Michiel Morel

In het hoofd van…

Onder de rook van Van Abbe (2): Piet Dirkx en Stijn Peeters in E’ven

| 7 Comments

Share


Piet Dirkx, Fragile Van Abbe, Heden, 2009 © Ingrid Scholten

Polychromeur Piet Dirkx: Too many things to be seen at the same time

Het artistieke hoofd van kunstenaar Piet Dirkx, die door Hans Biezen nog op de Jan van Eyck Academie is begeleid, loopt over. Zijn werk is een eeuwig onderzoek naar vorm en kleur. De relatie tussen poëtische teksten en lyrische tekeningen valt daarin het meest op. Dat is mooi zichtbaar in zijn notitieboekjes, waarvan de inhoud als een belangrijke bron voor ander werk dient.  Als het hem uitkomt maakt  Piet Dirkx ze onderdeel van installaties, die hij in specifieke ruimten bouwt. Die installaties kan men zien als een tijdelijke verplaatsing van allerhande voorwerpen uit zijn Eindhovense atelier naar de beslotenheid van een museum, galerie, fabriek, huis, tuin of zelfs de context van een theater. Om ze op zulke plekken systematisch en zonder enig vooropgezet plan te ordenen: als een indringend visueel dagboek van zijn ervaringen.

Piet Dirkx groeide op tussen sigaren; veel familieleden zaten in de sigarenbranche. “Velazquez kende ik vroeger alleen als sigaar”, liet hij zich een keer ontvallen. Zelf fervent sigarenroker wendt hij de achterkant van sigarendoosjes aan voor velerlei notities: boodschappen, observaties, indrukken en afspraken. Ze vormen de basis voor de kleuren waarmee hij de doosjes beschildert. Hiervoor gebruikt Dirkx was die hij met zuivere pigmenten mengt, waardoor een sterke kleurintensiteit ontstaat. Want over kleuren droomt en fantaseert Dirkx er eindeloos op los. En hij kan er mee spelen. In talrijke tentoonstellingen hangen kleurrijke paneeltjes van sigarendoosjes aan de wand, staan tegen een muur of liggen op de vloer. Gestapeld en gerangschikt. Ze houden het midden tussen schilderijen en sculpturen, maar vormen bij elkaar een overwogen onderzoek naar vorm en kleur in specifieke ruimten. Wandwerken noemt de kunstenaar zo’n opstelling. De eenvoud ervan is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt, want wat Dirkx leest of ziet heeft enorm veel invloed. In zijn hoofd spoken zaken als de opbouw van Rothko’s schilderijen, foto’s van Mondriaan en Malevitsch, de filosofie van Berkeley of de sigaar van Brigitte Bardot levendig rond.

          
Piet Dirkx, Rugby Lokaal, 1987 (l)
 Brigitte Bardot met sigaar, 1995, particuliere collectie (m)
Tentoonstelling Biotoop in Gemeentemuseum Den Haag, 1995 (r)

Toen hij in 1985 in het Stedelijk Van Abbemuseum  exposeerde gaf hij zijn beschilderde sigarenkistjes titels mee die naar de namen van zijn opgerookte de sigaren luisterden: Reservados, Flor, Fina, Bahia, Vuelta Abajo en meer van die originele, nu uitgestorven merksigaren. Ook de kleuren dichtte hij namen toe als prunus, magnolia, cedra of cornus. Wellicht raakte hij geïnspireerd door de woordgrapjes die René Daniëls altijd uithaalde en de originele titels die hij zijn schilderijen toekende. René Daniëls was overigens gek op rebussen, die Piet Dirkx hem regelmatig placht te sturen. In ieder geval lag hier bij Dirkx het begin van een rijke verzameling intrigerende woorden en wonderlijke uitdrukkingen. Een woordenschat in wording. Zichzelf doet hij ook niet tekort, getuige de uitdrukkingen ‘Dirkx als Polychromist’ (als reactie op de monochrome schilderkunst) of ‘Dirkx als Polychromeur’ (als reactie op het beschilderen van voorwerpen).


Uitnodiging voor tentoonstelling bij Heden, 2009

De combinatie en verstrengeling van teksten en tekeningen in zijn notitieboekjes vormden in 2009 de belangrijkste ingrediënten voor Piet Dirkx’s tentoonstelling bij Heden: Petits cris de joie. Zien en lezen. Al meer dan 150 van zulke volgeschreven notitieboekjes had Dirkx toen al het licht laten zien. Ze vormen een reservoir vol invallen, observaties, gedachten die bij het schilderen opkomen, rake opmerkingen van studenten en andere zinsneden. Hij noteert ze en illustreert ze met tekeningen. Het is een continue zoektocht naar de juiste woorden en definities. Met een paar potloodlijntjes verleidt hij de kijker: vrouwenlippen, vrouwenborsten, bloem- en paletvormen, subtiel getekend vanuit zijn emoties en voorzien van wonderlijke associatieve teksten. Lees wat de kunstenaar er zelf in de bijbehorende publicatie over schreef:

“Eigenlijk zijn het petits cris de joie,
met potlood zijn de recto/cerso zijde
van alle pagina’s van het boek
beschreven tot een oneindige mind melt
van woorden en beelden.
In het spel bestaat geen logica,
wel een begin dat voortdurend wordt hernomen.
Als verzameling en omwille van het lanterfanten
is het boek de drager van de schone gedachte:
als primo pensiero”

Wat hem opvalt legt hij dus “lanterfantend”  met potlood tekenend vast. Potloden draagt hij bij bosjes met zich mee, altijd in het linker boven zakje van zijn onafscheidelijke colberts. “De boekjes zijn onophoudelijke rangschikkingen om te zien wat eruit zou kunnen komen: schetsen, krabbels, diagrammen en notities in een zachtmoedig, lijzig mijmerdialect.  Een samenhang komt pas als het zover is”, schreef Rudi Fuchs in de tekst bij de publicatie. Je herkent het niet alleen in die befaamde notitieboekjes, maar juist ook in de opbouw van zijn installaties. Piet Dirkx’s werkwijze is even arbeidzaam als simpel: hij neemt zoveel als mogelijk uit zijn atelier mee naar een tentoonstellingsplek om daar in situ de presentatie samen te stellen. Alleen maar door werk te verplaatsen, te verhangen en te schuiven. Vooraf staat nooit vast hoe een installatie er uiteindelijk gaat uitzien. Ook voor de tentoonstelling bij Heden arriveerde een vrachtwagen boordevol voorwerpen uit Dirkx’s ook al tot aan de nok gevulde atelier. De hoeveelheid die hij aandroeg en de ogenschijnlijke wanorde en willekeur ervan deed menigeen verbleken. Too many things to be seen at the same time, luidde zeer toepasselijk de naam van een van zijn eerdere tentoonstellingen. Zonder plan maar met systeem. Het is Piet Dirkx’s credo. Het getuigt van lef en zelfvertrouwen om je in het geheel niet te bekommeren om een compositie. Overal kwam iets te hangen, te staan of te liggen. De notitieboekjes werden uitgestald in de u-draagbalken van de tentoonstellingszaal of in houten doosjes van IKEA, die aan grote sigarenkistjes deden denken.

      
Notitieboekjes van Piet Dirkx bij Heden, 2009 © Ingrid Scholten

Eigenlijk is het haast onmogelijk en kan de ruimte alleen veroverd worden door op intuïtie te vertrouwen. Toch slaagt Piet Dirkx er altijd in al zijn voorwerpen in een geraffineerd evenwicht te laten balanceren. De woordenstroom die op manshoge tekenrollen of enorme aluminium schijven uit dwarrelt, verhoudt zich gemakkelijk met van oude deuren gemaakte tafels, takken, barokke kleurenwolken of schilderijtjes, zonder dat hij er de nadruk op legt. Zeker is dat hij een tentoonstellingsruimte naar zijn hand kan zetten en die tijdelijk tot een ordelijke, eenduidige, ja heldere uitsnede van zijn atelier kan transformeren. Piet Dirkx is als geen ander in staat met zorg een nieuwe wereld te creëren, een nieuwe orde met een eigen unieke samenhang. De wereld als een biotoop, waarin alle onderdelen in zijn geheel in hun omgeving zijn ingepast, zoals hij het zelf noemt. Piet Dirkx kan er wat van.


Piet Dirkx, Usura, Bankers’s Risk, 2010 © Peter Cox

Dirkx houdt ook in de huidige onstabiele economische en politieke situatie de vinger aan de pols. Een mooi voorbeeld is zijn schilderijtje USURA, dat hij onlangs in de tentoonstelling E’ven schilderijen in de Eindhovense Fabriek toonde. Het is de titel van een gedicht van Ezra Pound en betekent woekerwinst. Dirkx schreef het woord in natte verf en waar hij de verf had weg geschraapt, waren de letters te lezen. Een subtielere artistieke aanklacht tegen de wens om maar meer en meer geld te willen bezitten, terwijl men al zoveel heeft om van te leven, kan ik me even niet bedenken.

Stijn Peeters: romanticus met scherpe randjes

Een rake typering van Stijn Peeters in het Eindhovens Dagblad. De krant kopte hem in 2003 boven een interview naar aanleiding van zijn tentoonstelling Beeld van ik en jij in Museum van Bommel van Dam. Sinds 1982 manifesteert Stijn Peeters zich als kunstenaar als hij zijn opleiding aan de Acadamie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch heeft afgerond. Maar het grote werk begon na zijn studie aan de Jan van Eijck Academie. Stijn Peeters is geen rasechte Eindhovenaar. Vanwege het Van Abbemuseum vestigde hij zich er in 1987, toen hij een flat aan de Hudsonlaan betrok, waarin kunstenaar Hans Biezen tot dan toe woonde.


Tentoonstelling van Stijn Peeters in museum van Bommel van Dam, 2003 © Peter Cox

Peeters is begonnen als schilder van geconstrueerde landschappen, waarin een wisselwerking tussen figuratieve en abstracte principes zichtbaar is. Door weidse vergezichten, horizonten en wolkenluchten met monochroom geschilderde verfbanen te combineren, maakte Stijn Peeters een minimalistische esthetiek voelbaar. Deze schilderijen ontstonden in zijn flat, waar hij vanaf dertien hoog over de Leenderheide kon kijken. Zijn blik kon hij er op oneindig zetten. De relatie tussen werk en de omgeving van Eindhoven was aanwezig, zoals hij zelf in 1992 constateerde. “In mijn werk speelt de omgeving in zoverre een rol, dat ik continu bezig ben met het romantische landschap, terwijl Brabant met de mestproblematiek aan de top staat van de Nederlandse milieuproblemen. Het is een discrepantie, die meespeelt als ik aan het schilderen ben”  zei hij in de catalogus Going Dutch, naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling, die Hans Biezen in 1992 met kunstenaars uit Eindhoven in Zweden samenstelde.

   
Stijn Peeters, # 196, geconstrueerd landschap, 1989, collectie SBK Amsterdam (l)
Stijn Peeters, Het vlakke Nederland, het land van Rubens en van Goyen, particuliere collectie

Stijn Peeters legde in zijn schilderijen veel liefde aan de dag voor landschapsschilders als Hercules Seghers en Philips Koninck. Hun werk gebruikte hij als iconografisch materiaal, terwijl de structuur en de bouw van zijn eigen schilderijen hetzelfde bleef. Begin jaren negentig maakten de banen in Peeters’ landschappen plaats voor monochrome kleurvlakken. Gaandeweg kregen ze ook meer surrealistische elementen en werden ze door de toevoeging van realistische beelden minder formeel. Minder leeg ook. De oprukkende bebouwing heeft er zeker mee te maken gehad. Het leek hem er om te doen de idylle van het landschap te doorbreken, hetgeen menig beschouwer van zijn werk eerder weemoedig dan opgewekt zal hebben gestemd.

Midden jaren negentig had Stijn Peeters niet meer genoeg aan het landschap. Het idee vatte post om het in zijn werk voortaan over emotionele zaken te hebben. In 1994 werd zoon Rein geboren en verkaste hij zijn atelier naar de Lijsterbesstraat. Dat jaar bracht hij ook een bezoek aan de overzichtstentoonstelling van Robert Brooks Kitaj in de Tate Britain. Deze kunstenaar, die wel tot de popart gerekend werd, vond zijn inspiratiebronnen vooral in de kunstgeschiedenis en literatuur. (“Some stories have pictures, some pictures have stories”, citaat naar Kitaj). Dit alles luidde een omslag in Peeters’ werk in. Het bestendigde de overgang naar emotievol en geëngageerd werk, waarin hij specifieke thema’s ter hand nam, die hij in series ging uitwerken. Voor het eerst doken menselijke figuren in zijn schilderijen op, waarin hij de vorm van vroegere genrestukken bleef hanteren. Schijnbaar moeiteloos combineerde hij citaten van 19e-eeuwse meesters als Courbet of Delacroix met figuren van deze tijd: alledaagse mensen en dieren in eigentijdse settings. Respect voor de gewone mens gaat nu als een rode draad door de verschillende series lopen. De essentie van Stijn Peeters’ werk vindt zijn vorm in een mixture van het klassieke spektakel met de actualiteit, de dialoog tussen de kunstgeschiedenis en de realiteit van nu. De vaak monumentale doeken vertonen een opmerkelijke balans tussen werkelijkheid en geschilderde illusie.

   
Stijn Peeters, # 695 naar Courbet, 1996, collectie Van den Ende Theaters, Essen (l)
Stijn Peeters, # 1100, De Vrijheid naar Delacroix, 2005 (r)


Stijn Peeters, # 1000, 2002, particuliere collectie 

Het werk van Stijn Peeters zegt veel over hoe hij tegen de huidige  maatschappij aankijkt. Het is te vergelijken met de schilders uit de 17e eeuw, die ook een tijdsbeeld neerzetten. Peeters’ maatschappelijke betrokkenheid blijkt uit de wijze waarop hij focust op het lot dat mensen overkomt, vooral degenen die maatschappelijk gezien achter in de rij staan. Politieke thema’s als de oorlogen in Irak en Joegoslavië, de haat tegen de Islam of de opkomst van de PVV kunnen Stijn Peeters raken. Impressies van alledag en vooral tv-beelden, internet en krantenfoto’s brengen hem in aanraking met de deprimerende wereld van mensen aan de zelfkant van de maatschappij. Dat levert in zijn schilderingen en linosneden rijke associaties op met vluchtelingen, martelingen of slachtoffers van rampen. Maar zijn engagement probeert hij wat op afstand te houden door zulke gebeurtenissen zo objectief mogelijk te observeren en vast te leggen.

   
Stijn Peeters, # 881, 2000, collectie Galerie Michael Schultz, Berlijn (l)
Stijn Peeters, # 879, 2001, particuliere collectie (r)

In 1999 begon Peeters aan de serie Men Outdoors. Daarin traden ineens mannen op de voorgrond op. Men ziet hen dikwijls in een verstild straatbeeld in een desolate buitenwijk, vaak in gezelschap van een hond. Die geeft de mannen een alibi om zich in het donker alleen op straat te begeven. Hun gezichten zijn schetsmatig en onherkenbaar geschilderd, vaak dreigend met naïeve  trekjes. In zulke alledaagse gebeurtenissen komen Peeters’ persoonlijke herinneringen en fantasie samen met universeel bekende beelden. Agressie, zinloos geweld of de problematiek van allochtonen zijn voelbaar aanwezig en naar de emoties, die in de figuren schuil gaan kan men wel raden. Angst, eenzaamheid, beklemming of onrust voeren vaak de boventoon. Vergeleken met andere series beschouwt Stijn Peeters de schilderijen uit Men Outdoors als de minst zware. “Af en toe zit er humor in, wel geen vette schaterlach, maar toch een grijns om er het beste van te maken. In al hun (mijn) lulligheid zijn ze best te hebben, ze doen in ieder geval goed hun best om er het beste van te maken”, merkte hij over deze serie op. Met het verstrijken van de tijd beschouwt Stijn Peeters zijn series vaker als een kroniek dan als een echte aanklacht tegen wantoestanden in de wereld.

Evenals René Daniëls betracht Stijn Peeters de nodige afstand ten opzichte van de schilderkunst. Het schilderen beschouwt hij als een van de media waarmee hij zich kan uitdrukken, iets dat in het begin zeker het belangrijkste aandachtspunt was. Nu bij het ouder worden geraakt hij veel meer geïnteresseerd in ideeën en bekijkt hij de schilderkunst met een kritischer bril. Voor Stijn Peeters heeft het schilderen weinig zin, als hij geen dwingend thema voorhanden heeft.   


Stijn zegt Hey in het Van Abbemuseum, 2009

Tijdens bezoeken aan popconcerten zag Stijn Peeters de directe interactie tussen band en publiek. Dat bracht hem op het project Stijn zegt hey. Voor dit project vroeg hij mensen die hij niet kende om vriend van hem te worden. Als ze daar positief op reageerden kreeg hij toegang tot de albums van zijn nieuwe vrienden. Vervolgens koos hij een foto uit en tekende die met inkt en penseel na. De tekening plaatste hij met een bericht aan de getekende vriend op zijn profiel. Op die manier daagde Peeters mensen uit hem te vertellen wat zij van de tekeningen vonden; zo ontstond een levendige communicatie tussen de kunstenaar en zijn nieuwe vrienden. In 2009 presenteerde hij Stijn zegt Hey met bijna 900 portretten van deze Hyves-vrienden in het Van Abbemuseum.


Kom je in mijn schilderij? Live atelier in museum van Bommel van Dam, 2011

Een nieuwe stap in dit proces is het vergelijkbare project Kom je in mijn schilderij?, dat hij in november 2011 in Museum van Bommel van Dam in Venlo uitvoerde. Peeters nodigde mensen uit om in zijn schilderijen te figureren. Via een weblog houdt hij hen nu van de ontwikkelingen in het atelier op de hoogte. Niet alleen in artistiek opzicht zijn deze projecten een succes, maar vooral omdat talrijke (virtuele) vrienden in levende lijve erbij opduiken. Geheel naar deze tijd kon Stijn Peeters nieuwe doelgroepen aanboren, waaronder mensen die niets of nauwelijks iets met beeldende kunst hebben.

Slotakkoord

Eindhoven kende in de jaren zeventig en tachtig een inspirerend en verlicht kunstklimaat. Anders dan nu blijkbaar. “Niet in Eindhoven blijven, lijkt de boodschap” prijkte pregnant boven een recensie van Hans den Hartog Jager in de NRC van 9 september j.l. Naar aanleiding van de tentoonstelling For Eindhoven – The City as Muse haalde de kunstrecensent behoorlijk hard uit naar het Van Abbemuseum: volgens hem wijdt dat, althans in die tentoonstelling, geen enkele gedachte aan de wijze waarop het museum zich tot Eindhoven moet verhouden, “ de stad waar het al 75 jaar staat en waar het zijn publiek en ideeën vandaan zou moeten halen”. Dat lezende mag je met enige weemoed terugkijken op de jaren zeventig en tachtig, de periode waarin de stad het museum voedde en laafde. Gelukkig gloort er nu enig licht uit een andere hoek: uit de lege fabriekshallen, overblijfsel van Philips’ gloriedagen, komt langzaam een undergroundcultuur bovendrijven.

Hans Biezen werkt in het Noorden van Zweden, 200 km verwijderd van de Noordpoolcirkel, nog steeds in rust en stilte op zijn landgoed. Het is een Zweedse bondegård met vele opstallen, waar de elanden in de winter voor de ramen staan en beren in de lente, op zoek naar voedsel, dicht bij zijn territorium geraken. De lange, ijskoude, donkere winterdagen, die Biezen grotendeels in een licht en helder atelier doorbrengt, zetten hem tot veel creativiteit aan.


Hans Biezen, maquette, 2011

René Daniëls, aan wiens werk zoveel jonge kunstenaars schatplichtig zijn, tekent na zijn hersenbloeding weer, met zijn linker hand. Spreken kan hij niet meer, begrijpen doet hij des te beter. Op openingen van tentoonstellingen in Eindhoven is hij immer aanwezig. Het opsteken of neerhalen van zijn duim geeft aan of hij je mening of verhaal al of niet op prijs stelt.


René Daniëls, Grillitine, kistje voor Dirkx, gemengde techniek, 3 mei 2006, particuliere collectie

Piet Dirkx werkt in Eindhoven uit pure lust en met bezieling gestaag door aan een eerlijk en ontwapenend oeuvre, dat eindeloos lijkt. Zonder enig winstbejag en met een preoccupatie voor alles, dat met taal te maken heeft.

Stijn Peeters’ biotoop ligt ook nog steeds in Brabant. Als hij een goed thema bij de hand heeft, zoals nu met The world upside down, zal hij je blijven verrassen. Oude genres blijft hij oppakken om die van een persoonlijke visie te voorzien. Stijn Peeters verstaat bovendien de kunst zich direct met het publiek te onderhouden.


Stijn Peeters, Triumvirat, ets, 2010 

Met mijn aandacht voor deze memorabele kunstenaars wil ik geen andere kunstenaars uit Eindhoven tekort doen. De betrokkenheid met deze vier en enig chauvinisme voor Brabant, ik geef het ruiterlijk toe, hebben tot deze twee afleveringen geleid.

‘De Brabander, hoe ouder, hoe zotter.
De Hollander, hoe ouder, hoe botter’

Ik kan niet nalaten dit  tweeluik te beëindigen met deze bekende passage uit het Lof der Zotheid (1508) van Erasmus, waarin hij “de hem vertrouwde Brabanders” met de Hollander vergelijkt. Piet Dirkx gebruikte deze als titel voor een van zijn kunstwerken, een met woorden en teksten beschreven aluminium cirkel. Wellicht komt bij de Hollander het verstand met de jaren maar volgens Erasmus is er toch geen ander volk dan de Brabander dat vrolijker is, naarmate de ouderdom nadert. Wordt hier al niet een gevoelige tegenstelling tussen A’dam en E’ven, Noord en Zuid en als je nog even verder fantaseert tussen Nederland en Zweden zichtbaar?

   
Piet Dirkx, De Brabander hoe ouder…….., aluminium cirkel, 2004-2011 met Dialect Paintfullness, installatie met notitie boekjes, 2000-2011 © Peter Cox

Literatuur

Voor dit stuk heb ik wel de meeste boekjes en catalogi die over beide kunstenaars zijn verschenen, geraadpleegd. Ook de website van Stijn Peeters en blijmoedige gesprekken met hem en Piet Dirkx kwamen voor het schrijven goed van pas. Jet van der Lippe en Stijn Peeters behoedden me voor oneffenheden in de tekst.     

http://stijnpeeters.com

7 Comments

  1. Ja, alle vier gave Eindhovense kunstenaars, Kees. Tot snel en overigens een goed en inspirerend 2012.

  2. Dag Michiel op de laatste dag van het jaar, omringd door verblindend wit (nog nooit zo veel sneeuw gezien), met veel plezier jouw tekst over kleurrijke en eigenzinnige brabanders gelezen.
    Een inspirerend 2012 toegewenst,
    Liefs,
    Liesbeth van abbe

  3. Pingback: wilde ideeën en leesvoer (82)

  4. Pingback: Nog meer Stijn | DEELTIJD BEELDENDE KUNST

  5. Hallo Michiel, bij het lezen van je tekst wordt eens te meer duidelijk hoe belangrijk een goed kunstklimaat voor de groei van kunstenaars is. Het van Abbe, met Rudi Fucks, vervulde in de tijd die jij beschrijft een sleutelpositie in Brabant. In het gedeelte over de strikjesschilderijen van Rene Daniels moest ik denken aan een schilderij aangekocht door Heden. Tijdens het maken van de oranje vorm kwam de gedachte op “niet links ook een diagonaal want dan wordt het een Rene Daniels”.
    Hartelijke groet van Marena Seeling p.s. ik zal het schilderij op facebook zetten, kun zien welke ik bedoel

  6. Pingback: Stijn Peeters – GRIM – 27 etsen – elk € 200,- We Like Art - betaalbaar werk van toonaangevende kunstenaars

Geef een reactie

Required fields are marked *.