Michiel Morel

In het hoofd van…

Het bijna niets van Piet Moget, schilder van licht en ruimte

| 15 Comments

Share


Piet Moget, bij zijn rijdend atelier aan de kade in Port La Nouvelle, 2001 © Photsea Studio

Eind oktober fietsen we op een koude, maar heldere herfstochtend in de Languedoc langs de Middellandse zeekust, van Narbonne naar Port la Nouvelle. Na alle drukte van de stad duikt na enige tijd haast vanuit het niets een overweldigend natuurgebied op: La Narbonnaise. Honderden kraanvogels en flamingo’s bivakkeren in dit binnenmeer. In de ijle lucht overvalt je het licht, dat met de minuut verandert als de ochtendzon naar boven kruipt. Al snel ketst de zon als een bezetene op het water aan de beide zijden van de wegdam en lijkt de roze gloed van de flamingo’s naar de hemel te weerkaatsen. Voorbij dit vogelrijke natuurgebied verandert de omgeving plotsklaps. Even voor het stadje Sigean rijden we door een ongenaakbaar, veel harder en kaler landschap. Het is een landstreek waar de Mistral en de felle zon nu in het najaar hun sporen tussen uitgebloeide wijngaarden hebben achtergelaten. Verderop, richting Port la Nouvelle ontwaren we betonnen silo’s en havenkranen die ons aan een Oosteuropees landschap doen denken. Als we na onze fietstocht op de wintercamping naast het Afrikaanse wildpark bij Hameau du Lac arriveren, een paar kilometer van de autoroute Montpellier- Perpignan, is de lucht inmiddels gaan betrekken. Grijstonen voeren nu de boventoon. Zo ervaren we vandaag het licht en het landschap vele malen anders, afhankelijk van de helderheid, de kleuren en het uur van de dag. In deze landstreek heeft het licht een bijzondere kwaliteit.

   
Zonder titel, 1986 – 1987, olieverf op doek, 195 x 185 cm (l)
Zonder titel, 1991 – 1995, olieverf op doek, 126 x 117 cm

Dit is het land, het licht en de ruimte van de in Den Haag geboren kunstenaar Piet Moget (1928). Al meer dan 50 jaar probeert hij hier het steeds veranderende licht in zijn schilderijen te vangen. Vooral de ‘lucidité’ van de grijze luchten, omdat die in zijn landstreek zo sterk is. Daarover zei de schilder ooit in een interview: “Het licht van de Mediterranee is veel gevulder dan dat van Nederland, rijk alsof er mikroskosmos van leven in zit. Zo transparant wil ik mijn schilderijen hebben”. In zijn schilderijen concentreert de kunstenaar zich op één motief: het landschap van de maritieme ruimte. Kust, zee, strand maar vooral het licht zijn de terugkerende taferelen in Moget’s stille schilderijen, die steeds uit drie horizontale vlakken bestaan. Die staan voor de lucht, de zee en de aarde. De strenge indeling ervan maakt Piet Moget niet tot een geometrische schilder, want de voorstelling is altijd abstract en figuratief. Lijn en vlak worden geaccentueerd door het consequent vierkante en meestal forse formaat van zijn doeken. Moget’s landschappen zijn de uitkomst van een langdurig en intensief kijken naar steeds weer hetzelfde motief, het zeegezicht van de Middellandse Zee.
Piet Moget vestigde zich in 1952 in de Languedoc en ging er nooit meer weg. Direct voelde hij zich hier thuis. Het wispelturige licht van de kust, de boten die voorbij varen, de nabij gelegen haven met zijn roestige en verweerde kranen willen hem nog wel eens herinneren aan het Scheveningen van voor de Tweede Wereldoorlog. De hemel daar aan de duinenkust was hem in zijn jonge jaren heilig. Op wandelingen door de duinen naar zee kon hij intens genieten van het licht. Teleurgesteld was de kleine Piet als op het hoogste punt van het duin de zee in zijn blikveld verscheen. Het was hem toen al veel spannender uitsluitend licht en ruimte te ervaren.

      
Het strand van Scheveningen, 1945 – 1946, 31,5 x 42,5 cm (l)
La grange basse, 1954 – 1958, olieverf op doek, 130 x 162,5 cm (m)
Vijgenboom en riet, 1955, olieverf op doek, 72 x 82 cm

Piet Moget stamt uit een arbeidersgezin. In Den Haag bezocht hij de Eerste Nederlandse Buitenschool aan de Loosduinseweg. Kinderen kregen hier les in de buitenlucht. Dat zou een gunstige invloed op hun gezondheid hebben. Hij werd er een beetje als een moeilijk geval gezien, maar uit later onderzoek bleek dat hij claustrofobisch voor binnenruimten was. Het heeft er toe bijgedragen dat Moget zijn schilderend leven verder voor het grootste deel in de buitenlucht zou doorbrengen. Creatieve vakken, vooral tekenen en muziek waren zijn favoriete onderdelen in dit actieve onderricht. Op z’n achtste jaar kon hij al aardig met een accordeon overweg en twaalf jaar oud werd hij op de Haagse Academie de eerste jonge leerling. Toen mocht hij al voor een cursus tekenen op woensdag- en zaterdagmiddag bij volwassenen aanschuiven. Van Jan Blokpoel, een kunstenaar die zich in de traditie van de Haagse School voegde, kreeg hij zijn eerste teken- en schilderlessen. Wat hij met licht in zijn werk kon doen merkte hij voor het eerst in de oorlogsjaren op, in het werk van de kunstenaar Jan Sluiters. Al in 1942 verkocht Moget zijn eerste schilderij op een tentoonstelling in Voorburg. De oorlogsjaren bracht hij voor een deel in Gelderland door waar hij met veel met kleuren experimenteerde. In ruil voor levensmiddelen schilderde hij boerderijen, boeren, paarden, zeg maar het realisme van het Nederlandse landschap. Het lag voor de hand dat hij na de oorlog zijn eerste soloexpositie in Gelderland had: in Arnhem bij verf- en glashandel Schipperus. In de herfst van 1946 ving hij zijn studie aan de Academie aan en kreeg er les van twee Haagse iconen: Rein Drayer en Paul Citroen. Ene mevrouw Giacometti onderrichtte hem in kunstgeschiedenis.

   
Kade Port La Nouvelle, 23-02-2012 om 18.20 uur (l)
Piet Moget, 2001 © Photsea Studio

Sinds 1959 schildert Piet Moget iedere dag buiten hetzelfde motief aan de havenkade van Port la Nouvelle. ’s Ochtends vroeg en in de late namiddag tuft de schilder met zijn atelierbus naar een vaste plek aan de haven, waar tot voor kort een brede parkeerplaats voor hem was gemarkeerd. Of hij is bij zijn atelier te vinden in het zelf aangeplante dennenbosje aan het eindeloze, harde strand aan zee. Zijn rijdende atelier is volgestouwd met olieverf, enorme kwasten, liters terpentijn en rekken om zijn schilderijen van twee bij twee meter in te kunnen plaatsen.
Om te schilderen hangt of plaatst Moget zijn doeken op ooghoogte aan de zijkant van de bus, die hem ook enige bescherming tegen de wind biedt. In ijle, bijna lichtgevende tinten probeert de schilder de ervaren maritieme ruimte, de eindeloosheid boven en onder de horizon te vangen. Het mooist zijn hem de momenten waarop de zon achter de wolken heel even de hemel oplicht. Vrijwel dagelijks voert hij een moeizame en verbeten strijd om die ene sensatie weer te geven: het besef van oneindigheid, de stilte en verlatenheid, maar bovenal de werking van het licht. Het wispelturige licht daagt hem uit en iedere dag stelt de schilder zich de vraag of het zich door hem wil laten pakken. Het is zoeken naar een antwoord dat niet te vinden is.
Op het eerste gezicht lijken de schilderijen abstracties vanuit een fundamentele benadering, schatplichtig aan bijvoorbeeld de mystieke schilderkunst van Rothko. Maar bij nadere bestudering dringt de werkelijkheid van dat ene motief zich op: het landschap met atmosferische verten, daarachter de zee, eindeloos, die onzichtbaar overgaat in de hemel. Altijd verschillend in toon, dimensie en stemmingen, streng en sereen, eindeloos afgewogen tot de essentie van het terugbrengen is bereikt. Wat een strijd, die Moget continu voert. Niet in de beslotenheid van een atelier, maar alleen buiten, waar regen en zeewind hem nauwelijks deren, kan hij het licht ervaren en verwerken.
Uitzonderlijk grote kwasten gebruikt Moget. Ze lijken meer op bezems of borstels. Soms bevestigt hij ze aan een bezemsteel. Daarmee brengt hij met veel terpentijn verdunde olieverf laag op laag, kleur na kleur op het doek aan. Veel gaat mis, waardoor hij dagelijks liters terpentijn gebruikt. Het spettert zo in de rondte dat hij er aan het eind van de dag branderige ogen en hoofdpijn aan kan overhouden. Zo ontstaan subtiele landschappen, bijna monochrome schilderijen, waarin voor de kademuur mauve, grijs en groen in alle mogelijke nuances de dienst uitmaken. Voor de lucht zijn dat veel soorten wit en tintelend grijswit. Op de in de avonden geschilderde werken zie je meer mosgroen, oker en grijs; blauw en violet overheersen wat meer in de ochtend.

      
Zonder titel, 1992 – 1998, olieverf op doek, 27 x 22 cm, particuliere collectie (l)
Zonder titel, 1986 – 1987, olieverf op doek, 194,5 x 185 cm (m)
Zonder titel, 2007 – 2008, olieverf op karton, 41 x 33 cm

Als regelmatige hardloper, die zelf aan de kust woont, ben ik regelmatig op het strand te vinden. Altijd vergezellen me daar de ruimte van de hemel, de zee en het strand uit de schilderijen van Piet Moget. Je kunt ze niet ontlopen.  Jarenlang heb ik al die verschillende tinten grijs, lichtblauw en violet van de ruimte onder en die tintelingen van parelmoer boven de horizon waargenomen. Of het nou een heldere of een dag met een dichte grijze nevel was. Hoeveel van die luchten heb ik wel niet gezien, zonder dat bewust echt in de gaten te hebben gehad. Want je bent ze al vergeten op het moment dat je blik een andere kant op vliegt of als je door de passen van een loopmaatje wordt afgeleid. Het is precies de essentie van hetgeen Piet Moget schildert. Niemand beter dan K. Schippers kon het treffender duiden: “De bronnen van je omgeving, de ruimte, het licht, zonder dat er iets gebeurt, steeds probeert Moget dat weer te geven”, aldus de schrijver in zijn essay De kom van Moget. En verderop “zoekt de schilder steeds de aan het geheugen ontsnappende tint, die bij het vergeten hoort. De likken van de verloren ogenblikken”.

Het duurt lang voordat Moget tevreden is. Hij werkt aan en worstelt met twintig doeken tegelijk; slechts een enkel doek voldoet aan zijn hoge verwachtingen. Naar zijn zeggen zijn er slechts drie doeken per jaar echt naar zijn zin. Heel vaak schildert hij een doek opnieuw door er eerst met puinsteen lagen verf af te schuren, om vervolgens van voren af aan te beginnen. Het is de consequentie van het streven naar de meest zuivere stijl. Tegenwoordig, vanwege zijn leeftijd, produceert hij ook meer kleinere doeken vanuit zijn uit hout opgetrokken schuurtje, dat aan het strand als atelier dient.

De veelzijdigheid van Piet Moget

   
Het atelier, 1962 – 1968, olieverf op doek, 92 x 72,5 cm (l)
Piet Moget in zijn atelier aan het strand in Port la Nouvelle © Photsea Studio

Reeds tijdens zijn kunstopleiding trok Piet Moget er op uit. Hij ondernam  reizen naar o.a. Spanje, Italië en Zwitserland en nam een bohemian way of living aan. Maar vooral Frankrijk en Zweden oefenden vanaf het begin van zijn carrière een grote aantrekkingskracht op hem uit. Tussen deze twee landen pendelde hij voortdurend op en neer. Al meteen na de bevrijding zwierf Moget zonder enige cent op zak enkele maanden door Frankrijk. Met het maken van portretten voorzag hij in zijn onderhoud. De Haagse kunstenaar Jan van Heel verleende hem nog enige tijd onderdak in Parijs. De invloed die Franse schilders Bonnard, Monet en Pissaro op hem uitoefenden en vooral die van de in Frankrijk wonende Geer van Velde (1898-1977), bracht hem naar Frankrijk. Geer van Velde was al sinds 1938 ondergedompeld in het Zuidelijke licht en had zich een abstracte  expressionistische vormentaal eigen gemaakt. Zijn werk vertoonde enige constructivistische inslag en kenmerkte zich door harmonieuze en lichte composities. In 1947 ontdekte Moget op een Bonnard tentoonstelling het schilderij Mediterannée van Geer van Velde. “This work carried a message of hope and serenity”, zei hij er ooit over. Van hem leerde Moget dat je het Zuidelijke licht dagelijks moet bestuderen, hoe het zich gedraagt en hoe het de ruimte bepaalt en verandert. Hoe het werk van Geer van Velde Moget’s blik verbreedde en hem bewust maakte van de problemen van het licht in de Middellandse Zee was al merkbaar in de schilderijen, die hij in 1948 in Saint-Remy de Provence maakte.

   
Geer van Velde, Compositie, 1947 – 1950 (l)
Geer van Velde, remake van zijn schilderij Mediterannée

In Scandinavië, vooral in Zweden trok hem het Noordse licht. In 1951 liftte hij met collega kunstenaar Rudi Polder naar Lapland, naar de Noordkaap, naar Narvik. Ze verbleven er drie maanden. In Jokmokk maakten ze in een hotel een groot decoratief kunstwerk. Van het honorarium konden ze weer enige tijd leven. Maar ze namen ook grafisch werk mee van kunstenaars als Kees Andrea, Wil Bouthoorn, Co Westerik of Paul Citroen. Zweden, dat nauwelijks onder oorlogsgeweld had geleden, bleek een goede markt voor kunst te zijn. In verschillende Zweedse steden organiseerde Moget exposities met werk van diverse kunstenaars. Zo kwam hij  in contact met kunstverzamelaars. Met de opgestreken commissie en de verkoop van zijn eigen werk kon hij  maanden naar Frankrijk gaan om er te schilderen.  In 1951 huwde hij Mary Schallenberg, een klasgenote van de Academie. Met haar reisde hij ook enkele zomers door Zweden om er hun werk op markten te verkopen. Via een toonaangevende Zweedse schilder, Rudolf Flink, kreeg Piet Moget nog de functie van directeur van de Konsthögskola in Gothenburg aangeboden, die hij na ampele overwegingen niet aannam.

Tentoonstellingsmaker en verzamelaar

   
Zonder titel, 1960 – 1965, olieverf op doek, 194 x 195 cm (l)
Zonder titel, 1987 – 1990, 195 x 185 cm

Piet Moget is van meerdere markten thuis. Naast het kunstenaarschap en een goede neus voor zaken, is hij een ook begaafd tentoonstellingsmaker en een verwoed verzamelaar. Zijn eerste schreden op het terrein van tentoonstellingsmaker zette Moget eind jaren vijftig, thuis. In zijn krakkemikkerige woning toonde hij werk van nu befaamde en beroemde kunstenaars: Max Ernst, Paul Klee en Jean Dubuffet. Allen kunstenaars van de Ecole de Paris. Maar het verkoopsucces, dat hij eerder in Zweden met werk van Haagse kunstenaars had, bleef uit. Er zouden nog jaren voorbij gaan voordat Moget enige loop in zijn kunsthandel kreeg. Ondertussen droomde hij van het opzetten van een landelijk museum voor moderne kunst, à la Kröller-Muller op de Veluwe of Louisiana bij Kopenhagen. Die kans kreeg hij toen hij in Hameau du Lac een vervallen wijnloods kon kopen. Eigenlijk zijn het twee aaneengesloten wijnopslagplaatsen, die ooit deel uitmaakten van een groot landgoed. Hij liet ze restaureren en maakte ze geschikt als expositieruimte. Het is een prachtig stoer pand met twee verdiepingen, talrijke boogvensters en enorme deuren. Een grote weegschaal, wijnvaten, gesloten cellen met schuifluiken op de grond herinneren nog aan het oorspronkelijk gebruik. In 1991 starte hij er Lieu d’Art Contemporain (L.A.C.), dat inmiddels tot een befaamd museum is uitgegroeid. Hier ontwikkelde hij samen met dochter Layla een indrukwekkend tentoonstellingsprogramma. Vermaarde kunstenaars als Robert Morris, Roman Opalka, Robert Ryman enThomas Ruff betraden het L.A.C. podium. De openingstentoonstelling was uiteraard gewijd aan Geer van Velde, maar ook andere belangrijke Nederlandse kunstenaars bracht hij voor het voetlicht: Jan Andriesse, Philip Akkerman, Marlene Dumas, JCJ van der Heyden e.a.

      
L.A.C. Lieu d’Art Contemporain, Hameau du Lac, voorzijde en tentoonstellingsruimten

De aanschaf van een kubistisch schilderij van Picasso vormde het begin van een uitgebreide privé-collectie. Moget kon dit werk kopen met geld dat hij als tolk voor Duitse krijgsgevangenen, die in een Frans hotel verbleven had verdiend. Vanwege zijn goede contacten en een groeiend netwerk in de moderne kunst bouwde Piet Moget gestaag een belangrijke en imposante verzameling op. Als je door zijn ruimte in het L.A.C. dwaalt kun je zomaar tegen een Yves Klein, Jean Dubuffet of een werk van Bart van der Leck aanlopen. Ja zelfs een vroege Mondriaan wil nog wel eens op zaal hangen. En onlangs hingen werken van Marlene Dumas, Kenneth Noland, Edwin Ruscha, James Turrell en Luc Tuymans nog broederlijk bij elkaar in een van de expositieruimten. Maar ook voor meesterwerkjes van minder bekende kunstenaars als bijvoorbeeld Corrie de Boer, kan Moget vallen. Uit tentoonstellingen die de kunstenaar samen met zijn dochter organiseert koopt hij meestal werk aan. Bebaard en immer getooid met een mutsje blijft hij er even bescheiden als eenvoudig onder. Van heinde en verre komen belangrijke curatoren van musea naar het L.A.C., om tentoonstellingen te bekijken of werk in bruikleen voor een expositie te vragen. Hoewel Piet Moget al sinds 1952 in Frankrijk woont en werkt, onderhoudt hij nog steeds een goede relatie met zijn hometown. Niet zelden verblijft hij in zijn pied-à-terre aan de Haagse Laan van Meerdervoort. Die vormt de uitvalsbasis  voor bezoeken aan vakgenoten en voor het onderhouden van zijn artistieke netwerk in Nederland. Zo kun je hem in musea of beurzen zien rondstruinen op zoek naar interessante kunstenaars. Naar aanleiding van zijn bezoek aan de Rotterdam Art Fair stelde hij in 2007 werk tentoon van Rotterdamse kunstenaars (Allard Budding, Olphaert den Otter, Hulya Yilmaz e.a.).


Ed Ruscha, Faith, 1972 – 1973

De combinatie van kunstenaar, verzamelaar, handelaar en tentoonstellingsmaker is er niet een die in Nederland bepaald gangbaar is. Moget wordt er nog wel eens op aangesproken. Het deert hem niet. Hij vindt Nederlanders in dat opzicht nog steeds calvinistisch van aard. “Rembrandt en Frans Hals waren al kunstenaar en kunsthandelaar tegelijk. Ik bevind me met hen in goed en aangenaam gezelschap”, merkte hij er ooit over op.

Zal Piet Moget er ooit in slagen de essentie en het geheim van de voortdurende verandering van het licht van het Zuidfranse landschap te ontcijferen? Dat, wat hem al zijn hele leven in de ban houdt. Niets is zo veranderlijk als het licht, maar Moget houdt koppig vol. Voor buitenstaanders moet het onvoorstelbaar zijn dat hij dit met zoveel geduld en eeuwige studie iedere keer weer voor elkaar probeert te boksen. Vanwege die eeuwige fixatie op het licht is Moget wel eens vergeleken met de mythologische Sisyphos, die door Albert Camus ten tonele is gevoerd als exemplarisch voor de absurde mens. Moget weet als geen ander dat het irrationeel is en het geen zin heeft, maar dat hij er als kunstenaar nooit aan kan toegeven. Die verbeten strijd om het licht te vangen zal hij blijven voeren, desnoods tot hij erbij neervalt. Daarom zijn Moget’s doeken een sublimering van wat hij meent waar te nemen. Hij blijft je iedere keer verrassen door de enorme intensiteit en zuiverheid in zijn schilderijen.

   
Piet Moget op opening tentoonstelling Museum Belvédère, december 2011 (l)
Piet Moget in het L.A.C. voor een werk van Kenneth Noland, februari 2012  

Ofschoon Piet Moget bij een van de meest succesvolle Franse galeries, Yvon Lambert, al lange tijd onderdak heeft, komt een solotentoonstelling in een van de grote Nederlandse musea niet op zijn indrukwekkende expositielijst voor. Wellicht wordt zijn werk hier te beheerst, ja zelfs te beschaafd gevonden, maar waarschijnlijker lijkt me de Nederlandse calvinistische instelling: raar aankijken tegen de combinatie kunstenaar, tentoonstellingsmaker en verzamelaar. Ook Moget’s kritiek op musea, die hij verwijt te weinig avontuurlijk te zijn, zal er wel debet aan zijn. Zijn eigen tentoonstellingen in Nederland waren voornamelijk bij de kunsthandel te zien: Borzo, M.L. Boer en New Style, organisaties die zich doorgaans met erkend goede en minder goede perioden in het werk van kunstenaars bezighouden. Ook galeries met ondernemingsgeest, die zich juist verwant voelen met Piet Moget’s activiteiten. In ieder geval maakte museum Belvédère in Heerenveen onlangs deze museale omissie goed en kreeg de kunstenaar er op zijn oude dag een stralende tentoonstelling. In navolging van zijn vroegere vriend en collega Geer van Velde, die er samen met broer Bram ook in 2011 exposeerde. En gelukkig zijn er legio verzamelaars van het werk van Piet Moget. Onlangs werd een goede vriend van me door de vader van zijn overbuurman aangesproken. Die had zijn zoon voor de geboorte van zijn tweeling vier schilderijtjes van Moget cadeau gedaan. Of hij het erg vrijpostig vond even bij mijn vriend te mogen binnenkomen, want vanaf de straat had hij een schilderij van Piet Moget aan de muur zien hangen. Zo weet ik dat in een straat in de Haagse Archipelbuurt er sowieso vijf Mogets hangen!  Zelf prijs ik me gelukkig, dat ik in 2006 bij Heden een tentoonstelling met werk van deze bijzondere kunstenaar en verzamelaar heb kunnen organiseren. Piet Moget wil ik hier graag loven voor het werk dat hij voor de beeldende kunst verricht heeft en overigens nog steeds met energie en scherpte doet.

Geraadpleegde literatuur

Piet Moget, tentoonstellingscatalogus New Style Gallery Den Haag, 1981
Piet Moget, La Rive d’en face, uitgave Louis Carré & Cie, Parijs, 2001
Piet Moget, K. Schippers (De kom van Moget) en Janneke Wesseling (Vergankelijkheid in de wijngaarden) over Piet Moget, uitgave Artoteek Den Haag / Heden, Den Haag, 2006
Piet Moget, Parcours d’une oeuvre, uitgave L.A.C Lieu d’Art Contemporain, Sigean,2008
Uiteraard kwamen de gesprekken, die ik in de loop der jaren met Piet en Layla Moget voerde goed van pas.

15 Comments

  1. vivre Piet Moget, een held!

  2. Fijn stuk Michiel, dank je!

  3. Weer genoten Chiel, en enkele ogenblikken in de huid van de man gezeten. Leest heerlijk weg!

  4. De Heden uitgave uit 2006 is nog verkrijgbaar voor slechts € 5.
    http://www.heden.nl/winkel/2006

  5. Dag Michiel,
    Huib stuurt me regelmatig jouw site door.
    Heb uitvoerig je bericht over Piet Moget gelezen. ik kende hem niet.
    Mooie titel: het bijna niets van PM.
    Fraai ook hoe hij bezig is met de problemen van het licht.
    Zijn doeken, vooral als je een drietal naast elkaar ziet, doet je anders kijken naar het licht; de betekenis van licht, de werking ervan. Die eindeloze strijd om het licht te vangen, ja dat snap ik wel. Het licht is zo volstrekt autonoom. Piet Moget meet zich met een grootheid: een wezenlijk natuurverschijnsel. Het licht dat we dagelijks nodig hebben, in al zijn verschijningsvormen. Je beschreef het frappant in het verslag van jullie fietstocht.
    Mobiel atelier, dat klinkt zeer aanlokkelijk.
    Dank voor de kennismaking met Piet Moget.
    lieve groet, ook aan Marion,
    Machtelt

  6. Mooie tekst Michiel, had nog nooit van Piet Moget gehoord

  7. Pingback: Favorieten #21 « Villa La Repubblica

  8. Mooie tekst! Maar toch één opmerking.
    In 2007 kreeg ik de prachtige opdracht van Piet Moget om zes Rotterdamse kunstenaars uit te nodigen voor een tentoonstelling. Het was geweldig om daar te exposeren! Met Allard Budding, Ari Hodgson, Olphaert den Otter, Carel de Raadt, Dina Vos, Hulya Yilmaz.

  9. Mooi verhaal. Ik heb Piet Moget een paar jaar geleden ontmoet in zijn galerie (http://www.lac.narbonne.com/). Het is een erg aimabele man die met veel plezier verteld over kunst. Zijn prive collectie is ook gedeeltelijk tentoongesteld in de galerie. Daarin vindt je schilderijen van grote namen, nu eens zonder glas en bewaking! Zeer de moeite waard.

  10. Wat een prachtig werk! Ik heb de neiging mijn ogen scherp te stellen kijkend naar de schilderijen van Piet Moget. Wanneer ik mijn bril afzet [-6] ziet de wereld in al zijn vaagheid en grijstonen ook zo uit.

  11. Dit verhaal over Piet Moget is nu ook gepubliceerd in Nynade, tijdschrift voor kunst en letteren, april 2012

  12. Was deze zomer op vakantie in de Lanquedoc-Rousillon toen in Bedarieux een tentoonstelling werd gehouden van het werk van Piet Moget. Aangezien ik kort (5 min.) voor sluitingstijd het museum binnen kwam heb ik alle daar hangende werken gefotografeerd. Ik werd getroffen door de professionaliteit van zijn werk, maar ook door de veelheid van sferen die uit de werken naar voren kwam.

  13. Piet Moget is op 13 december 2015 overleden.

  14. Dit verhaal heb ik geactualiseerd en met 7 andere verhalen gebundeld in mijn boek ‘Breekijzer op het geheugen’, dat begin januari 2017 is verschenen bij uitgeverij De Zwaluw. Het is te koop voor € 12,60 inclusief verzendkosten.

Geef een reactie

Required fields are marked *.