Michiel Morel

In het hoofd van…

Hans van Leeuwen: kunst en politiek

| 7 Comments

Share

10
Partijbureau SP met tekst van Karel Glastra van Loon

Als beeldend kunstenaar in de landelijke volksvergadering willen zetelen en je palet niet aan de wilgen hangen. Ben je dan goed bezig of een beetje mesjokke? De geschiedenis leert dat er nauwelijks een kunstenaar was die er zich aan waagde. Hans van Leeuwen, jarenlang een belangrijke ‘sparringpartner’ in de kunst, bokste het voor elkaar.

Inmiddels heeft hij het Binnenhof als uitvalsbasis verruild voor het partijbureau van de SP, gevestigd in een strak en sober gebouw, gelegen tussen grootschalige, logge en smakeloze kantoorpanden. Het is een verademing tussen het uit bruine baksteen opgetrokken donkere kantorengeweld. Met zijn lichte stucwerk en transparante gevel oogt het geïnspireerd op de zakelijke architectuur uit de jaren twintig en dertig. Zijn naam als medevormgever van de restauratie van het gebouw is nergens te ontdekken. Toch heeft de rationele kunstenaar en politicus Hans van Leeuwen zich stevig met de herontwikkeling van dit systeembouwproduct uit de jaren zeventig bemoeid. Je voelt het op je klompen aan als je hem in een onbewaakt ogenblik achter een flex-computer met een schilderij van El Lissitzky op het scherm, betrapt. El Lissitzky (1890 – 1941), de Russische avant-gardist en constructivist die een belangrijke bijdrage leverde aan de ontwikkeling van een nieuwe stijl. Hij was een van de grondleggers van de moderne kunst en veelzijdig als kunstenaar, architect, typograaf, designer en inrichter van tentoonstellingen. Voor een geëngageerd kunstenaar als Hans van Leeuwen was Lissitzky een lichtend voorbeeld en in zekere zin richtinggevend. In zijn werk bouwt Hans van Leeuwen voort op een constructivistische traditie. Zijn geometrisch opgebouwde schilderijen spetteren in het nieuwe partijkantoor van de kraakheldere muren af.

1. Voorzijde De Moed 2a
Voorzijde en ingang De Moed (l)
El Lissitzky op het scherm (r)

Hans van Leeuwen (1952) studeerde in 1976 af aan de Willem de Kooning Academie. Het ging hem daar vooral om het picturale, de mogelijkheden van kleur, vorm, textuur en materialen. Dat er misschien sprake was van geëngageerde kunst, vroeg hij zich toen niet af, hoewel kunststromingen als het abstract-expressionisme, pop art, het hyperrealisme en de Neue Wilden of minimal art opkwamen. Toch ontwaakte hier zijn engagement en belangstelling voor de politiek. Het kon ook bijna niet anders, stammend uit een familie waarin de grootouders tot de harde kern van de SDAP-familie behoorden en waar men in huiselijke kring veel waarde hechtte aan kritisch burgerschap. Daarnaast waren het roerige tijden, waarin de samenleving tot op het bot gepolitiseerd was. Vietnam-demonstraties, het kolonelsregime in Griekenland en Chili, de toestand in El Salvador, je moest je wel over iets druk maken. Langzamerhand kreeg Van Leeuwen in de gaten dat hij het als kunstenaar beter voor elkaar had dan anderen aan de rafelrand van de samenleving. Dat ook kunst meer moest zijn dan kleur, vorm, textuur en materiaal. Dus niet alleen schilderen om het schilderen, maar dat kunst ook moest bijdragen aan een betere wereld en kritisch tegenover het bestaande moest staan. ‘Wat er zeker aan heeft bijgedragen, was een ontmoeting met Salvador Dali in zijn huis in Cadaqués. Nou ja, huis, zeg maar gerust paleis. Pracht en praal, kreeft, kaviaar, witte en roze champagne, geschonken door lakeien met witte of roze handschoenen. Het contrast met de naast de paleistuin gelegen schamele vissermanhuisjes met hun even schamele bewoners kon niet groter. Dit kon niet de bedoeling van het kunstenaarschap zijn’, zo liet hij eens optekenen.

Zijn eerste schilderijen zijn dan ook een weerklank van de tijdgeest in die jaren. Baterias Philips, una de las cosas que tenemo para rato heette een schilderij uit die tijd. Over Philips batterijen, die weliswaar lang meegaan, maar wel uit een fabriek in Sao Paulo, Brazilië, kwamen, niet zo’n fris land in die tijd. Er volgden schilderijen gemaakt met reclameleuzen van multinationals tegen de achtergrond van sloppenwijken. Of die werken veel hebben bijgedragen aan een betere wereld, valt te betwijfelen. Zo’n beetje uit naastenliefde leende hij ze uit aan gelijkgestemde vrienden; zakelijk instinct en kunstenaarschap lieten zich slecht combineren. Wel een hoop goede bedoelingen, maar met zijn werk een betere wereld creëren bleek een onbegonnen opgave. Als je het ergens niet mee eens was, moest je je mond open doen, begrijpelijke taal spreken, medestanders vinden en tegenmacht organiseren. Die lijn zou zich geleidelijk gaan ontwikkelen, te beginnen met zijn deelname aan en vertegenwoordiging in de Bond van Beeldende Kunstenaars (BBK) en later in diverse kunstcommissies en adviesraden.

BKR en BBK

In het tijdperk van de Beeldende Kunstenaarsregeling (BKR) stond Van Leeuwen model voor de gemiddelde gebruiker van die regeling: net getrouwd, vader van twee kleine kinderen en een kunstenaar die degelijke en behoorlijke kunst maakte. Regelmatig was zijn werk op exposities te zien, nochtans was hij niet in staat zonder aanvullende voorziening het hoofd boven water te houden. Uitvreters werden ze genoemd, de te weinig verkopende kunstenaars in de BKR. Furieus kon hij reageren op uitspraken als zouden de meeste kunstenaars in de BKR maar wat aanrotzooien en een lekker leventje leiden op kosten van de belastingbetaler. ‘In elk vak zitten mensen die de kantjes ervan af lopen, maar de BKR dwingt ook kwaliteit af’, was steevast zijn tegenargumentatie. Ook in de BKR moesten kunstenaars aan kwaliteitsnormen voldoen. Deskundige commissies bekeken hun werk gemiddeld twee tot drie keer per jaar, voor Hans van Leeuwen was dat een eeuwigdurend examen.

3. Hans van Leeuwen 2 februari 2012 4.-Werken-in-vorige-atelier-op-2-febr
Hans van Leeuwen in het oude atelier in Leidschendam

Toen de BKR in 1987 een kopje kleiner werd gemaakt, ontwikkelde Hans van Leeuwen een hoekige relatie met de BBK. Deze adviseerde zijn leden om met hem als lid van de Haagse aankoopcommissie contact op te nemen en hem onder druk te zetten om kunstwerken van BBK-leden aan te kopen. Maar wie was hij wel om een artistiek oordeel te vellen over hun werk? Die BBK-mentaliteit was hem vreemd. Om te voorzien in zijn onderhoud werkte hij als kunstadviseur bij Artbank, die kunstprojecten voor bedrijven verzorgde. Hij voegde zich op plekken waar hij invloed op het kunstbeleid meende te kunnen uitoefenen. In Lisse, Schiedam en Vlaardingen was hij lid van commissies die zich bezighielden met kunstopdrachten, vooral in de stedelijke omgeving. De inrichting en ordening van het landschap had zijn speciale aandacht. Fietsend door Europa, altijd in zijn uppie, kwam hij vele verstoorde landschappen tegen, de meeste grof vernield en foeilelijk. Maar waar de projectontwikkelaars niet waren langs geweest, ervoer hij nog de kwaliteit: ‘het subtiele evenwicht tussen mooi en nuttig, tussen esthetica en functionaliteit’. Meerdere malen vergeleek hij het diepe, zwarte water en groene weilanden met de landscape art in de stijl van Mondriaan, hoewel die primaire kleuren gebruikte. In Van Leeuwen’s politieke leven zouden projectontwikkelaars nooit op zijn steun hoeven te rekenen.

Zijn sympathie voor de BBK was al behoorlijk verdampt toen hij zich in 1987 als lid van de SP meldde. Al snel bewoog hij zich met gemak in het politieke bedrijf. Niet lang daarna zat hij in het partijbestuur en was hij in zijn woonplaats vanaf 1994 tien jaar lid van de gemeenteraad. Zowel in de regionale als in de kunstpolitiek bleek hij een luis in de pels te zijn, die vakkundig en op het juiste moment de vinger op de zere plek wist te leggen. Tegen de eeuwwisseling was de tijd rijp om meer vorm aan zijn politieke idealen te geven. Eigenlijk stond de partijleider hem al enige tijd op te wachten met de vraag of hij de cultuur binnen en buiten de partij wilde gaan promoten. Het kostte hem de nodige moeite het schilderen (even) te laten voor wat het was, maar het kunstenaarschap zegde hij nooit vaarwel. Daar benutte hij zo veel mogelijk nachtelijke uurtjes voor. Het heeft de partij geen windeieren gelegd.

5
Zonder titel, 75 x 125, 2011

Een kunstenaar als spil in het bedrijf van een politieke partij, een steunpilaar voor de leden en een echte kameraad voor de partijleiding. Een kunstenaar ook tussen politici, die koppig, star en eerzuchtig kunnen zijn, maar veelal toch met een persoonlijk idealisme dat zich aan een volksvertegenwoordiging verbindt. In 2006, toen de partij bij de verkiezingen maar liefst 25 zetels behaalde, kwam Van Leeuwen in de Tweede Kamer. Hoever reikt je politieke antenne om als kunstenaar deel van de volksvertegenwoordiging te willen uitmaken? Voor Hans van Leeuwen was het zeker een morele verplichting naar de partij. Maar vooral het geloof dat de politieke antenne zijn kwaliteiten zouden verspreiden en voor betere ontvangst van maatschappelijke signalen zou zorgen. En ‘nee’ zeggen was niet aan de orde; de kunstenaar heeft er zijn hele leven al moeite mee.

Aldus belandde hij in een wereld van hypes, de Haagse kring van politici, spindokters, lobbyisten, voorlichters en journalisten. Het zou de kunstenaar in dit hectische, politieke bestaan niet altijd even gemakkelijk afgaan, gewend als hij was om zijn eigen verantwoordelijkheid te dragen en in betrekkelijk korte tijd tot resultaat te komen. Voor iemand die rechttoe rechtaan is en dikwijls geen blad voor de mond neemt, was het in Den Haag op eieren lopen. En voor politieke spelletjes was hij niet in de wieg gelegd. Maar hij kon genieten van de debatten die hij met zijn politieke tegenstanders moest voeren om de cultuur op de agenda te krijgen en te houden. Het bleven echter achterhoedegevechten en de resultaten waren na vier jaar Kamerlidmaatschap, ook als woordvoerder Ruimtelijke Ordening en Cultuur, op één hand te tellen. Om een tweede termijn stond hij niet echt te springen, hetgeen de partij zich gerealiseerd moet hebben, gezien zijn plaats 18 op de verkiezingslijst. In 2010 behaalde de SP bij de verkiezingen ‘slechts’ 15 zetels en kon de kunstenaar in de boezem van de partij terugkeren.

Debatavonden, optredens van Kamerleden, bijeenkomsten met kaderleden, culturele manifestaties en andere activiteiten organiseert Hans van Leeuwen sinds 2012 vanuit het moderne hoofdkantoor. Zelf leidt hij ook menig debat in het land over uiteenlopende onderwerpen als de creatieve sector, kunsteducatie, ruimtelijke ordening of stedelijke ontwikkeling. De nieuwe werkplek zit hem als gegoten. Die heeft een industriële uitstraling: witte muren in combinatie met grijs geverfde betonnen vloeren, ontbrekende plafonds, leidingen die in het zicht liggen, toepassing van industriële verlichting en gebruik van duurzame materialen. Het meubilair is maatwerk, met de huiskleur rood als primaire kleur. In veel gevallen is er sprake van hergebruik van meubilair. Van Leeuwen werkte actief mee aan sloop, bouw en afwerking, niet te beroerd om de in het oog lopende bruine leidingen in de weekenden van een zwart tintje te voorzien. De meeste bureaus en tafels ontwierp hij zelf. Hij kon zich uitleven aan de begeleiding van de nieuwbouw en samen met de interieurarchitect aan de inrichting. Zeker ook geïnspireerd door de al genoemde veelzijdige constructivist El Lissitzky.

Kunst en de SP blijken trouwens onvoorwaardelijk met elkaar verbonden te zijn. De partij maakt eigenzinnige keuzes: Joep van Lieshout ontwierp de Soep Express, ontwerpbureau Thonik stond garant voor de huisstijl en spotjes worden door veel kunstenaars gemaakt. Hans van Leeuwen, als kunstenaar nooit geïnteresseerd om bij commerciële galeries tentoon te stellen, sluit in zo’n rijtje mooi aan, nu zijn werken een functionele plek in het gebouw hebben gevonden.

6 7
Ontwerp tafel (l)
Zonder titel, 140 x 160, 2012 (r)

Geometrische abstracte kunst

Evenals veel Haagse kunstenaars in de jaren tachtig is ook Hans van Leeuwen schatplichtig aan de geometrische abstracte kunst die zich na de Tweede Wereldoorlog in de Residentie manifesteerde. De compositie van zijn vormen bestaat meestal uit rechthoeken en vierkanten. Die ontstaan doordat hij horizontale en verticale banen op het doek aanbrengt, waardoor vakjes ontstaan. Deze vakjes verdeelt of beplakt hij in vierkanten, die hij groot of klein op het doek schildert, in weinig lawaaierige, sobere kleuren, die in evenwicht met elkaar zijn. Hij kan er ook vele kleuren overheen schilderen: beige, grijs, geel of wit kunnen door de vlakken schemeren. Dikwijls haalt hij in het midden vakjes weg, waardoor een doorkijkje lijkt te ontstaan. Soms ook zijn de vlakjes nog als een raster te zien, maar dat kan ook helemaal verdwijnen. Ze geven de toeschouwer een gevoel voor reflectie op de hectiek van alledag. Daardoor sluit zijn werk bijna naadloos aan bij de mentaliteit van het moderne gebouw. De textuur van de schilderijen bestaat meestal uit acrylverf, lijm en hars. Kleuren, vlakken en compositie vormen een wonderlijke harmonie, of de schilderijen nu groot of klein van formaat zijn. ‘Ze belichamen een eeuwige zoektocht, een queeste in beelden naar het evenwicht tussen verstand en gevoel’, zei hij er ooit zelf over.

Recent betrok hij een nieuw, grandioos groot atelier in een leeg kantorenpand, waar zijn kunstenaarschap weer helemaal opbloeit. Het oogt als een werkplaats, waarin boeken, ontwerptekeningen, zaagmachines en gereedschap, materialen voor hergebruik, zelf geproduceerde meubels, een archief, schilderijen op ezels, aan de wand en in stellingen zich als een totaal kunstwerk samenballen. Het atelier trekt elke dag als een magneet aan hem.

8 9
Atelier in Rijswijk

Hans van Leeuwen maakt geen geëngageerde kunst, zijn werk brengt geen maatschappelijke boodschap over. De vraag is of beeldende kunst in die zin überhaupt geëngageerd kan zijn. Wellicht als de boodschap voor de beschouwer herkenbaar is of aansluit bij zijn eigen ervaringswereld. Eigentijdse vormen van kunst als performances, installaties, conceptuele kunst behoeven vaak nadere, niet in het minst verbale uitleg. Volgens de kunstenaar brengt taal waarschijnlijk duidelijker een maatschappelijke boodschap over. Wat hem betreft, zit geëngageerde kunst veel meer in het persoonlijk engagement van de kunstenaar. Hem staat ook een onbeperkt arsenaal aan beeldende middelen ten dienste, met niet alleen de traditionele maar juist ook eigentijdse media of de publieke ruimte als podium.

Joseph Beuys

Voor Hans van Leeuwen is er één kunstenaar bij uitstek wiens engagement zeer persoonsgebonden was: Joseph Beuys (1921 – 1986). Beuys’ werk staat in het teken van schuldgevoel over zijn daden in de Tweede Wereldoorlog. Als Duits gevechtspiloot raakte hij gewond en overleefde hij zijn verwondingen. Naar eigen zeggen, omdat nomaden hem op de Krim redden, door zijn lichaam met vet in te smeren en in vilt te wikkelen. Vilt en vet, overleving en rauwheid, het zijn symbolen die altijd in het werk van Joseph Beuys, zijn installaties en performances opduiken. Wat een opgave om na de oorlog Duits kunstenaar te zijn, en dan nog eens gezegend met een diepe affiniteit met de tradities van je land. Die kwestie stelde hij in lezingen onomwonden aan de orde, moreel verplicht om zich door middel van zijn kunst met de wereld bezig te houden. Het kunstenaarschap verschafte Beuys die vrijheid en zo begon hij zich voor politiek te interesseren. Men moet wel ingewijd zijn en over een geoefend oog beschikken om de symboliek in het werk van Beuys te zien, waaruit het politieke engagement van de kunstenaar voortvloeit. Dat moet voor hem ook een belangrijke beweegreden zijn geweest om zich met de oprichting van de Grünen te bemoeien. Voor die partij probeerde hij later in de Bundesrat en het Europees Parlement te komen.

Dat deze Duitse kunstenaar en politiek activist voor Hans van Leeuwen een belangrijke inspiratiebron was, mag duidelijk zijn. Ook voor Hans van Leeuwen is engagement persoonsgebonden, een kwestie van mentaliteit, die niet per se tot uitdrukking in de kunst hoeft te komen. Maar dat kunst een maatschappelijke betekenis heeft, d.w.z. dat ze invloed heeft op alles wat de maatschappij politiek raakt, ongeacht of het een politiek maatschappelijk onderwerp aan de orde stelt, staat voor hem als een paal boven water. Een kritische houding van wat maatschappelijk aan de orde is, schept tussen politiek en kunstenaars een band: beiden delen het ideaal van een verdere ontplooiing. Het was Van Leeuwen’s belangrijkste drijfveer om het cultuurpolitieke debat in de Tweede Kamer aan te gaan. En meer dan dat: kunstenaars aan te sporen om de hete adem in de nek van de politiek te zijn. De politiek erop te wijzen dat vrijheid van denken een loze vrijheid is zonder vrijheid van handelen.

Er zouden meer kundige en maatschappelijk betrokken kunstenaars de politiek in moeten.

DSC_8818web

Voor dit verhaal bezocht ik Hans van Leeuwen op het partijbureau van de SP in Amersfoort en in zijn nieuwe atelier in Rijswijk. Ook raadpleegde ik het informatieblad bij de tentoonstelling in galerie Hollandia in Vlaardingen, 1999 en het boekje ‘De Moed’, Bouwen aan de toekomst, uitgave SP, 2012.

7 Comments

  1. Dag Michiel,
    Dank voor je mooie stuk over Hans van Leeuwen.
    Hopelijk gaat het beter met je na het laatste contact ook al is het nog maar heel kort geleden dat je Zoon stierf. Dat went nooit.
    Liefs,
    Liesbeth van Abbe

  2. Wat leuk Michiel om z’on uitgebreid verhaal over Hans te lezen! Ik heb hem nooit op die manier bekeken, mijn fout natuurlijk, maar het is een mooi verhaal over een bevlogen en aardig mens!
    Bedankt.

  3. Boeiend verhaal. Hopelijk jouw pleidooi voor meer kunstenaars in de politiek navolging vindt. Spoor ze aan! Wij hebben er in Den Haag ook goeie gehad zoals Paul Combrink (en nog steeds actief) Groet Maarten

  4. Wat een prachtig stuk over Hans. Mooi dat je je ‘oude’ vriend in dit uitgebreide stuk een eerbetoon geeft. Daar kan hij trots op zijn.
    Wel had hij voor het SP hoofdkantoor best Heden nog wel even kunnen inschakelen… Alhoewel; ik twijfel of wij nog iets hadden kunnen toevoegen aan de kunde van Hans. Het ziet er prachtig uit!

  5. Hi Michiel wat een goed stuk heb je weer geproduceerd. Lekker helder en ik hoor Hans er doorheen praten. en ja woorden en beelden hebben hun eigen werking en reikwijdte! We zien elkaar snel en een goed weekend!

  6. Heb Hans als mede commissielid zeer gewaardeerd. Over zijn kunstenaarschap was hij
    uitermate bescheiden. Goed dat er nu dit verhelderende verhaal is.
    Hartelijke groet,
    Erik Pape.

  7. Goed stuk! Ik ken Hans uit het oprichtingsbestuur van Stroom maar ben hem uit het oog verloren. Kritisch en bescheiden, zo herinner ik mij hem. Boeiend werk. Ingetogen als Hans zelf.

    Lieve Michiel, Het is goed dat je ondanks het verlies van Sebas, zo intensief bezig blijft met de kunsten. Ik hoop nog veel van je te lezen.

    Liefs,

    Irma den Hertog

Geef een reactie

Required fields are marked *.