Michiel Morel

In het hoofd van…

Bas Jan Ader: ode aan de schoonheid van tragiek

| 7 Comments

Share

19
Bas Jan Ader, Please don’t leave me, 1969/2015

In twee weken tijd aanschouw ik bij de Neue Galerie in Berlijn Fluids, een installatie van Allen Kaprow (1927-2006), dompel me bij De Pont in Tilburg onder in enkele lichtsculpturen van James Turrell (1943) en tref ik stomtoevallig kunstenaar en vliegenier Joost Conijn (1971). Bij de connectie tussen deze kunstenaars en het werk van Bas Jan Ader (1942-1975) sta ik dan niet stil. Dat muntje valt pas als ik kort daarna de expositie In Search Of… van Ger van Elk (1941-2014) en Bas Jan Ader bij galerie Grimm bezoek en de recent verschenen biografiek Let go over hem lees. Aan Bas Jan Ader zou ik hier normaliter niet zo gauw aandacht besteden, wat heb je per slot van rekening toe te voegen aan hetgeen al door zovelen over zijn oeuvre en zijn mysterieuze verdwijning is verkondigd. Maar nu ben ik over de streep en wijd vooral, alléz voor degenen die niet of nauwelijks met zijn werk bekend zijn, graag enige woorden aan deze belangrijke kunstenaar die voor menigeen een belangrijke inspiratiebron is gebleken.

1 3
6 9
Allen Kaprow, Fluids bij de Neue National Galerie in Berlijn, 15 september 2015 (lb)
James Turrell, Tentoonstelling ‘Kleur in het kwadraat in De Pont, 24 september 2015 (rb)
Joost Conijn, Weesp, 26 september, 2015 (lo)
Bas Jan Ader, Nightfall, 1971 (ro)

‘Alles is tragisch omdat de mens altijd zijn controle verliest over processen, over de materie over zijn eigen gevoelens. Ik heb veel gevoel voor de schoonheid van de tragiek, dat is het tragische. De tragiek van de tragiek, dubbel op’, zo ventileerde Bas Jan Ader ooit zijn gemoed. Over zijn werk uitte hij zich niet vaak, hij had slechte ervaringen met de pers, maar deze uitspraak benadert wel zeer dicht de essentie van zijn kunst. Als symbool voor de tragiek van mislukkingen zag hij de val, waarmee hij de kijker in bijna al zijn kunstwerken confronteert. Zoals Fall 1, waarin we hem op een stoel op de nok van het dak van zijn woning in Los Angeles zien zitten, om vervolgens ietwat houterig van het dak af te rollen en achter de struiken te belanden. In Fall 2 plonst hij met fiets en al de Prinsengracht in, terwijl hij in Broken Fall hangend aan een tak boven een sloot in het Amsterdamse bos zweeft, om er aansluitend met een plons in te kieperen. In Nightfall registreert de camera de kunstenaar in een garage bij het optillen van een blok beton, dat hij op een brandende gloeilamp uiteen laat spatten. Dit proces herhaalt zich. Als ook de tweede lamp aan diggelen gaat, wordt het beeld plots zwart afgekapt. Ook in zijn werken die hij als hommage aan Mondriaan in Zeeland maakte, op een klinkerweg met de vuurtoren van Westkapelle op de achtergrond, zien we hem schuin vallen, reeds gevallen op de klinkers, en liggend op een blauwe deken op de grond. Deze geometrische poses, zijn zwarte kleren en enkele attributen in primaire kleuren verwijzen naar het nieuwe Neo-Plasticisme van Mondriaan.

7 8
10a 10b
Bas Jan Ader, Fall 1, Los Angeles, 1970 (lb)
Bas Jan Ader, Fall 2, Amsterdam, 1970 (rb)
Bas Jan Ader Untitled (Swedish Fall), 1971/2003 (onder)

Het motief van de val vind ik zelf het sterkst en meest subtiel verbeeld in Untitled (Swedish Fall), twee foto’s, waarop bijna identieke aanzichten van een naaldbos in Zweden te zien zijn. Op de linker staat de kunstenaar haast onzichtbaar naast een boom (‘De bomen stonden roerloos als pilaren in een kathedraal’), op de rechter ligt hij uitgestrekt naast een stel gevelde bomen. Dit Zweedse duet is oorspronkelijk als projectie gemaakt, maar in recente exposities als kleurenfoto’s getoond. In de zwart-wit film I’m too sad to tell you laat een droefgeestige geëmotioneerde Ader zijn tranen de vrije loop, of beter gezegd naar beneden tuimelen. Het huilen wekte hij blijkbaar met mentholzalf op. ‘Wanneer ik huil, dan is dat een uitdrukking van groot lijden’, zei hij erover. En zelfs zijn performance The boy who fell over Niagara Falls verhaalt van een jongetje die zijn val overleefde toen de Niagarawatervallen hem met zijn kano meesleurden. Bas Jan Ader zocht in voor die tijd absurde acties de grenzen op, waarin de zwaartekracht de belangrijkste invalshoek was. Door critici is hij wel vergeleken met de door hem bewonderde Yves Klein, die met zijn kunstwerk Le saut dans le vide (De sprong in de leegte, 1960), een sprong uit een dakgoot ergens in Parijs, de zwaartekracht tartte. Het ergerde hem mateloos. Beide kunstenaars trotseerden in hun werk de zwaartekracht, maar de droom van het verbeelden van het vliegen was niet aan Bas Jan Ader besteed. Van lichaamskunst was geen sprake, hij wilde slechts het vallen verbeelden. ‘Wanneer ik van het dak val of in een gracht, gebeurt dat omdat ik in de zwaartekracht mijn meester heb gevonden’, luidde zijn logische verklaring. Bas Jan Ader liet een beperkt oeuvre van foto’s, films, installaties en performances na. In bijna alle registraties is hij acteur en regisseur tegelijk. Dikwijls bediende zijn vrouw Mary Sue of een bevriende kunstenaar de foto- of filmcamera, in enkele gevallen zijn enige broer Erik. De hierboven gememoreerde werken ontstonden hoofdzakelijk rond 1971, de periode waarin hij het meest productief was.

12 13
Bas Jan Ader, Broken Fall (geometric), 1971 (l)
Yves Klein, Saut dans le vide, 1960 (r)

Het verhaal van Bas Jan Ader is overbekend. Tijdens het middelste deel van zijn driedelig kunstproject In Search of the Miraculous geraakte hij in 1975 onder nooit opgehelderde omstandigheden ergens op de Atlantische Oceaan vermist. Deel 1 van deze trilogie bestond uit een solo-expositie bij Gallery Claire Copley in Los Angeles. Hier toonde Ader de fotoserie One night in Los Angeles, achttien foto’s waarop we de kunstenaar ’s nachts vanaf de heuvels over verlaten wegen naar de kust door Los Angeles zien dwalen. Zoekend. Op iedere foto schreef hij iets uit de tekst van het nummer Searchin’ van de Coasters uit 1957. Dat verhaalt van de hindernissen die de ik-persoon ondervindt op zijn zoektocht naar het wonderbaarlijke meisje, ‘the miraculous’. Voor Bas Jan Ader een verborgen schat? Op de vernissage zong een Amerikaans studentenkoor zeemansliederen (onder andere ‘What are the wild waves saying’, ‘A life on the ocean’, ‘My lover’, ‘Good-Bye’), waarvan de teksten op de tentoonstelling hingen. Hiermee werd Bas Jan Ader tegelijk symbolisch uitgeleide gedaan voor het tweede deel van In Search of the Miraculous, zijn eenzame zeiltocht van de oostkust van de Verenigde Staten (Cape Cod) naar Engeland (Falmouth). Na een behouden zeiltocht van zo’n zestig dagen zou Bas Jan Ader in ons land arriveren, waarna hij het derde deel van zijn kunsttriptiek in het Groninger Museum zou arrangeren. Volgens plan zou het een verslag van zijn overtocht omvatten en een fotoserie One night in Amsterdam, die hij pas na aankomst in Nederland zou opnemen. De in Los Angeles ten hore gebrachte zeemansliederen zouden, al of niet op de opening, de expositie in Groningen completeren. Op Bas Jan Ader werd echter tevergeefs gewacht. Behalve zijn gehavende, deels gezonken boot, die pas na een half jaar door Spaanse vissers werd gevonden en op sleeptouw naar La Coruna is meegevoerd, zijn paspoort en wat andere spullen, is van de kunstenaar nooit meer iets vernomen.

18 17
Bas Jan Ader, One night in LA (In search of the Miraculous), 1975 (l)
Bas Jan Ader, In search of the Miraculous, 1975 (r)

Bas Jan Ader was een dominees zoon. Vader Ader ondernam in 1936, een jaar na zijn huwelijk, een pelgrimstocht naar Palestina. In zijn uppie, op de fiets. Over avonturieren gesproken! Twee jaar later ging hij als hervormd predikant in Nieuw-Beerta aan de slag. Gedurende de oorlog hielp hij honderden Joden met onderduiken, in geheel Nederland. Zijn verzetswerk heeft hij aan het eind van de oorlog met de dood moeten bekopen. Bas Jans moeder, blijkbaar een dominante persoonlijkheid, verhaalde de verzetsstrijd van haar man in het bij vlagen aangrijpende boek Een Groninger pastorie in de storm. Bas Jan was niet de gemakkelijkste en verruilde het ouderlijk huis al op 14-jarige leeftijd voor een internaat. In 1956 belandde hij op de Kunstnijverheidsschool, de voorloper van de Rietveldacademie. Wim T. Schippers en Ger van Elk, die een boezemvriend zou worden, waren klasgenoten. Na vele omzwervingen vestigde Bas Jan zich in 1963 in Claremont, Los Angeles, waar hij tot zijn vermissing zou blijven wonen. Hij werd in Los Angeles herenigd met Ger van Elk, die er kunstgeschiedenis studeerde. Weliswaar was New York voor de hedendaagse kunst toen ‘the place to be’, Los Angeles was in de roerige jaren zestig ook een brandpunt van maatschappelijke omwenteling. Hippies, rassenrellen, Vietnamdemonstraties, revoltes op de universiteiten, de moorden op Robert Kennedy en Martin Luther King en de eerste maanlanding zorgden voor de nodige reuring. Vooral het overlijden van zijn grote voorbeeld Marcel Duchamp in 1968, op wie de conceptuele kunst is terug te voeren, hakte er bij Bas Jan in. Maar al met al voelde hij zich thuis in Los Angeles, hij hield van de haar omliggende wilde natuur, van zee, woestijn en bergen. ‘Ik voel me nog steeds klein, voor haar enorme schaal, en waardeer als geen ander het eenzaam mooie van de Freeways bij nacht’, zo noteerde hij. Met succes kon hij aan de Westkust conceptuele kunst ontwikkelen, als was die van een minder streng kaliber dan die van bijvoorbeeld Donald Judd of Jan Dibbets. Meestal werkte hij in zijn eentje. Terwijl ‘zijn generatiegenoten buiten aan het demonstreren zijn, stoned ronddwalen of zich overgeven aan vrije seks’ worstelde hij met enorme kluwen van elektrische draden, hopend op ‘verlichting van de geest’. Voor zijn fotowerken, films of installaties vorste hij steeds naar het sterkste, meest treffende beeld.

2 16-2
Allen Kaprow, Fluids bij de Neue National Galerie in Berlijn, 15 september 2015 (l)
Joost Conijn op zijn vliegtocht in Afrika, 2010 (r)

Op 15 september bewonder ik in Berlijn het ijskoude Fluids van kunstenaar Allen Kaprow. De installatie bestaat uit enige honderden gestapelde ijsblokken die overal kan worden opgebouwd, en op welke plek dan ook kan worden achtergelaten. Al smeltend verdwijnt hij vanzelf. Allen Kaprow, leerling van John Cage, was een belangrijke docent voor Bas Jan Ader op het Claremont College. Hij wordt wel beschouwd als de vader van de happening, een spontaan lijkende gebeurtenis, die kunstenaars organiseerden en vanwege het ludieke en spectaculaire karakter het gezag in grote verwarring kon brengen. In de geest van zijn docent organiseerde Bas Jan Ader met zijn vriend en vakbroeder William Leavitt eind 1969 de happening Hillside op een heuvel in Los Angeles. Hiervoor hadden ze tweehonderd bouwlampen geregeld. Een leger aan studenten kwam erop af. Om de beurt staken zij een lamp in de grond en bleven er in vredige stemming tot zonsopgang naast zitten. Van deze happening werden video-opnames gemaakt, het script werd gepubliceerd in Landslide, een kunstblad dat Laevitt en Ader anoniem produceerden.

Ook kunstenaar James Turrell (1943) komt bij Ader om de hoek kijken. Turrells kunst gaat over het waarnemen en beleven van licht. Uit de biografiek van Marion van Wijk blijkt dat Bas Jan Ader voor zijn solitaire oversteek naar Europa zijn licht opstak bij James Turrell. Deze wereldbekende kunstenaar stamt uit een Quaker’s familie, is tevens rancher en vliegenier en beschouwt zijn cockpit als het ideale atelier. Vanuit de lucht kan hij immers licht, lucht en ruimte het beste waarnemen. In Arizona bouwt James Turrell al sinds 1976 aan zijn never-ending landschaps- en levenswerk Roden Crater, een van Jan en alleman verlaten, uitgewerkte vulkaan in de Painted Desert, waarin bezoekers de lucht als onder een kaasstolp, zeg maar als een hemelgewelf in de letterlijke zin kunnen ervaren. Nederland is ook een idyllisch gewelf van James Turrell rijk. In Kijkduin liet hij in 1996 het Hemels Gewelf bouwen, een ovalen duinkom, geënt op de ellipsvormige Roden Crater. Op de bodem in het midden plaatste de lichtkunstenaar een stenen sarcofaagachtige bank. Al liggend daarop (in geometrische pose!) trekt de hemel zich als een koepel op de rand van de kom. Trouwens bij De Pont is ook permanent zijn Wedgework III te bezichtigen, een lichtervaringskunstwerk met fluoriserend violet licht in een afgesloten ruimte, die je via een pikdonkere gang benadert. Blijkbaar herkende Turrell bij Bas Jan Ader de juiste spirit en vrijheidsdrang en voorzag hij hem van advies over weersomstandigheden, stromingen en allerhande kennis over navigeren. Volgens Marion van Wijk leek Turrell ervan overtuigd dat Bas Jan Ader een ervaren zeiler was en nam hij hem ook mee op een vliegtocht naar Roden Crater, de vulkaan, die hij in 1974 ontdekte.

4 4a
James Turrell, Het Hemels Gewelf. Kijkduin (Den Haag), 1996   

Kunstenaar én vliegenier Joost Conijn (1961), die ik daags na mijn bezoek aan Turrells expositie in Tilburg toevallig tref op een open dag op Het Domijn in Weesp, is ook zo’n kunstenaar met een hang naar vrijheid, die het eenzame avontuur niet uit de weg gaat. In zijn zelfgebouwd vliegtuig vloog hij in 2010 van Nederland naar Kenia, met tussenstops in gevaarlijke en gewelddadige landen als Nigeria, Tsjaad, Centraal-Afrikaanse Republiek en Oeganda. Een vliegtocht als kunstproject, die hij in foto, film en tekst vastlegde. Er zijn opmerkelijke overeenkomsten tussen Bas Jan Ader, James Turrell en Joost Conijn. Ogenschijnlijk onverstoorbaar volg(d)en ze de roep van het heilige vuur, het verzet tegen mislukkingen vormt een cruciale drijfveer in hun kunst. Zowel Turrell als Conijn zei in wisselende formuleringen dat je eerst angst moet ervaren, om de vervoering in je kunst te kunnen voelen. Of Bas Jan Ader zich ooit in dergelijke bewoordingen heeft uitgelaten is mij niet bekend. Joost Conijn drukt de angst om tijdens een vlucht neer te storten weg door de wil om te overleven. In het licht van zijn valwerken zal ook bij Bas Jan Ader de drang tot zelfbehoud een cruciale drijfveer geweest zijn. Zoals hij zijn zeiltocht over de Atlantische Oceaan in alle eenzaamheid in een boot met minimale afmetingen ondernam, zo vliegt Conijn in zijn eigen gebouwd vliegtuig ook het liefst alleen, omdat hij ruimte in zijn hoofd wil hebben om in alle vrijheid en zelfstandig beslissingen te nemen. Geconcentreerd de gedragingen van zijn vliegtuig volgen, weersomstandigheden uitvogelen, vliegvelden zoeken en het belangrijkste: zijn tochten als kunstwerken documenteren. Bas Jan Ader zo’n veertig jaar geleden, Joost Conijn in de huidige tijd: beiden bedenker, acteur en regisseur tegelijk. En Conijn noch Ader wil(de) veel uitleggen over zijn kunst (zie mijn eerder verhaal over Joost Conijn).

11a 11b
14b14a
Bas Jan Ader, Untitled (Westkapelle, The Netherlands), 1971/2003 (boven)
Ger van Elk, The Haircut, Big Cut, Big Savings, 1971 (Gefotografeerd door Bas Jan Ader) (onder)

Bij zijn verscheiden en vele jaren daarna was de kunst van Bas Jan Ader, zeker bij jongere generaties nauwelijks bekend. Enkele overzichtstentoonstellingen (onder andere in het Stedelijk Museum en Museum Boijmans Van Beuningen), de deelname aan vele groepstentoonstellingen en belangwekkende publicaties hebben zijn werk in rap tempo onder grotere aandacht gebracht. De expositie bij galerie Grimm sloot in dit proces prima aan. Het was een feest om werk van Ger van Elk en Bas Jan Ader bij elkaar in één expositie te kunnen bekijken. De door mij geplaatste afbeeldingen van de werken van Bas Jan Ader en Ger van Elk waren alle bij Grimm te zien. Helaas géén projectie, maar foto’s dus van Untitled (Swedish Fall), waarop men de stilte en grootsheid van het Scandinavisch land (door zijn broer Erik ten zuiden van Stockholm gefotografeerd) en het dualisme van Hegel (logica versus de eenzame held in de natuur), de favoriete filosoof van Ader, zeker nog beter had kunnen ervaren. Zelf kan ik me nog wel voor de kop slaan dat een expositie met werk van Bas Jan Ader, die we in 2000 bij de Artoteek Den Haag (nu: kunstcentrum Heden) zouden maken, nooit doorgang kon vinden. Vanwege een verbouwing werd die uitgesteld, waarna het materiaal in collectie bij Museum Boijmans Van Beuningen niet meer beschikbaar bleek. Overigens waren Bas Jan Ader en Ger van Elk beiden in 1971 wel present op de vermaarde manifestatie Sonsbeek buiten de perken. Van Ader toonde curator Wim Beeren de films Fall 1 en 2, van Van Elk het piepkleine conceptuele werkje La Pièce, een wit beschilderd blokje hout, dat hij op een vrachtschip, midden op de Atlantische Oceaan ‘in de zuiverste lucht ter wereld’ schilderde. La Pièce lag toen als een kostbaar kleinood op een velours kussentje in het Tropenmuseum, als tegenhanger van de uitbundige, grootse, inmiddels legendarische werken die Richard Serra, Ronald Bladen en Robert Smithson voor Sonsbeek buiten de perken maakten.

15 16
Ger van Elk, The Co-Founder of the Word O.K. (Marken nr.6), 1971/1999 (l)
Ger van Elk, La Pièce, 1971. Collectie Kröller-Müller Museum, Otterlo (r)

Wellicht dat degenen, aan wie de kunst van Bas Jan Ader voorbij is gegaan, bij het nu bekijken ervan hun schouders zullen ophalen. Dat is enigszins begrijpelijk, maar inmiddels is het werk wel iconisch geworden. Zijn abrupte verdwijning zal daar zeker een steentje aan hebben bijgedragen. Ader was een kunstenaar die in zijn werk altijd een stapje vooruitging, immer vanuit een idee, zonder al te veel franje. Met kunstenaars die iedere keer hetzelfde maakten, bijvoorbeeld Mario Merz die ‘al zijn honderdste iglo had gemaakt’, had hij weinig op. Het lijkt alsof hij in zijn laatste kunstproject In Search of the Miraculous, zijn zelfverkozen vrijheid op zee, voor even geen zin had om aan de kunstwereld deel te nemen. Die bevond zich op veilige afstand. Wellicht voorzag hij ook een mislukking van zijn project. Welke kunstenaar betoogde ooit dat niet succes, maar juist mislukken een blijk van vrijheid is? Hoe dan ook, Bas Jan Ader stelde hoge eisen aan zichzelf. Mij lijkt dat met name In Search of the Miraculous is gevoed door innerlijke impulsen, waarin hij zich rekenschap gaf van de waarde van de (traditie in de) kunst. Dat vrijheid voor hem voor verantwoordelijkheid stond. Op 19 april 2017 is het 75 jaar geleden dat Bas Jan Ader in Winschoten werd geboren. Hopelijk ligt een (herdenkings)expositie, groepsexpositie, happening of wat dies meer zij, in het verschiet.

20.-Bas-Jan-Ader-op-zeer-jonge-leeftijd 21
Bas Jan met zijn vader (uit: Een Groninger pastorie in de storm), 1942 (l)
Kerk van de ouders van Bas Jan Ader in Nieuw-Beerta, 20 juli 2014 (r)

Bronnen, waaruit geciteerd is:

  • J.A. Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm. Franeker: Van Wijnen, 1947 (13e druk)
  • Paul Andriesse, Bas Jan Ader. Kunstenaar. Amsterdam: Stichting Openbaar Kunstbezit, 1988
  • Erik Beenker e.a., Bas Jan Ader. Please don’t leave me. Rotterdam: Museum Boijmans Van Beuningen, 2006
  • Alexander Dumbadze, Bas Jan Ader. Death is elsewhere. Chicago: The University of Chicago Press, 2013
  • Marion van Wijk, Let go. Bas Jan Ader. Eindhoven/Amsterdam: Lecturis, 2015

De afgebeelde werken zijn afkomstig van galerie Grimm in Amsterdam of door mij gescand / gefotografeerd. Het copyright van de afbeeldingen van het werk van Bas Jan Ader berust bij Estate of Bas Jan Ader/Mary Sue Ader-Anderson.

7 Comments

  1. Dag Michiel,
    Dank voor je text. Altijd leuk om je te lezen.
    Slechts één opmerking: Turrell wil niet als een Quaker te boek staan heeft hij mij destijds laten weten, (toen hij bezig was met zijn hemels gewelf).
    Groet,
    Liesbeth

  2. Dank je wel Liesbeth, ik heb de tekst aangepast.

  3. Goed stuk. 1 puntje: veel onderschriften bij de foto’s zijn verwisseld. Hartelijks van Huub

  4. Dag Michiel, dank je wel voor je tekst over Bas Jan Ader, fijn om achtergronden en
    duidingen te lezen die verder gaan dan de soms wat modieuze her-interpretaties,
    hommages en heruitvoeringen van zijn werken.
    Waarbij het too sad-werk in allerlei versies passeert( Im so mad van Anne-lise Coste bij Ellen de Bruijne op Art Rotterdam van dit jaar) Ik denk ook aan het werk met het bootje van
    Ahmes Ögut.
    Bij mijn lesgeven kom ik nogal eens prille ideetjes tegen, natuur vs
    cultuur in allerlei platte vergelijkingen en luie foto’s uit de eigen sociale
    omgeving. Wat zou het heerlijk zijn om er af en toe zo’n megalomane fantast en
    doener bij te hebben als Joost Conijn en de ander kunstenaars waar je over schrijft.
    Het is toch een standaard waar je naast de blik op de navel naar zou kunnen kijken.

  5. Huub, de onderschriften bij de afbeeldingen staan toch echt goed hoor. Wellicht dat het er op deze of gene ipad of iPhone anders uitziet. Niet op de mijne in ieder geval.

  6. Fenomenaal artikel!

Geef een reactie

Required fields are marked *.