Michiel Morel

In het hoofd van…

Gerry de kraai, waarschuwende boodschapper voor onheil in de kunst

| 7 Comments

Share

Gerry de kraai, Henk Rijzinga, Den Haag

Hij staat er nog steeds, roerloos, niet altijd opgemerkt. Op een paal, zwart geverfd, van Canadees cederhout.  Weerbestendig, hoewel hij geleidelijk groen begint uit te slaan. Gerry de kraai is met zijn tijd meegegaan, letterlijk en figuurlijk. Onthuld op 3 juni 1989 door Hans Dijkstal, toentertijd cultuurspecialist voor de VVD in de Tweede Kamer, later in het tijdperk Fortuyn afgeserveerd als leider van de liberalen en in 2010 overleden. Die kraai is een opstandig herdenkingsteken in Den Haag, dat de ravage symboliseert die de regering na de afschaffing van de Beeldende Kunstenaars regeling (BKR) achterliet. Na het BKR-tijdperk waren vele kunstenaars op de bijstand aangewezen. Maar al te vaak werden ze afgewezen voor een beroepsonkostenvergoeding. Het kabinet weigerde toen hardnekkig het kunstenaarschap als beroep te erkennen.

Hoe actueel is Gerry de kraai in het licht van een kunstbeleid, waarmee de overheid essentiële geldstromen laat opdrogen. De gevolgen van de huidige bezuinigingen worden nu geleidelijk zichtbaar. Bijvoorbeeld hoe de mogelijkheden voor kunstenaars bij het Mondriaanfonds drastisch zijn ingeperkt. Of om enkele spraakmakende en kritische kunst- en presentatieinstellingen te noemen die hun poorten al hebben gesloten, of een dezer maanden dreigen om te vallen: SKOR in Amsterdam, het CBK in Utrecht, Lokaal 01 in Breda, de Haagse Vrije Academie of De Paviljoens in Almere en Rijksmuseum Twente in Enschede, die de zomer wellicht niet meer halen.

Gerry de kraai, Henk Rijzinga, Den Haag Gerry de kraai, Henk Rijzinga, Den Haag
Henk Rijzinga, Gerry de kraai, 1989 (hoek Koningskade / Herengracht / Prinsessegracht, Den Haag)

Voor wie het niet (meer) weet of wil weten, de BKR ontstond in 1956, als opvolger van de contraprestatieregeling. Tegen een bedrag voor levensonderhoud kocht de overheid van professionele beeldende kunstenaars kunstwerken aan. Gemeenten voerden de regeling uit en de aangekochte kunstwerken werden gelijkelijk over het Rijk en de gemeenten verdeeld. Om tot de regeling te worden toegelaten werden kunstenaars door een commissie van deskundigen geballoteerd. Meestal twee keer per jaar konden kunstenaars werken insturen, die de commissie op artistieke kwaliteit beoordeelde. Met deze vrij unieke regeling konden kunstenaars zich verder ontplooien. Toelating tot de Regeling betekende in feite een zekere erkenning van het beroep als kunstenaar. Omdat gemeenten de BKR uitvoerden, kon men ook het werk van de in die gemeenten wonende kunstenaars ‘volgen’. Het gaf enige garantie voor de kwaliteit ervan. Via de BKR konden kunstenaars zich op de zogenaamde vrije markt een plekje bevechten. Met bezettingen van musea, protestacties en grote aandacht in de media boden de georganiseerde kunstenaars verbeten tegenstand aan welke verandering van de BKR dan ook. Maar ook zij konden niet voorkomen dat de Regeling een negatief beeld onder de bevolking opriep. Als gevolg van de grote aanwas van kunstenaars en de opslag problemen vanwege de buitensporige groei van het aantal kunstwerken, werd het draagvlak ervoor eind jaren zeventig steeds kleiner. De BKR ging gepaard met hoge kosten, die volgens de bewindslieden van Cultuur en Sociale Zaken gierend uit de klauwen liepen. Maar belangrijker, zij verkondigden luid dat een sociale regeling voor een aparte bevolkingsgroep niet langer gerechtvaardigd was en de rechtsongelijkheid bevorderde. Diep in hun hart vonden ze kunstenaars maar parasieten, want voor een sociale regeling kies je nooit zelf, terwijl kunstenaars wel zelf voor het kunstenaarschap kozen. En waarom geen regeling voor musici, schrijvers e.d.? Dus ging de BKR in 1987 op de helling en verhuisde het budget van ca. 40 miljoen euro van Sociale Zaken naar het toenmalige ministerie van WVC.  De maker van de opstandige sculptuur Gerry de kraai, die de herinnering aan dit stukje  kunstenaarsbeleid nog levendig houdt, is de Amsterdamse kunstenaar Henk Rijzinga (1946), schilder en beeldhouwer, wellicht meer bekend als politieke activist. Lange tijd trok hij als voorzitter van de beeldende kunstenaarsvakbond, ten strijde tegen het kunst- en kunstenaarsbeleid van de overheid.

Henk Rijzinga, Landschap, 2005 Henk Rijzinga, Landschap, 2007
Henk Rijzinga, landschap, 2005 (l) en 2007 (r)

Het landschap en met name het Groningse is immer een concreet uitgangspunt in Rijzinga’s lyrische schilderijen. Niet zozeer dat hij zijn beleving van het landschap in beeld wil brengen, het zijn vooral bijzondere momenten in de weersgesteldheid die een inspiratiebron vormen. Altijd op zoek naar het wezen van het natuurgebeuren, zonder direct herkenbare plekken te schilderen. Veelal ruimtelijke gebieden waarin een fascinerend spel van natuurkrachten plaatsvindt. Dat kan de stilte voor de storm zijn of de elektrisch geladen lucht die op het punt van exploderen staat. Zijn schilderijen ogen abstract maar bij nadere beschouwing herken je een horizon of een element als een brug in het landschap. Het schilderkunstige deel van Rijzinga’s oeuvre is nooit volledig abstract geworden en het wekt dan ook geen verbazing dat kunstenaars als Cézanne, De Kooning en vooral Turner hem kunnen inspireren, zoals hij me ooit ontvouwde.

De schilderijen van Henk Rijzinga vormen in relatie tot zijn veelal volumineuze sculpturen voor buiten, beter gezegd bouwsels, een logisch evenwicht. Evenals in zijn schilderijen ontstaan deze vanuit de behoefte aan ruimtelijke spanning en evenwicht, waarin de band met de weersgesteldheid in het landschap een vast uitgangspunt blijft. Aan die hechte installaties liggen technisch doordachte, tot in detail berekende werktekeningen en maquettes ten grondslag, want Rijzinga gaat niet over één nacht ijs. Zijn constructies, altijd open van aard, zijn berekend op uitvoerbaarheid en weerbestendigheid, en niet het minst belangrijk, ze voldoen aan artistieke voorwaarden. Hier en daar kunnen ze aan een boot of een brug doen denken maar vaak blijkt het ook om abstracte objecten te gaan. Ze wekken de indruk ingenieuze tekeningen in de ruimte te zijn. De bouw geschiedt met sloophout, enerzijds omdat hij al bouwend goed op dit materiaal kan reageren, anderzijds is het ook het materiaal waar leven in zit. Daarmee is hij in staat de confrontatie met het weer ter plaatse aan te gaan. Zijn Haagse Gerry de kraai heeft inmiddels al twee orkanen van windkracht 11 doorstaan, zo meldt de website www.weerentegenweer.nl.

Henk Rijzinga, Onder dak, Deventer 2004
Henk Rijzinga, Onder dak, Deventer 2004

Welke kunstenaars en kunstinstellingen de orkaan van de verminderde kunstsubsidies zullen doorstaan gaat de komende tijd duidelijk worden. In Den Haag is op basis van het advies van de commissie Hirsch-Ballin inmiddels een bezuiniging van ruim 30% op de kunsten gerealiseerd. Een tweeslachtig, wankel onderbouwd advies, dat met twee voorbeelden goed te illustreren is. Heden dat zich vanuit een zelfstandige kunstuitleen tot een breed kunstencentrum ontwikkelde, moet met 60% minder subsidie terug naar zijn basis, terwijl landelijk gezien de ene na de ene na de andere kunstuitleen (of CBK) het loodje legt. De Vrije Academie daarentegen wordt haar basis van onderwijs- en opleidingsinstituut ontnomen en mag nog slechts tentoonstellingen en een Studium Generale organiseren. Dit illustere instituut, dat roemruchte kunstenaars als George Lampe, Livinus van de Bundt, Frans Zwartjes en Bob Bonies als directeur had, levert zelfs 75% subsidie in.

Kunstenaars en kunstinstellingen moeten ondernemender worden vindt onze overheid. De Haagse wethouder Marjolein de Jong houdt strak vol dat door de bezuinigingen op subsidies de Haagse kunstinstellingen zo ‘mooi samenwerken en tot beter ondernemerschap komen’. Het Mondriaan Fonds eist tegenwoordig van kunstenaars die een projectsubsidie aanvragen, minstens € 3.500,- als eigen inbreng. En of ze bovenal willen uitleggen hoe hun werk, project, presentatie of aankoop onder de aandacht van het grote publiek gebracht zal worden. Het publiek moet worden bereikt, niet onterecht. Maar wat opstandig maakt is de algemeen heersende opinie dat subsidies, zowel voor kunstenaars als kunstinstellingen, een uitkering zijn. Het is een misvatting die de gezaghebbende schrijver en filosoof Marjolijn Februari nog niet zo lang geleden in de NRC met kipklare argumenten ontzenuwde. Een van haar stellingen is dat het verlenen van subsidies geen inkomenspolitiek is maar dat zij juist voor het heil der natie worden verstrekt. Een subsidie acht zij geen toelage die ‘het kwetsbare en onzelfstandige individu overeind moet houden maar een economische steun van de overheid met het oog op een publiek belang, zoals de maatschappelijke orde, de werkgelegenheid, onderwijsniveau of vestigingsklimaat’. Kan het duidelijker? Noem tegenwoordig eens een private onderneming in Nederland, al of niet beurs genoteerd, die niet direct of indirect financiële steun van de overheid krijgt. Voor ondernemingszin moet je trouwens bij het Haags gemeentebestuur zijn, die voor zo’n slordige 200 miljoen een nieuw cultuurpaleis in de stad wil laten verrijzen, een besluit dat na veel politiek gehannes tot stand kwam. Het moet de twee zalen gaan vervangen, die onderdak bieden aan het Residentieorkest en het Nederlands Danstheater, maar nog geen 25 jaar oud (!) zijn. En dat alles in het licht van de wens van Den Haag om in 2018 Culturele hoofdstad te worden. Inmiddels is de hoop daarop vervlogen want het Haagse  zogenoemde bidbook voor die competitie is al in de eerste fase door de Europese Unie genadeloos afgeschoten. Wellicht dat het megalomaan gedrag van Haagse bestuurders in het voorjaar nog een staartje krijgt, als de discussie over het nieuwe cultuurpaleis een vervolg krijgt. Gerry de kraai was trouwens een van de laatste kunstopdrachten van de voormalige Haagse Gemeentelijke Commissie voor Beeldende Kunsten, die in 1990 opging in het huidige Stroom Den Haag. Gelukkig is deze kunstinstelling (voorlopig) aan de bezuinigingsdrift ontkomen. Mijn gevoel zegt dat Gerry de kraai daar een steentje aan heeft bijgedragen.

Ontwerp Spuiforum Den Haag door Neutelings Riedijk Architecten / Visualisatie A2 Studio    Ontwerp Spuiforum Den Haag door Neutelings Riedijk Architecten / Visualisatie A2 Studio
Ontwerp Spuiforum Den Haag door Neutelings Riedijk Architecten / Visualisatie A2 Studio 

‘Kunst is een kwestie van organiseren en jezelf onder druk zetten’, zegt kunstenaar Henk Rijzinga. ‘Spanning genereert energie. Die heb je nodig. Alleen dan kun je iets overdragen aan het publiek. Daarnaast vind ik dat kunst midden in de samenleving hoort te staan, moet activeren en vooral de zintuigen prikkelen.’ Niet alleen met zijn kunst staat Rijzinga middenin de samenleving, zelf is hij meer bekend als een idealist en veroorzaker van de nodige reuring in het cultuur-politieke landschap, vooral als ex-voorzitter van de Bond van Beeldende Kunstenaars. Altijd plaatste hij de economische situatie van de kunstenaar in een bredere context, die van de politiek, en van de kunstpolitiek. Met name zijn stormachtig gevecht voor beroepserkenning van de beeldende kunstenaar sprak boekdelen. Men kan wel stellen dat Henk Rijzinga heel wat beeldenstormen heeft meegemaakt, als vakbondsman én als kunstenaar. Of het Haagse stadsbeeld met zijn Gerry de kraai in artistiek opzicht verrijkt is, daar willen de meningen nog wel eens over verdeeld zijn. Feit is dat deze sculptuur nauwelijks aan actualiteit heeft ingeboet en niet meer van zijn prominente plek is weg te denken. Groot en stoer blijft Gerry dreigen. Voortdurend legt hij donkere schaduwen over het cultuurlandschap. Op weg van het Centraal Station naar de Tweede Kamer en vice-versa moeten politici dagelijks aan de kwetsbaarheid van de kunsten herinnerd worden. Overigens vloog Gerry ook de Atlantische oceaan over, naar Canada, waar zijn roots dus liggen. Hij prijkt er nog steeds in het stadhuis van de hoofdstad Ottawa, waar hij als zeefdruk tijdens een culturele missie aanlandde. Rijzinga vervaardigde hem in samenwerking met de toenmalige Haagse Artoteek.

Gerry de kraai, Henk Rijzinga, Den Haag

Hans Dijkstal vond het opdoeken van de BKR in 1989 een weldaad voor het Nederlandse beeldende kunstbeleid. In zijn toespraak bij de oplevering van de kraai, vond hij dit kunstwerk maar een onheilsprofeet en een angel in de maatschappij. Achteraf bekeken heeft hij deze uitspraak ook symbolisch toebedacht aan de maker. Kraaien zijn omnivoor en kunnen zich snel aan verschillende leefgebieden aanpassen. Kunstenaars zijn daar doorgaans ook toe in staat, na onheilspellende zaken vinden ze zichzelf iedere keer weer uit. Kraaien zijn intelligent, net als de meeste kunstenaars, ook van alle markten thuis. Kunstenaars zullen zich nooit gewonnen geven. Gerry de kraai van belangenbehartiger en beeldend kunstenaar Henk Rijzinga mag zijn uitwerking op het Nederlandse cultuurlandschap niet verliezen. Dus oppoetsen die kraai en hem altijd een kadavertje blijven geven.

7 Comments

  1. Dank Michiel voor dit mooie en bevlogen stuk! Ik heb weer veel geleerd en zall Gerry de kraai voortaan groeten als ik voorbij fiets – uit dankbaarheid voor het voortbestaan van Stroom.

  2. Ha Michiel, inderdaad wordt zo’n regeling nu erg gemist. De fondsen zijn nu druk in de weer om te vormen in plaats van te volgen. Alsof het overheidsbeleid via de diverse fondsen de kunst en de kunstenaar aan de hand neemt om de juiste richting te wijzen.
    Dat leidt tot Esperanto.
    groet Chris de Bueger

  3. Bedankt voor dit artikel. Erg interessant.
    De BKR was wellicht te veel van het een en de regelingen van nu te veel van het ander, maar de kunstenaar laat zich daardoor echt niet weerhouden gelukkig, zoals u terecht schrijft. De huidige kunststudenten gaan er al van uit dat er geen geld meer is en slechts 14% kan leven van de kunstpraktijk alleen (onderzoek Camiel van Winkel 2012). Ik verwacht dan ook creatieve oplossingen voor het geldgebrek, naast natuurlijk de bekende bijbaantjes.
    Ik troost me daarbij graag met het feit dat 23% van de Nederlanders zich (op 1 of andere manier) bezig houdt met beeldende kunst (cijfers CBS 2011). Dat zal niet altijd om beeldende kunst gaan zoals wij dat leren op de academie, maar de behoefte aan beeld en nieuwe visies is onmiskenbaar.

    Laten we dat ook vooral tonen, dat kunstenaars alert zijn op de mogelijkheden die anderen vaak over het hoofd zien. We gebruiken de kraai als geheugensteuntje, maar blijven onvermoeid bewijzen dat problemen de oplossing in zich hebben als we maar verder willen kijken dan ons eigen referentiekader. Daarom startte ik ook onlangs het initiatief Kunstpit. Nog erg pril, maar samen komen we verder dan alleen.

  4. In mijn herinnering was de kraai een co-productie van Henk Rijzinga en Johan Blaeke ze hebben het in ieder geval samen gemaakt.
    Peter van Loon

    • Peter, je hebt gelijk.
      Die kraai aan de Herengracht is overigens de tweede versie. De eerste kraai werd in december 1986 door Henk in elkaar gezet voor de manifestatie Galgenmaal in het Haagse Zuiderpark. Die manifestatie was een initiatief van Johan Blaeke en ondergetekende. Op het terrein van de toenmalige Open lucht theater werden 150 galgen opgericht en werden 150 kunstenaars uitgenodigd om een werk in te zenden of te maken die vervolgens aan die galgen opgehangen werden. Op 1 januari 1987, de dag dat de afschaffing van de BKR een feit was, opende onder een trage motregen de manifestatie. Gekleed in een doodgraverspak en een hoge zwarte hoed sprak Johan de woorden: kom er in, wij liggen er uit.

      Later hebben Henk Rijzinga en Johan die kraai opnieuw gebouwd zoals beschreven in het verhaal van Michel Morel. Ik heb als beginnend videast destijds de opbouw en opening van het Galgenmaal gefilmd en later ook de bouw van de Kraai op video gezet. Die productie, met als titel “Kunst of Spandoek” heb ik destijds aantal keren uitgezonden bij de lokale omroep Lokatel. In beide video’s leggen Henk en Johan uit wat hun drijfveren waren. Johan en Henk zijn inmiddels overleden…evenals Hans Dijkstal…maar hun statement staat nog fier aan de Herengracht en trotseert stormen zoals kunst behoort te doen.

  5. Ontving vandaag het bericht dat Henk Rijzinga op 4 april j.l. is overleden.

  6. Mooie aanvulling uit het archief Chris. Vorig jaar is nog een boek over Henk Rijzinga verschenen: ‘Verover de schoonheid en ga verder’. Hierin staan enkele foto’s en schetsen van het Galgenmaal. En een kort krantenbericht. Henk heeft de aanbieding van zijn boek zelf niet meer meegemaakt.

Geef een reactie

Required fields are marked *.