  

De vormen die in zijn schilderijen en tekeningen verschenen, zijn afgeleid van het interieur van het grote atelier, geabstraheerde vensters of plafonds waarin de kunstenaar zich vooral op de lichtinval concentreerde. Door vensters, deuropeningen en kieren van zijn atelier als helle vlakken van licht te gebruiken, kon hij de ruimte in het werk op authentieke wijze laten spreken, als een spel van licht en donker. Eigenlijk ging het om gebrek aan licht. Vorm en kleur waren nog wel te zien, maar het was vooral licht dat zich door kieren en vensters naar binnen perste. ‘Schilderijen geven zelf licht, niet uitbundig stralend, maar gloeiend; het is duister licht dat op kleine plekken valt’, aldus Piet Dieleman over zijn zoektocht naar (geometrische) vormen, die de hardheid van het licht konden expliciteren en waar in de raamconstructies kleuren hun plaats vonden. Vierkanten, cirkels, hier en daar driehoeken delen het beeld van de verschillende werken in. Aanvankelijk verdeelde hij het raam met grote teerachtige lijnen in vieren en liet door een gedeelte een bundel licht stromen. In dit platte frame, dat tevens deel van het beeld is, plaatste hij beelden, die de suggestie van diepte en ruimte wekten. Later gaf hij de omlijsting diepte en ging de ruimte achter het vierkant meedoen. En kleur kreeg een rol. Het vierkant werd aldus een soort veelkleurige, in vieren verdeelde kast met een verwarrend perspectief. Dat maakte het heldere beeld ongrijpbaar, in de traditie van de rechtlijnige Mondriaan en diens voorliefde voor heldere monochrome kleuren. Het was een belangrijke wending in Dielemans werk, waarvan hij vond dat het nooit verhalend of anekdotisch mocht zijn. Alleen de kunstenaar mocht bepalen hoe hij het beeld wilde invullen, zonder dat daar een dictaat aan ten grondslag lag: l’art pour l’art. Zware, donkere houten lijsten bakenden de ruimte van de formele schilderingen af ten opzichte van de ruimte eromheen. Allengs zouden ze slanker worden, om uiteindelijk uit het beeld te verdwijnen.

Untitled-6 10. Ruimtelijke structuur, aquarel, 1987  (1987.1.008)
Interieur, 1987  (l)
Ruimtelijke structuur, aquarel, 1987  

Door verandering van perspectief, het wel of niet doortrekken van verbindingslijnen of het toevoegen van kleuren, kon de kunstenaar met het motief van de vensterstructuur eindeloze variaties van ruimtes aan het licht brengen. In de periode rond de afbraak van de atelierschuur in Arnemuiden, eind jaren tachtig, en de verhuizing naar Middelburg, trad een vereenvoudiging in het werk op. Dieleman vond zijn schilderijen te barok worden, te vrijblijvend ook, omdat hij er feitelijk alles mee kon doen. En onschuldige variaties op een procedé maken, daar paste hij voor. Dus namen rechthoeken toe, verdwenen perspectieflijnen en gingen kleuren diepte suggereren. Een vorm van systematisering. Er ontstonden ruimtelijke constructies, een soort plattegronden van gebouwen. Eerdere beelden in de kunstgeschiedenis werden ijkpunten. Ook gebeurtenissen bij andere kunstenaars konden dat zijn, of gewoon de zon die op een boom valt. In 1994 toonde hij in het Dordrechts Museum de installatie In ateliertoestand: kleurige vellen, samengebracht op een wand, die een collageachtig geheel vormden. Ze waren tijdens het maken van andere werken ontstaan, niet alleen als gereed werk, maar ook als kleurtesten. Voor zijn gevoel bracht hij hier voor het eerst het thema, waarin licht en donker, natuur en ‘onnatuur’ continu een strijd voeren, in een omvattende installatie samen. Een aantal sculpturen waarin lichtval en bepaling van het zwaartepunt een rol speelden, complementeerde het geheel. Midden jaren negentig begon hij ook schilderijen van kleiner formaat te exposeren en zocht hij nieuwe grenzen waarbinnen het motief zich kon ontwikkelen, altijd met de elementen kleur, vorm, structuur en licht, zonder enig verhalend onderwerp. Altijd zag je de ruimte in de verte verdwijnen, of beter: juist van het doek afkomen. Het gebruik van verschillende kleuren benadrukte of ontkende afwisselend de diepte in het werk.

Opdrachten in de openbare ruimte

11. Sculptuur van gips en pigment, 1988  (1988.5.1.002)
Sculptuur van gips en pigment, 1988

De verantwoordelijkheid voor gezin en huis beïnvloedde het werk en maakte dat hij zich begin jaren negentig voor kunstopdrachten ging inschrijven. Eerder had hij zich al toegelegd op het maken van sculpturen, die uit zijn schilderwerk ontstonden: staande, loodzware cilinders, opgebouwd uit segmenten van gips, waarin met een brede boor grote gaten waren aangebracht. Tijdens het stollingsproces gebruikte hij kleurpigment in pasteltinten, waardoor het uiterlijk een gemarmerd effect kreeg. Feitelijk waren het driedimensionale schilderijen, waaruit vervolgens weer tweedimensionale voortkwamen. De fascinatie voor de cirkel was er al in het oude atelier, waar het licht als een halfronde vorm naar binnen kon vallen. En met het boren in gips, ontdekte hij dat ‘licht rond was’.

Geleidelijk ontstonden belangrijke kunstwerken in publieke ruimtes. Voor een patio op de luchthaven Schiphol ontwierp hij een raamconstructie, waarin openstaande stalen deuren gefixeerd zijn. In Emmen verrees een sculptuur als raamwerk. Uitgeboorde, cilindervormige objecten kregen een plaats in deze raamvormige stalen constructie.

13. Kunstopdracht Schiphol, 1993  (1993.6.1.025) 14. Kunstopdracht Javaeiland, Amsterdam, 2000  (1996.6.2.016)
Kunstopdracht Schiphol, 1993  (l)
Kunstopdracht Java-eiland Amsterdam, 2000

Een belangrijk werk in de openbare ruimte was de gevelkunst die hij in 1996 in Amsterdam realiseerde. Op drie appartementenblokken bracht hij doorzichtige kleurconstructies aan, variërend van 5 tot 14 meter lang, met totaal 220 beschilderde panelen van kunststof in diverse kleuren. Hij gebruikte er speciale pigmentverf voor, waardoor de kleuren elkaar vanuit verschillende standpunten versterkten of juist op elkaar botsen, wat meer of minder licht opleverde. Het beeld van de statische sculptuur veranderde steeds als de kijker in beweging kwam. De dynamiek van het voorbijgaan is hier een wezenlijk onderdeel van het werk. Deze kunstopdracht op het Java-eiland omvatte precies het onderzoek van Dieleman naar de effecten van lichte en donkere kleuren op elkaar, met name op de ruimte. De kunstenaar houdt zich graag bezig met de fysieke beleving van ruimte, de lichtinval en transparantie, het afmeten van de ruimte en deze in perspectief te brengen. ‘Alles gaat om de verhoudingen die bij meting van een vlak of cirkel ontstaan’, zei hij erover.

15.-Kunstopdracht-Vrieserbrug,-Assen,-2003--(2003.6 17. Zes cirkelschilderijen, 2002  (2002.2.010)Kunstopdracht Vrieserbrug in Assen, 2003  (l)
Zes cirkelschilderijen, 2002

Een kunstopdracht aan de Vriezerbrug in Assen in 2003 overtuigde Dieleman om het motief van de cirkel verder uit te werken. Door ze steeds op variabele wijze op het doek of papier te plaatsen, ontstond een uitzonderlijke dynamiek en beweeglijkheid. Op ieder afzonderlijk werk is de spanning tussen de cirkels en de rechthoekige vorm van de schilderijen en monotypes sterk voelbaar. De gatenschilderijen zijn conceptueel, grafisch streng maar speels in uitvoering. De lege cirkels proberen ruimte achter het gekleurde doek te maken, waarin evenzeer een illusie van ruimtelijkheid aanwezig is als de ontkenning ervan, als autonome beeldende vorm. De kunstenaar kan er een oneindige verscheidenheid van combinaties mee maken. Bij Sotheby’s Amsterdam toonde hij eens zes immens grote schilderijen, elk verschillend van kleur (violet, geel, oranje, blauw, groen en rood). Het monochrome veld werd doorbroken door een raster van gaten, die een overdonderend effect van diepte lieten zien, vertaald in twee dimensies op het doek.

Kleurbereik is ook de essentie van een soort spectrumschilderijen, waarin lijnen en vlakken zich horizontaal en verticaal repeterend manifesteren. Door telkens een element toe te voegen, gaan vorm en kleur zich vermengen en vindt geleidelijk een vertaling van kleur naar diverse grijswaarden plaats. Doch ordening blijft immer de leidraad voor het schilderen.

16.  Zonder titel, 1996  (1996.2.033-2) 21.-Spectrumschilderij,-2013-op-Atelier,-27-juli-2013
Zonder titel, 1996 (l)
Zonder titel, 2013

Schilderen is voor Dieleman een intensief, langdurig en moeizaam proces. Altijd werkt hij aan meerdere schilderijen tegelijk. Volgens de kunstenaar word je door het schilderen met je eigen schilderen geconfronteerd. Iedere keer moet hij zich de vraag stellen waarom hij een schilderij maakt, wat het schilderen complex maakt. Dat het ook veel tijd vergt, heeft ermee van doen dat hij dicht bij zijn eigen ervarings- en belevingswereld wil blijven. Alle aandacht richt hij op het materiaalgebruik. Het licht verandert voortdurend van toon door gebruik van bepaalde verftypes. Door het dof of glimmend, glad of ruig, borstelig of fluwelig te schilderen, kan pikzwart bijvoorbeeld minder oneindig zwart, of anders zwart worden. Verschillende soorten verf kunnen ervoor zorgen dat gedeelten in het werk naar voren komen of juist terugwijken, hoewel dat ook ongewis kan blijven. In Dielemans werk moet je voortdurend kijken wat je nu eigenlijk ziet of juist niet ziet. Bekijk zijn A3-prints maar eens, waarin hij een strak raster heeft gelegd over portretten van iconen uit de schilder- en beeldhouwkunst. Slechts op de juiste afstand en met scherpstelling van het oog kan de kijker een afbeelding ontwaren.

18. Cirkelschilderij, 2008  (2008.2.011) 22.-Grijswaarden-2013-07-27-16.56
Cirkelschilderij, 2008 (l)
Zonder titel, 2013

Schilderen, tekenen en fotograferen lopen bij Dieleman door elkaar. Tekeningen zijn meestal studies, die de aanzet voor een schilderij of opdracht zijn; dikwijls zijn het autonome, soms grote tekeningen. Fotograferen doet Dieleman het meest om bevestigd te zien of je met het schilderen gelijk hebt. In de jaren tachtig maakte hij vooral polaroids, waarvan de toenmalige Rijksdienst voor Beeldende Kunst er verschillende verwierf. In 1999 toonde hij samen met Luc Tuymans en Erik van Lieshout foto’s in De Vleeshal in zijn woonplaats. Fotograferen ziet Dieleman als een middel om af te beelden. Per slot van rekening is een schilderij steeds een samenstel van observaties of herinneringen waarvan men de essentie wil weergeven. Een foto daarentegen blijft altijd objectiever.

Een bezoek aan het atelier van een beeldend kunstenaar is immer een belevenis. Maar een visite bij Piet Dieleman overtreft de stoutste verwachtingen. Hij heeft voor verschillende onderdelen van zijn werk aparte ruimtes ter beschikking, het schilderatelier alleen al is een lust voor het oog. De kleinste is de schone ruimte, waarin hij je gewag maakt van de ontwikkeling in zijn werk. De verandaruimte met cirkelschilderijen en uitzicht op het prieel biedt ruimte voor reflectie. Om van alle lekkernijen die hij zijn gasten voorzet maar niet te spreken, hij is ook een voortreffelijke kok. Trek voor een atelierbezoek in Middelburg maar rustig een dag uit. Jaren geleden keerde ik samen met een lid van de aankoopcommissie van Heden pas diep in de nacht in Den Haag terug, na een hele dag praten over en kijken naar Dielemans werk. Met een goed gevulde maag, maar zeer geïnspireerd en in onze nopjes met de gedane aankopen voor de uitleencollectie.

Untitled-5
Tekening Geel, 1985

Piet Dieleman is van meer markten thuis. Voor het Zeeuws Museum, dat het experiment in de samenwerking met kunstenaars en vormgevers zoekt, ontwierp hij met vormgever Valentijn Byvanck en de curatoren de inrichting van de Wonderkamers. Ook is hij onlangs gevraagd een concept voor een tentoonstelling te maken, uitgaande van de betekenis van de collectie in relatie tot de Zeeuwse identiteit en actualiteit. Daarin legde hij een even eenvoudig als origineel idee aan de dag. Hij bedacht vier componenten waarin de geschiedenis met belangrijke gebeurtenissen van kunstenaars als Gerrit Dekker, Ben d’Armagnac, Krijn Giezen of Marinus Boezem een plaats kregen, naast de ontwikkeling van zijn eigen oeuvre. En voorts legde hij een verbinding tussen de collectie van het museum en het engagement van het heden, dat wil zeggen tot welke kunstenaars uit de collectie hij zich zou willen verhouden.

12. Tentoonstelling Zuidnederlandse ontmoetingen, MUHKA Antwerpen, 1990  (1990.7.2.001)
Tentoonstelling Zuidnederlandse Ontmoetingen, MUHKA, Antwerpen, 1990  (l)
Aankoop door Wim Beeren voor Museum Boijmans van Beuningen

Zijn eerste tentoonstelling had Piet Dieleman al in 1982 in ’t Venster in Rotterdam. Kort daarop werd zijn werk opgepikt door gezaghebbende galeries als Waalkens in Finsterwolde en Van Krimpen in Amsterdam. Op de eerste expositie bij de laatste kocht toenmalig directeur Wim Beeren voor Museum Boijmans twee schilderijen aan, waarmee de toon voor een voorspoedig verloop van Dielemans kunstenaarschap was gezet. Er volgden vele museale presentaties, onder andere met René Daniëls in het Stedelijk Museum Amsterdam en het MUHKA in Antwerpen. De laatste jaren had hij solo-exposities en nam hij intensief deel aan groepstentoonstellingen bij uiteenlopende en originele presentatieplekken als Singel 74, Reuten Galerie, Arti Capelli, Pictura in Dordrecht, het kunsteiland IK of PS Project Space. En nu bij Heden, dat in haar expositiebeleid aansluiting probeert te creëren tussen de jonge en oudere generatie kunstenaars. Daarmee doet zij recht aan het geschiedkundig en picturaal verloop van de Nederlandse schilderkunst, met oeuvretentoonstellingen en een prijs voor kunstenaars die minder zichtbaar zijn dan hun jonge(re) collega’s. Bij Heden zal Piet Dieleman vooral de schilderijen met kleurvlakken tonen, alsmede de werken die een transitie hebben ondergaan van kleur naar grijswaarden, naar monochroom.

Piet Dieleman blijft een volstrekt authentieke en originele schilder, die alles maakt vanuit een inhoudelijke noodzaak, gefascineerd als hij is door de werking en betekenis van de schilderkunst. Alles op een even eenvoudige als consequente wijze en altijd trouw aan zijn idioom. Een kunstenaar met een haast onbedwingbare nieuwsgierigheid naar de werking van licht en ruimte in al hun facetten.

20
Atelier op 27 juli 2013  

 

Geraadpleegde literatuur

  • ‘Bundels licht’, interview met Rob Schoonen, Museumjournaal nr. 2, 1985
  • Interview met Piet Dieleman door conservator Enno Develing in: De keuze van de kunstenaar. Vier presentaties van eigentijdse kunst. Piet Dieleman, Piet Dirkx, Nikolaus Urban en Jean-Pierre Zoetbrood. Haags Gemeentemuseum, 1986
  • Publicatie uitgegeven door de stichting IK te Vlissingen, 2010

 De tentoonstelling van Piet Dieleman bij Heden vindt plaats van 7 september t/m 19 oktober 2013. 

http://www.pietdieleman.nl/

7 Comments

  1. Mooi Michiel, dank je wel!

  2. Fijn om zo’n overzichtelijk chronologisch overzicht van het kunstenaarschap van Piet Dieleman te lezen. Iedereen van harte welkom zaterdag a.s. van 19.00 uur tot diep in de nacht.
    Heden, Denneweg 14 Den Haag.

  3. Pingback: Piet Dieleman | chmkoome's blog

  4. Hoi Michiel,

    Nogmaals dank voor dit zorgvuldige, boeiende artikel over Piet’s werk. Fijn, dat je ons ook noemt!

    Hartelijke groet,

    Bea, Jan en IK

  5. dank je wel Michiel voor deze mooie tekst. Bijzonder de zin ‘Fotograferen doet Dieleman het meest om bevestigd te zien of je met het schilderen gelijk hebt’ Daarna keek ik even terugkijken naar de aquarel en de polaroid Interieur…
    Ben net terug van (weer) een reis langs de Hanzesteden. Deze keer Rostock, Stralsund en het eiland Rugen, met de bizarre kolos van 6 km aan flatgebouwen in Prora. Weer een aantekenboekje vol, dus ik kan weer vooruit met schrijven…Goeds en tot ziens, Hans

  6. Beste Michiel,
    Kwam er nu pas toe, je tekst over Piet Dieleman te lezen. Prachtig overzicht! Heel herkenbaar voor wie Piet al lang volgt en dat doen wij sinds hij deel uitmaakte van ‘De keuze van Waalkens’ in Boijmans v. B. (1983) en later zijn tentoonstelling bij HCAK. Mooi hoe vrijwel alle activiteiten samengebracht kunnen worden tot een enkel betrekkelijk eenvoudig uitgangspunt. Fraai dat zelfs de gerasterde grafiek die hij toonde in PS en de Vriezerbrug in Assen daarin op vanzelfsprekende manier hun plaats vinden. “Stop Making Sense” in Dordrecht is een heel mooie tentoonstelling, maar Piet zou daarin ook thuishoren, gelukkig is zijn schitterende reeks gekleurde vellen papier wel te zien (in de aula).

Geef een reactie

Required fields are marked *.