Michiel Morel

In het hoofd van…

31 januari 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

Bonies: Ordening van vorm en kleur (periode  1964 – 1968) (3)

 

Tijdens zijn verblijf in de VS en Canada maakte Bonies nader kennis met het werk van representatieve Hard-edge kunstenaars als Kenneth Noland, Frank Stella en Elsworth Kelly. Het zette hem op het spoor van grote, door scherpe randen gescheiden, ongemengde kleurvlakken. De term Hard-edge was eind jaren vijftig door de Amerikaanse criticus Jules Langsner geïntroduceerd, om er een hard omlijnde, streng geometrische schilderkunst mee aan te duiden. Het werk van deze Amerikanen verwijst naar niets anders dan naar zichzelf, een symbolische betekenis kun je er niet aan ontlenen. Bonies’ kennismaking met dit werk en überhaupt zijn verblijf in Noord-Amerika lijkt een proces in gang te hebben gezet, waarin zijn werk zich versneld ontwikkelde.

Hij naderde rap het stadium waarin hij de essentie in zijn werk zou terugbrengen tot het gebruik van louter geometrische figuren. En even belangrijk, hij zou zich gaan beperken tot de standaardkleuren rood, wit, geel, blauw en groen. Niet dat deze periode een complete verandering in zijn werk markeert, het is een geleidelijke en vrij logische ontwikkeling op het schilderwerk en de plastieken die hij eerder maakte. Aldus werd de strikte ordening van vorm en kleur vanaf eind 1963 het uitgangspunt voor zijn werk, dat net als bij de Hard-edgekunstenaars naar niets anders dan naar zichzelf verwijst. Continue Reading →

21 december 2016
by Michiel Morel
2 Comments

Share

Bonies: van industrieel ontwerpen naar vrij kunstenaar (periode 1960 – 1963) (2)


Gouache, 1961 (49×68,5), collectie Haags Gemeentemuseum

Welke richting hij in de kunst wilde inslaan, wist Bonies nog niet, toen hij begin 1960 uit Zweden terugkeerde. Als speciell elev had hij zijn studie aan de Högre Konstindustriëlla Skolan met goed gevolg afgerond. In Zweden bestaat sinds jaar en dag een levendige traditie in ‘hemslöjd’, waarbij artikelen met de hand, veelal aan huis worden vervaardigd. Bij menige Zweed is thuis een weefgetouw te vinden. Door de jaren heen zijn typisch Scandinavische producten als glas, keramiek, meubelen en kleden op grote schaal en volgens de nieuwste moderne ontwikkelingen, industrieel geproduceerd. Binnen deze traditie is Bonies in Zweden geschoold in het industrieel ontwerpen, met name in het materiaalgebruik, de verwerking, en toepassingsmethoden. Hij heeft er nooit enige twijfel over laten bestaan dat zijn opleiding aan de Högre Konstindustriëlla Skolan van grote betekenis is geweest. Bonies’ keuze om industrieel vormgever te worden, waar hij een bestaan in zou kunnen vinden, lag enigszins voor de hand. Bovendien was hij van vele markten thuis, niet alleen als schilder, tekenaar en beeldhouwer, ook had hij ervaring opgedaan met kunstopdrachten. Maar het succes van zijn afscheidstentoonstelling bij galerie Observatorium, waar al zijn werk door een verzamelaar werd gekocht, bezorgde hem ook een stimulans om zich als vrij kunstenaar te vestigen. In een interview in een Zweedse krant had hij zich laten ontvallen, dat hij plannen had om naar de Verenigde Staten te emigreren, waar hij zich zou kunnen verdiepen in de omgang met nieuwe materialen, zoals aluminium, polyester en fiberglas. Aldus bleef zijn toekomst nog wat onbeslist. In ieder geval zullen zijn ouders blij zijn geweest hun zoon weer in de buurt te hebben, immers zijn plotselinge en nooit aangekondigde tocht naar Zweden, een aantal jaren eerder, had toch voor een kleine revolutie in huize Nieuwenhuis gezorgd. Continue Reading →

30 november 2016
by Michiel Morel
4 Comments

Share

Bob Nieuwenhuis, alias Bonies (periode 1937 – 1960) (1)

03

Een werkbijdrage van het Mondriaanfonds stelt mij in staat het komende jaar onderzoek te doen naar het leven, de kunst en de adviserende, bestuurlijke en politieke activiteiten van de Haagse beeldend kunstenaar Bob Bonies (1937). Als motivatie voor het onderzoek dient een overzicht en analyse van de aard en inhoud van zijn werk, de artistieke uitgangspunten van de kunstenaar en niet in het minst zijn kunstpolitieke activiteiten. Bonies is het meest bekend om zijn constructivistische werk, waarmee hij zich een vooraanstaande plaats in de beeldende kunst heeft verworven, net als de kunstenaars Ad Dekkers (1938 ­– 1974) en Peter Struycken (1939). Begiftigd met een rabiaat redenaarstalent en een onstuimige pen was hij tevens prominent aanwezig in de politieke kunstwereld. In de turbulente jaren zestig was hij voorzitter van de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK). In 1972 richtte hij samen met Frans van Bommel de Bond van Beeldende Kunstenaars Arbeiders (BBKA) op, die gestoeld was op marxistische opvattingen teneinde een socialistische maatschappij te vestigen. Meer dan eens voerde hij voor de erkenning van het kunstenaarschap een grimmige en niet zelden onverkwikkelijke strijd uit met ambtenaren en vertegenwoordigers van kunstinstellingen. Bonies was voorts intensief betrokken bij kunstopdrachten en bij de vormgeving van monumentale kunst in de openbare ruimte, op scholen en in bedrijven. En hij was toegewijd aan het kunstonderwijs, onder andere als directeur van de inmiddels opgeheven Vrije Academie. De komende maanden zal ik op mijn website verslag doen van het onderzoek en de voortgang ervan. Continue Reading →

15 september 2016
by Michiel Morel
1 Comment

Share

Het raadsel van Torrentius

1. Torrentius, Stilleven met breidel
Torrentius, Stilleven met breidel, collectie Rijksmuseum

Kunstenaar Jan Andriesse en filmer Maarten de Kroon wakkerden mijn nieuwsgierigheid aan naar Johannes Symoonisz van der Beeck (1589 – 1644), beter bekend als Torrentius. Hun korte gefilmde zoomout over deze zeventiende-eeuwse schilder – wellicht de beste stilleven-schilder van zijn tijd – zag ik voor het eerst in 2013. En passant kondigde De Kroon een jaar later in de NRC aan dat er van Torrentius een documentaire in de maak is. Van deze niet-alledaagse, excentrieke Torrentius zijn tot nu tot nu toe slechts twee werken bekend. Een gesigneerd aquarelletje uit 1615, voorzien van een handgeschreven gedicht, in collectie van de Koninklijke Bibliotheek, en het schilderij Stilleven met breidel in bezit van het Rijksmuseum, een emblematisch stilleven op een rond paneel met een doorsnee van iets meer dan 50 cm, dat als een lofzang op de matigheid wordt uitgelegd. Om het te bekijken toog ik bij de heropening naar het Rijksmuseum, waar het om de hoek bij Rembrandts Nachtwacht hangt. Ik ontdekte het niet onmiddellijk, bij nadere inspectie bleek het als enig kunstwerk in zaal 2.6 hoog te zijn opgehangen. Nota bene bij een aantal landschappen en pal boven het schilderij IJsvermaak bij een stad van de doofstomme Hendrick Avercamp uit circa 1620. God mag weten waarom Stilleven met breidel zo ondergewaardeerd gepresenteerd wordt. Wellicht omdat het van onderaf bekeken moet worden? Of als contrast met of tegenhanger van de uitbundige ijspret van Avercamp? Continue Reading →

26 augustus 2016
by Michiel Morel
3 Comments

Share

Could it be Rosemin Hendriks?

20 13. 2014 42x29,7 cm
2010  108×140 cm particuliere collectie (l)
2014  42×29,7 cm (r)

Arnhem. Met veel goede kunstenaars uit die stad heb ik gewerkt en, niet onbelangrijk, de Morellen hebben er hun roots liggen. Ze hadden een interieurzaak aan het Nieuwe Plein. Naar een logeerpartij in Arnhem keek ik altijd uit. Mijn peettante, een belezen lerares Frans, sleepte me al vroeg mee naar het Kröller-Müller Museum, waar mijn interesse voor kunst ontlook. En naar het naburige park Sonsbeek waar ik me kon uitleven bij de waterval. Die vijver daar ben ik nog eens ingetuimeld. Op een steenworp afstand van Sonsbeek woont en werkt de kunstenaar Rosemin Hendriks (1968), alom bewonderd en gerespecteerd vanwege haar secuur getekende portrettekeningen, opgebouwd uit klare lijnen, in zwart, wit en grijs. Zonder franje. Meestal op een kolossaal formaat, waarop elementen van het gelaat tot in kleine details zichtbaar zijn. In de regel zijn het zelfportretten, die zij volgens een vast stramien in nieuwe, krachtige personages omzet. Ze doen aan close-ups denken, die nadrukkelijk geen zelfportretten willen zijn, maar op zichzelf staan en daardoor qua sfeer en stemming een grote variëteit van uitdrukken bereiken. Momenteel heeft de kunstenaar in Museum MORE in Gorssel een uitmuntende expositie, Could it be Me, een overzicht van haar tekeningen vanaf 1994. Continue Reading →