weergegeven: 6-10 van 12 resultaten

Gerry de kraai, waarschuwende boodschapper voor onheil in de kunst

Gerry de kraai, Henk Rijzinga, Den Haag

Hij staat er nog steeds, roerloos, niet altijd opgemerkt. Op een paal, zwart geverfd, van Canadees cederhout.  Weerbestendig, hoewel hij geleidelijk groen begint uit te slaan. Gerry de kraai is met zijn tijd meegegaan, letterlijk en figuurlijk. Onthuld op 3 juni 1989 door Hans Dijkstal, toentertijd cultuurspecialist voor de VVD in de Tweede Kamer, later in het tijdperk Fortuyn afgeserveerd als leider van de liberalen en in 2010 overleden. Die kraai is een opstandig herdenkingsteken in Den Haag, dat de ravage symboliseert die de regering na de afschaffing van de Beeldende Kunstenaars regeling (BKR) achterliet. Na het BKR-tijdperk waren vele kunstenaars op de bijstand aangewezen. Maar al te vaak werden ze afgewezen voor een beroepsonkostenvergoeding. Het kabinet weigerde toen hardnekkig het kunstenaarschap als beroep te erkennen.

Hoe actueel is Gerry de kraai in het licht van een kunstbeleid, waarmee de overheid essentiële geldstromen laat opdrogen. De gevolgen van de huidige bezuinigingen worden nu geleidelijk zichtbaar. Bijvoorbeeld hoe de mogelijkheden voor kunstenaars bij het Mondriaanfonds drastisch zijn ingeperkt. Of om enkele spraakmakende en kritische kunst- en presentatieinstellingen te noemen die hun poorten al hebben gesloten, of een dezer maanden dreigen om te vallen: SKOR in Amsterdam, het CBK in Utrecht, Lokaal 01 in Breda, de Haagse Vrije Academie of De Paviljoens in Almere en Rijksmuseum Twente in Enschede, die de zomer wellicht niet meer halen. (meer…)

De prijzenswaardigheid van Johan Buning

Andrea Freckmann, Ode an Herrn Hocks, 2011
Andrea Freckmann, Ode an Herrn Hocks, 2011

Over kunstprijzen, de Buning Brongers Prijs in het bijzonder

Als je moet afgaan op de kunstprijzen die in het BK prijzenboek uit 1999 vermeld staan, valt er gemiddeld iedere vier dagen in Nederland een kunstenaar in de prijzen. Maar liefst 93 prijzen waren er rond de eeuwwisseling in de beeldende kunst te vergeven. Het aantal is daarna alleen maar groter geworden.  Wellicht dat de prestigieuze Johannes Vermeer Prijs, de Nederlandse Staatsprijs voor de kunsten die in 2008 door de regering is ingesteld, aan die ontwikkeling heeft bijgedragen. In november is het uitnemende kunstenaarschap van Marlene Dumas er nog mee bekroond vanwege haar uitzonderlijke schilderkunstige talenten. Zo’n prijs win je niet, je ontvangt hem. Voor het merendeel van de kunstprijzen gaat dat niet op; daar is dikwijls sprake van een pure krachtmeting. Vrijwel onveranderlijk is het hoofddoel van de meeste: het bevorderen van de artistieke kwaliteit en het aanmoedigen en stimuleren van veelal jonge kunstenaars.  Prijzen, die beeldende kunstenaars zelf voor dat doel hebben ingesteld en daaraan hun naam verbonden, springen er uit. (meer…)

‘(Stil)leven, of zoiets’ in een pot

Op het eerste gezicht komt dit schilderij suf over. In een tentoonstelling loopt men er aan voorbij, vermoed ik. Men neemt er niet veel op gewaar. Het onderwerp is eenvoudig en niet bijzonder: een grijze bloempot met donkere aarde, aan de buitenkant gedecoreerd met in geel en wit geschilderde bloemen, waarvan er een in zijn geheel, de tweede amper en de derde niet zichtbaar is. Zeven groene stengels staan in de donkere aarde. Enkele hebben bloemen, ze hebben de vorm van een ruit. De middelste, de langste, staat weliswaar rechtop, maar hij staat er zonder bloem frêle en armetierig bij. Zijn linker buurman, vanuit de kijker gezien, hangt op half zeven en heeft z’n bloem verloren; die ligt levenloos naast de pot. De overige vijf staan nog fier overeind, maar van twee dreigen de bloemen van hun top te glijden en neer te dwarrelen. In het midden zijn ze dubbelgeklapt, geknakt als het ware. Geschilderd in roze, witte en crèmeachtige kleuren passen ze mooi in de grijze bloempot, waarvan het beeld wordt versterkt door een hard-, wildgroene achtergrond. De lagen groen zijn op een haast academisch-expressionistische manier over elkaar aangebracht. Hier en daar schraal en bleekjes. De lagen verf suggereren een illusie van ruimtelijkheid, het idee van diepte, dat weer in contrast staat met de platte sjabloonachtige figuur van de pot. De lichtere vlek in het groen, die half boven de bloempot hangt, heeft de vorm van een oplichtende wolk en oogt dramatisch. Die maakt het uiterlijk wat fluwelig, maar dat kan veroorzaakt zijn doordat de schilder in eitempera gewerkt heeft. (meer…)

Bestemming Kijkduin – Kurt Schwitters, Lajos d’Ébneth, Jan Duiker en Joseph Golüke

      

Kurt Schwitters (dadaïst en Merz-kunstenaar), Lajos d’Ébneth (schilder en ontwerper), Jan Duiker (architect) en Joseph Golüke (grootvader)

Lajos d’Ébneth kreeg ik pas in 1997 goed in het vizier. Dat jaar schreef Kees Broos in Haagsche Nieuwen over de uit Hongarije gevluchte kunstenaar, die midden jaren twintig in Kijkduin verzeild raakte. Zijn huis daar, aan de Zandvoortselaan, was enige tijd een smeltkroes van de modernistische bewegingen van Bauhaus en De Stijl. Ook de Duitse dadaïsten Hanna Höch en Kurt Schwitters verbleven een korte periode bij de jonge Lajos d’Ébneth aan de Haagse kust. Schwitters was toen al internationaal een gevierd kunstenaar, de onbetwiste meester van de collage en vooral bekend vanwege Merz. Die naam gaf hij zijn werk om er een eigen richting mee aan te geven: collages heetten Merzzeichnungen, schilderijen en reliëfs Merzbilder, sculpturen Merzplastik en een totaalkunstwerk in de vorm van een sculptuur kreeg de naam Merzbau. En dan hebben we het nog niet eens over zijn Merz-poësie die hij voordroeg, zijn projecten voor Merz-theater en zijn bijdragen aan de typografie. (meer…)

De Victory Boogie Woogie van Robert Collette en wat dies meer zij over voetbal in de kunst


Piet Mondriaan, Victory Boogie Woogie (Unfinished), 1944 © 2008 Mondrian/Holzman Trust c/o HCR International, Virginia US, collectie Gemeentemuseum Den Haag

Een triomfantelijk schilderij mag je Victory Boogie Woogie (unfinished) van Piet Mondriaan (1872 – 1944), de belangrijkste Nederlandse kunstenaar uit de vorige eeuw, wel noemen. Het is het laatste werk dat hij tijdens zijn leven maakte en waarschijnlijk ook zijn beroemdste. Onvoltooid, in ruitvorm met een beeldstructuur, waarin de zwarte rechte lijnen uit zijn andere werken in een stelsel van kleur en ruimte zijn opgelost. Daarvoor gebruikte hij niet alleen verf, maar ook stukjes gekleurde tape, waarmee hij nieuwe accenten en ritmen kon onderzoeken. Die vibrerende vierkantjes tape veroorzaken een zinderend effect. De intensiteit van het geel, rood en blauw en de versplintering van vlakken en lijnen, weerkaatsen het dynamische leven in New York, met name het ritme van de jazz. Het is een uitzonderlijk spannend schilderij, waarin Mondriaan de laatste dagen van zijn leven als een razende nog nieuwe ingrepen heeft gedaan. Hoewel onvoltooid behoort deze ‘Nachtwacht van de twintigste eeuw’ tot een van de belangrijkste kunstwerken in de beeldende kunst. Het zorgde voor de nodige reuring in ons land, toen het vanuit een particuliere verzameling in de Verenigde Staten in de collectie van het Haags Gemeentemuseum belandde.


De Victory BoogieWoogie van Robert Collette, Nederland-Rusland, EK finale 1988

De Victory Boogie Woogie van het Nederlandse voetbal is de volley van balkunstenaar Marco van Basten in de EK-finale van 1988. Dat betoogde in ieder geval de gezaghebbende conservator fotografie Wim van Sinderen, die in 2000 in de Rotterdamse Kunsthal de tentoonstelling  Ieder zijn voetbal samenstelde. Op aangeven van Arnold Mühren nam Van Basten aan de rechterkant van het veld de bal in één keer op de slof, die vervolgens met een kromme boog als een meteoor in het doel achter de Russische keeper Dassajev insloeg. Sportfotograaf Robert Collette ving het beslissende moment. Hij was in de jaren zeventig en tachtig een topfotograaf, een met het instinct van een goede verslaggever en het praktische oog van een kunstenaar. Het is niet verwonderlijk als je Robert Collette niet kent. In letterlijke zin was hij geen kunstenaar; kunst en voetbal staan ook met elkaar op gespannen voet.

De Victory Boogie Woogie van Robert Collette is een uitzonderlijk spannende en dynamische foto, ook een triomfantelijk kunstwerk. De kracht ervan zit in het nog niet voltooide, het  moment waarop het beslissende, wonderschone doelpunt in aantocht is. De in Russisch wit en in Oranje getooide toeschouwers zitten nog met ingehouden adem op hun plaats. Ook de Russische back en Van Basten zelf, wiens gezicht in de mêlee  van toeschouwers opgaat, kijken in spanning toe. De bal is al langs Dassajev heen gevlogen, die stijlvol in de lucht  hangt maar in zijn safe, achteromkijkend het onvermijdelijke ziet aankomen. Precies op dat  moment drukte Robert Collette af. Het is een ongemanipuleerd zinderend beeld, weids, waarop spanning, ingehouden emoties en de naderende ontlading voelbaar zijn. Een fractie van een seconde later doet het Nederland kond van het Europees kampioenschap. Nog steeds staat dit plaatje-van-een-doelpunt in het geheugen van menig landgenoot geëtst. (meer…)