Michiel Morel

In het hoofd van…

Oog in oog met André Smits, Artist in the World

| 6 Comments

Share

22 31
Oog in oog met André Smits, 2012. Foto: Bradley Wester (l)
Ondergaande zon in Hoek

André Smits (1960) is even in Hoek. In 2012 ruilde hij Rotterdam voor een boerderijtje daar, zijn uitvalsbasis in Zeeuws-Vlaanderen, dat als tussenstop voor zijn verkenningsreizen door de kunstwereld dient. Zo’n stop neemt doorgaans slechts enkele dagen in beslag. Tussen alle afspraken moet hij zijn website en dagboeken onderhouden, de muren met zijn reisverslagen betekenen en de meest noodzakelijke huis-, tuin- en keukendingetjes afwerken. Maar dan hup, weer op stap met zijn vaste attributen: computer, camera, tekenvellen en -pennen in de rugzak. Net terug uit New York, volgende week naar Keulen en Düsseldorf, daarna naar Israël; een volgende reis naar de Verenigde Staten is zojuist geboekt. Zo is het leven compact en dat geeft een licht gevoel, zegt hij erover.

De lucht van een vlucht is de favoriete geur van Artist in the World André Smits. Het liefst reist hij over de wereld naar belangwekkende kunstplekken, speurend naar kunstenaars en kunstprofessionals in hun eigen domein. Duizenden kijkers biedt hij een blik achter de schermen, nu al van ruim 3000 personen, en niet de minsten. Ai Weiwei in Beijing, Vito Acconci in Brooklyn, Joep van Lieshout in Rotterdam of Luc Tuymans in Antwerpen om maar eens enkelen te noemen. Allen fotografeerde hij in hun atelier. Eigenlijk zijn het er pas 3000, want Smits heeft nog talloze vakbroeders te gaan. Er is geen tijd te verspillen.

De stortvloed aan André Smits’ beelden laat ons getuigen van een mieters kijkje in de keuken van kunstenaars, die zich bij het portretteren niet anders hoeven voor te doen dan zij in werkelijkheid zijn. Want welke plek het ook is, altijd zien we de kunstenaar, de museumdirecteur, de curator of de galeriehouder in dezelfde onorthodoxe houding geportretteerd: op de rug. Van al die ontmoetingen maakt André Smits handgetekende reisverslagen. Trouwe supporters maakt hij maandelijks per post deelgenoot van zijn journaal, bijna dagelijks post hij de resultaten van zijn bezoeken op facebook.

09 30
Luc Tuymans in Antwerpen, 2010 (l)
Wandschildering in Hoek

Ons gesprek vindt plaats aan de keuken- en tevens werktafel van zijn onderkomen in deze verre uithoek. Hij bivakkeert er antikraak en kan op stel en sprong vertrekken als het moet. Thijs Wolzaks recente foto van André Smits in een weekenduitgave van de NRC noopte eindelijk eens tot een bezoek. Voorbij Bergen op Zoom doemt na een bocht het ruime, vlakke Zeeuwse landschap op. Die flauwe kromming markeert de plotselinge overgang van de Randstedelijke bebouwing naar die lege, glimmende vlakte, hier en daar ingekaderd door rijen populieren. Ik onderga die telkens weer als een verademing. Ook al ontwaar je verderop de kranen en opslagtanks van de havens aan de Westerschelde, het is vooral het licht en de wind die overheersen over dat stugge land. Om bij André Smits’ stek te komen moet je nog de kilometerslange tunnel naar Terneuzen door, het dunne lijntje dat Zeeuws-Vlaanderen nog met Nederland verbindt. En een doodlopende weg af. Onder langs de dijk van de Westerschelde ligt zijn half door klimop overwoekerde boerderijtje, dat bij de ernaast gelegen schuur enigszins in het niet valt. In de verre omtrek is geen huis te zien. Hier ontvouwt zich een dubbel landschap. In zijn werkkeuken ondergaan we het weidse uitzicht op de platte polder, aan de voorzijde moeten we de dijk beklimmen om de ruimtelijke aanwezigheid van de Westerschelde te ervaren. De verbeelding van Smits’ blik op de Zeeuwse werkelijkheid lijkt niet van invloed op zijn huidige werk te zijn. Dat hij de grote stad ontvluchtte en zo’n eenzame plek hier verkoos, is wellicht op zijn afkomst terug te voeren. De kunstenaar groeide op in Giessen, in het land van Maas en Waal.

24 25
26 29
Het platte Zeeuwse land, gezien vanuit de werkkeuken (lb)
De ruimtelijkheid van de Westerschelde, gezien vanaf de dijk (rb)
Wandschilderingen in Hoek (onder)

De pagina ‘Binnenkijken’ van Wolzak toont de kunstenaar in zijn slaapkamer, met een doorkijkje naar de gang en een ruimte met opgestapelde kratten, waarin hij zijn bezittingen heeft opgeslagen. Nu ik zijn huis zelf in ogenschouw kan nemen, blijken de kamers uiterst spaarzaam gemeubileerd te zijn. Het heeft iets voorlopigs. Daarentegen staat in zijn indrukwekkende installatie tekeningen alles vast. Geen stukje muur op de benedenverdieping is onbetekend gebleven, of het moet de wc buiten zijn. Alle wanden bevatten namen van kunstenaars en beelden, die refereren aan de visitaties die hij bij hen aflegde. Een pure vorm van toegepaste kunst, zoals André Smits delen van zijn dagboek in zijn woonomgeving aanbrengt. Zelf noemt hij het ‘versiering’, hij begon daar twee jaar geleden mee toen hij na een lange reis een feest gaf en vond dat hij zijn huis van een feestelijke entourage moest voorzien, een verfraaiing die herinneringen tot leven brengt.

12 27
Thijs Wolzak in Hoek, 2015 (l)
Haagse kunstenaars in Hoek

Op school bleek André Smits al een voorbeeldig tekenaar en meer dan dat. Hij illustreerde de schoolkrant, deed de vormgeving en verzorgde de publiciteit. De keuze voor de Academie in Utrecht liep op een tobberige teleurstelling uit, waarna hij op St. Joost in Breda belandde. Daar voelde hij zich op de afdeling vrije grafische technieken als een vis in het water. Voor zijn gevoel beleefde hij er jaren van vrijheid. Niet in het minst onder invloed van docent Rinus van de Bosch, een originele Haagse verschijning, een uitvinder in de kunst en van het leven én op zijn afdeling een voorbeeld voor studenten. Jaargenoten van André waren onder anderen Reinout van Vught, Marc Mulders en Ab van Hanegem, wel op een andere afdeling. Als Artist in the World in spe deed hij op St. Joost al projecten, die bepaald afweken van de door hem gekozen richting. Zo legde hij al wandelend de Halve Zolenlijn vast, een industrieel spoorlijntje tussen Lage Zwaluwe en Den Bosch dwars door de streek van de leerindustrie. Ongeacht wat er op zijn pad kwam maakte hij om de 50 meter een foto, waarmee hij letterlijk het Brabantse landschap doorsneed, zijn eerste conceptuele werk.

04 06
Zonder titel, olieverf op doek, nr. 309, 2009 (l)
Zonder titel, olieverf op doek, nr. 321, 2007 

Na zijn opleiding vestigde André Smits zich in Rotterdam, dat vanwege een aantrekkelijk kunstklimaat veel kunstenaars aantrok. Vooral de markante architectuur van de havenstad imponeerde hem. Smits nam zich voor 339 schilderijen te gaan schilderen, volgens een niet geheel willekeurige berekening dat hij tot zijn tachtigste wel een aantal ergens tussen de drie- en vierhonderd zou maken. Bij het nummeren telde hij achteruit, en na veertig stuks, bij nr. 299, stokte de kleurrijke productie tamelijk abrupt toen hij meer plezier in andermans atelier kreeg dan in het zijne. De schilderijen uit de jaren negentig weerspiegelden toen al een druk bestaan. Net als bij de futuristen tonen ze voorwerpen uit een abstracte fantasiewereld in een werveling van kleuren, lijnen en vormen. De duizelingwekkende wereld van beelden geeft de kijker niet veel houvast, ondanks dat bepaalde motieven herkenbaar voorkomen. De voorstellingen doen denken aan buisconstructies of op volle toeren draaiende machines, waarin tandraderen tot flora verworden, cilinders tot danseressen zijn omgetoverd of bontmantels vagina’s lijken te worden. Machineonderdelen, kronkels, druppels of cirkels woekeren en dwarrelen ertussendoor. De vormen hebben felle, onderkoelde kleuren en vaak dikke contourlijnen, waardoor de afbeeldingen van het doek af spatten. Geen plekje is onbenut gelaten. Graffiti, flikkerende neonverlichting, muziek van Michael Jackson of David Byrne van de Talking Heads – Smits’ favoriete band in die jaren – waren inspiratiebronnen voor zijn overvolle wereld. Maar evenzeer de moderne, urbane cultuur vol digitale schittering, de gestroomlijnde chaos van het snelle leven in de grote stad. Ze zijn zorgvuldig geconstrueerd, deze labyrintachtige composities, waarin de kunstenaar ons zijn artistieke drijfveren voorspiegelt, enerzijds emotieloos, anderzijds vanwege persoonlijke gemoedsbewegingen hectisch, hier en daar bijtend. Wat ginnegappend noemt hij deze periode ‘zijn vorige leven waarin hij in een schulp zat, in een klein kliekje bleef hangen, nooit reisde en liever bleef werken’. Maar met grote regelmaat waren zijn schilderijen te zien in het Groninger Museum, in vooraanstaande galeries als Torch in Amsterdam of Wijk in Groningen of in kunstcentra als kunstenaarscentrum Bergen. In de Residentie kon de echte liefhebber zich aan zijn werk vergapen bij Galerie Den Haag aan de Boomsluiterskade, een eigenzinnige expositieplek van Philip Akkerman en Madelon Acket. Elf jaar lang was hun woonhuis een vrijplaats voor kunst, die nergens bij wilde horen. Het duo presenteerde vooral kunstenaars uit hun eigen kunstenaarskring en met wie zij een persoonlijke binding hadden. Niet gehinderd door stijlen of stromingen volgden zij bij de keuze van werk hun eigen smaak. Naast André Smits bevolkten Vincent Rijnbende, Hans van der Pennen, Jack Mondt, Bert Boogaard, Ronald van Tienhoven, Elise Tak en Philip Akkerman zelf deze ‘cult buiten de cult om’.

01 03
Inrichting tentoonstelling Galerie Den Haag bij Heden, april 2004. Links op de foto Philip Akkerman (l)
Houtsnede van André Smits bij Galerie Den Haag, 1983

André Smits praat bedachtzaam over zijn werk, met stiltes tussen de zinnen, meestal met een glimlach, loerend en wijzend op zijn computer als hij zijn verhaal wil illustreren. Hij koos al vroeg een weinig conventionele manier om zijn schilderijen aan een nieuw publiek te tonen. Of in moderne termen: ‘zijn eigen markt’ te zoeken. Zo verplaatste hij zijn atelier ooit naar de werkruimten van een energiebedrijf, waar hij de medewerkers tijdens hun werk deelgenoot maakte van het schilderproces. Ze konden uit een van zijn schetsen kiezen, die hij vervolgens in schilderijen omzette. Terwijl werknemers zaten te vergaderen, met klanten te telefoneren of koffie te drinken, prepareerde hij zijn doeken, spande ze op en beschilderde ze ter plekke. Niet zelden werden ze onder het personeel verloot of kregen ze een permanente plek op de werkvloer. Smits was ook de gangmaker voor een kunstwerk in de openbare ruimte, aan de Essenburgsingel, een enigszins vergeten plek langs de spoorlijn bij Rotterdam Centraal. Aanleiding was de actie die bewoners daar voerden tegen de komst van geluidsschermen voor de hogesnelheidslijn. Ze waren er faliekant op tegen dat hun het uitzicht zou worden ontnomen. Ter gelegenheid daarvan ontwierp de actievoerende André Smits in overleg met de bewoners een boom. Aanvankelijk was men bij het Rotterdamse CBK ‘not amused’ over het ontwerp, de betrokkenheid van de bewoners gaf echter de doorslag. De buurt had langs hun straat al eerder de komst van de Randstadrail naar Blijdorp kunnen tegenhouden, een traject dat er uiteindelijk wel kwam, maar dan ondergronds.

16 17
36
Op kantoor van energiebedrijf Greenchoice, 2007 (lb)
Kunstopdracht ‘Beuk 3’, Rotterdam, 2010 (rb)
Caspar David Friedrich, der Wanderer über den Nebelmeer, 1818  (onder)

Iedere twee maanden een schilderij maken, André Smits moest er wel wat bij doen, dus startte hij in 2002 met een fotodagboek. Tussen het schilderen door maakte hij buiten opnames van willekeurige gebeurtenissen die hem opvielen. Min of meer toevallig bleken er veel beelden bij te zitten waarop personen op de rug gefotografeerd waren. Dat bracht hem geleidelijk op het motief van de Rückenfigur, een onderwerp in de schilderkunst waarbij op de voorgrond een persoon van achteren is afgebeeld, die ons een uitzicht op de wereld biedt. Caspar David Friedrichs schilderij Der Wanderer über dem Nebelmeer (1818) is wel het beroemdste voorbeeld. Als vanzelfsprekend kwam toen het concept van de wandeling langs de Brabantse Halve Zolenlijn bovendrijven. Toen Smits in 2008 een gastatelier in Kunst & Complex kreeg, ontstond het idee de kunstenaars aldaar van achteren in hun atelier te fotograferen. Stephan Gross was de eerste. Vele Rotterdamse kunstenaars volgden, maar al ras breidde hij zijn werkterrein uit. Niet alleen in Nederland, ook kunstenaars uit zijn achterland, het Belgische Vlaanderen kwamen in beeld. De Artist in the World was geboren, waarmee hij definitief afscheid nam van zijn ‘vorige leven’. Het portretteren van zoveel mogelijk kunstenaars en kunstprofessionals op het thema van de Rückenfigur is zijn ultieme opdracht: ‘in een fractie van een seconde iemands leven kruisen en het vastleggen’. Smits’ concept is even helder als simpel. Altijd vraagt hij de geportretteerden of zij mensen in het kunstleven kennen die mogelijk door hem gefotografeerd willen worden. Op die manier verwijzen zij hem door naar de volgende en regelen zij meestal ook afspraken. Iedere geportretteerde krijgt een plekje in zijn getekend dagboek en als ze geluk hebben worden ze tevens in zijn installatie in Hoek ‘vereeuwigd’.

11 39. Stephan Gross, Rotterdam
14 37. Ed van der Kooy, Den Haag
Vito Acconci in Brooklyn, 2012 (lb)
Stephan Gross in Rotterdam, 2008 (rb)
The Boiler, Joe Amrhein in Williamsburg, 2014 (lo)
Ed van der Kooy in Den Haag, 2011 (ro)

De meeste kunstenaars hoeft André Smits niet te overtuigen van zijn werk, ze laten hem zonder morren in hun domein toe, zelfs als hij hen zonder afspraak ‘overvalt’. Tot beroemdere kunstenaars doordringen kost doorgaans niet alleen tijd, maar vooral een dosis uithoudingsvermogen. Maar eenmaal binnen is het kicken, ondanks dat hij er zich mateloos gegeneerd kan voelen. Bij Al Weiwei in Beijng zat hij urenlang in diens atelier te wachten, terwijl de Chinees enkele meters verderop geïnterviewd werd door een journalist van de New York Times, zonder dat kunstenaar wist wat Smits kwam doen. Maar zijn assistent bleef André influisteren dat het met die foto wel goed zou komen. Uiteindelijk slaagde hij erin Al Weiwei vast te leggen voor een muur met planten, ’half steen, half blad’, samen met zijn nimmer van zijn zijde wijkende poes. Trots is hij op de foto die hij van Roger Raveel in Machelen schoot. Af en toe heeft Smits het lef om gewoon aan te bellen, als hij toch in de buurt is. Bij Raoul De Keyser in Deinze bijvoorbeeld, die zelf nooit een deur opendoet, maar nu toevallig wel. Frank Stella in New York, inmiddels tachtig, miste hij op het nippertje. ‘Zo’n beroemde oude rot, zit dan ook niet op een fotograafje uit Nederland te wachten’ zegt hij over die gemiste kans. Bij zijn volgende bezoek aan de ‘city that never sleeps’ onderneemt hij een nieuwe poging, want bij Stella ‘is geen tijd te verliezen’!

08 10
Al Weiwei in Beijing, 2014 (l)
Raoul de Keyser in Deinze, 2009

André Smits schiet zijn beelden snel, zonder speciale effecten en ongedwongen. Zonder de kunstenaars in een hokje te duwen, stelt hij hun een plek voor. Zelf kunnen ze ook een favoriete plaats uitzoeken en aangeven in welke hoedanigheid ze op de foto willen. Meestal komen ze op gepaste afstand in hun eigen decor te staan. Een aantal wilde per se uit de kleren, zoals Heide Hatry die ook alles zelf wilde stylen. Smits moest voor de opname zelfs speciaal bloemen kopen. Bij voorkeur maakt hij zijn foto zonder dat men zich ervan bewust is: ‘niet nadenken maakt de foto’s doorgaans het best’. Een pose hoeven de geportretteerden niet aan te nemen, André Smits hoeft hen niet terug te krijgen naar hoe ze echt zijn. Een gesprek zou hij niet eens hoeven te voeren. ‘Even prikken en doorvliegen’, is zijn motto. Vanzelfsprekend ontstaan er altijd gesprekken en Smits kan ook ‘involved’ raken in het werk van de ander. Maar feitelijk staat zijn route los van wat er in de kunst omgaat.

33 40. Allart Lakke 2014
Marion Ackermann, directeur van Kunstsammlung Nordrein Westfalen, Düsseldorf, 2015 (l)
Allart Lakke in Leiden, 2014

André Smits is stellig een conceptueel kunstenaar: het idee is belangrijker dan de uitvoering. De keuze voor kunstenaars en kunstprofessionals is arbitrair. Origineel is dat hij van tevoren nauwelijks weet wie of wat hem te wachten staat. Met het grootse gemak laat hij zich van de een naar de ander sturen. In zijn onderwerp maakt hij geen onderscheid tussen bekende en onbekende personen, kiest hij niet voor een specifieke stijl of stroming, ook niet voor een bepaalde tentoonstelling of presentatie. En hij selecteert niet op de kwaliteit van het werk van degenen die hij gaat portretteren. Engagement is in zijn voorstellingen ver te zoeken. Sowieso taalt Smits niet naar schoonheid, ontroering of anderszins aangrijpende beelden, noch in het atelier van de kunstenaar, noch in een expositie van de kunstprofessional. Mentaal en fysiek gezien is het atelier een eenzame wereld waar de artiest de baas is, waar hij zijn eigen ritueel heeft en zijn eigen normen en regels hanteert. Waar hij nadenkt, tobt en navelstaart over zijn onderwerpen en zich met zijn eigen (wereld)beeld verhoudt. Enerzijds ontrafelen Smits’ beelden veel van de plaats waar het gebeurt en onthullen die het decor van deze wereld, anderzijds benemen ze ons ook het uitzicht op wat zich daar werkelijk afspeelt. Dat beeld vult de kijker zelf in met zijn eigen historie, bedenksels of verwachtingen. Die verhullende beeldtaal van de kunstenaar voert de spanning in zijn foto’s op, waardoor ze een extra dimensie krijgen. In veel werk meen ik de geur van de gefotografeerde ateliers te kunnen ruiken!

15 35
38. Hanneke Wetzer, Eindhoven
Alle namen van de geportretteerden in 2013 – 2014 (lb)
Playlist, bezoekerslijst in Berlijn, 2014 (rb)
Hanneke Wetzer in Eindhoven, 2011 (onder)

Enige journalistieke aanpak kun je André Smits niet ontzeggen. Bijna dagelijks doet hij via sociale media de wereld kond van zijn trektocht langs de kunstwereld. Op zijn website kun je zijn omzwervingen tot in detail volgen. Altijd koppelt hij zijn fotogenieke werk aan zijn getekende dag- of weekboeken, die hij zorgvuldig op A4-tekenvellen bijhoudt. Niet zelden als hij op een vlucht moet wachten. Praktische gegevens als straatnamen en telefoonnummers tref je op de achterkant aan. Ze zitten keurig op jaar in ordners en dienen als inspiratie voor de schilderingen die hij later in zijn eigen kunsthuis aanbrengt. De presentatie van zijn werk in galeries is doorgaans van korte duur. Zoals onlangs in New York, waar hij in Soap Box Gallery foto’s van de in de Big Apple geportretteerde kunstenaars exposeerde, tegelijk met een muurschildering en tekeningen. Zo’n tentoonstelling is een sterk sociaal gebeuren, een kunstplatform op informele manier, waar de kunstenaars na afloop hun foto van Smits meekrijgen. André Smits kreeg ook hoog bezoek van de kunstenaar James Kalm, die op menige vernissage in New York opduikt, er het geëxposeerde werk filmt en als het even kan de exposant interviewt, waarbij hij vinnig commentaar niet schuwt. Achter James Kalm schuilt de schilder Loren Munk, die kunstenaars schildert, en in zijn concept veel verwantschap met het werk van André Smits vertoont.

34 19
20 13
Dagboek, april 2014 (lb)
Expositie bij Gallery Soap Box, New York, 2014 (fotografie) (rb)
James Kalm bekijkt de tekeningen Gallery Soap Box (lo)
Loren J. Munk, alias James Kalm in Brooklyn, 2014 (ro)

‘Sinds de mens op aarde is, wordt er kunst gemaakt. Een menselijke samenleving zonder kunst is nog nooit ergens aangetroffen. De vervaardiging en de consumptie van kunst zijn blijkbaar essentiële en diepe behoeften van de menselijke natuur. Waar mensen zijn, zal kunst zijn, altijd en overal en onder alle omstandigheden’, schreef André Smits in 1994 op een tentoonstellingsuitnodiging . Achteraf bekeken bezie ik die tekst als een voorbode om altijd, overal en onder welke omstandigheden dan ook te laten zien waar kunst fysiek ontstaat. Smits’ ultieme wens is dat zijn fotoproject een instituut zal worden, dat anderen zijn opdracht zullen overnemen en als eeuwige ‘Wanderer’, haast seismografisch kunstenaars in hun atelier in kaart blijven brengen: ‘forever and never ending’. ‘Wat zou het fantastisch zijn om over tweehonderd jaar te kunnen terugkijken op de trektochten van kunstenaars die naar ateliers over de gehele wereld zijn uitgezworven’, zegt hij erover. Het indrukwekkende beeldarchief van André Smits mag je zo wel beschouwen als een voorstel tot geschiedschrijving, een fotogeniek relaas van wat zich op ateliers afspeelt en wat daar allemaal nog in het verschiet ligt. De symboliek van de levensreis in Friedrichs ‘Der Wanderer’, waarbij de afgebeelde persoon terugblikt op de afgelegde weg, dan wel vooruitkijkt over de weg die nog voor hem ligt, is er overduidelijk in aanwezig. Voor ons opent Smits een doorgaans gesloten venster op die wereld. Het encyclopedische karakter ervan maakt dat zijn foto’s ver uitsteken boven de wereld, die al stampvol aan beelden zit. Mogelijk lijken de foto’s afzonderlijk bekeken niet zo veel te beduiden te hebben, in de context van zijn weldadige overzicht krijgen ze echter veel en steeds meer betekenis.

23 28
Antikraak boerderij in Hoek (l)
Smits’ spullen ingepakt in kratten

Hoek mag met zijn getekende dagboeken even een rustpunt zijn, voor André Smits is het bepaald niet het einde van de wereld. Integendeel, hier vangt altijd een nieuwe etappe op zijn wereldreis aan, teneinde ons steeds meer beelden van het werkzame kunstleven achter de schermen te laten zien. Omdat elk moment de huur van zijn boerderij opgezegd kan worden, heeft hij zijn bezittingen in kratten opgeborgen. ’Mocht ik dan net op reis zijn, dan kan ik iemand bellen die met één busje zo alles weg kan halen’, laat hij Thijs Wolzak optekenen. Zover zal het voorlopig niet komen. En mocht het wel zo zijn, dan is een eigen stek vooralsnog overbodig. Langzamerhand kan hij overal en nergens op de wereld onderdak krijgen.

Dit verhaal is grotendeels gebaseerd op het gesprek dat ik op 10 februari 2015 in Hoek voerde met André Smits. Verder raadpleegde ik:
Postmaa, Casper, Michiel Morel, Een stijlkamer in het nu. Galerie Den Haag. Den Haag: Artoteek Den Haag, 2004
Websites van André (Dré) Smits: www.dredd.nl en www.artistintheworld.com
‘Binnenkijken’, rubriek van Thijs Wolzak in NRC Weekend van 17 en 18 januari 2015

05
Zonder titel, olieverf op doek, nr. 313, 2008

6 Comments

  1. Mooi verhaal.
    Moest meteen denken aan de Zwitserse kunstenaar Remy Zaugg, die ik fotografeerde in 1986 tijdens de tentoonstelling “Ooghoogte” in het van Abbemuseum. Hij wilde alleen met zijn achterkant op de foto.
    Dit is een van de foto’s uit een reeks kunstenaarsportretten gemaakt ter gelegenheid van het 50 jarig jubileum van het van Abbemuseum.
    Deze serie foto’s van kunstenaars bevindt zich in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam.
    Groeten Hans

  2. Tja, het Stedelijk…

  3. Mooi Michiel, intrigerend…

  4. Beste Michiel Morel,

    Hartelijk dank voor de informatie. Ik ben op het moment bezig met het project Fotografische kunstenaarsportretten en atelierfoto’s.
    Het RKD beheert een grote collectie documentatie over Nederlandse en buitenlandse beeldende kunst, waaronder een uitgebreide collectie portretten van kunstenaars, verzamelaars, galeriehouders en anderen die nauw betrokken zijn bij de kunst en de kunstwereld. Met het project Fotografische kunstenaarsportretten en atelierfoto’s willen wij deze collectie uitbreiden met werk van hedendaagse Nederlandse en Belgische fotografen. Ik zal contact opnemen met André Smits gezien zijn werk heel goed in het project past.
    Voor het project zijn Inmiddels meer dan 1900 foto’s ingevoerd in onze database. Deze foto’s zijn te zien op onze website, bij deze de directe link: http://www.rkd.nl/nl/explore#query=fotografische%20kunstenaarsportretten%20en%20atelierfoto%27s

    Vriendelijke groet,

    Kriszti Vákár

    drs. Kriszti Vákár
    Assistent-conservator Moderne en Hedendaagse Kunst
    Collecties & Onderzoek
    T: 070 333 9753

    RKD – Nederlands instituut voor kunstgeschiedenis
    Prins Willem-Alexanderhof 5
    2595 BE Den Haag
    http://www.rkd.nl

  5. wat een mooi stuk. en mooi in taal. en mooi vormgegeven. veel om over na te denken.
    vooral over dat conceptuele dat iets niet mooi hoeft te zijn of hoeft te ontroeren. daar lig ik altijd mee overhoop als ik dat lees. de klank van iets moet de ervaring overbrengen. maar hoeft inderdaad niet altijd mooi te zijn. toch moet het iets oproepen….

  6. Mooi stuk Michiel,
    André heeft vanmiddag een foto van mij gemaakt voor zijn archief.
    Het is toch steeds weer fascinerend hoe van niets, iets gemaakt kan worden door een gedachte om te zetten in een handeling en daar in te volharden.
    Ik hoop nog eens op een van mijn fietstochten in Hoek terecht te komen om het huis te bekijken. groet van Marena

Geef een reactie

Required fields are marked *.