Michiel Morel

In het hoofd van…

24 mei 2017
by Michiel Morel
3 Comments

Share

Hans Eijkelboom en Sedje Hémon op Documenta 14 in Athene en Kassel



Sedje Hémon, ‘Embrasse en vain’, 1963, 33 x 75 cm (lo)
Hans Eijkelboom, uit ‘Dagboek/Diary 1992-2007’ (ro)

Voor het eerst vindt de Documenta plaats op twee locaties: traditiegetrouw in Kassel, dit jaar tevens in het straatarme Griekenland, in Athene. Het hoge politieke en activistische gehalte van deze Documenta wordt meteen al zichtbaar in de catalogus, die leest als een dagboek van het verleden. Hiervoor selecteerden de deelnemende kunstenaars een datum met een gebeurtenis, waar zij persoonlijk en politiek gezien een bijzondere betekenis aan hechten. Een foto daarvan lieten de deelnemende kunstenaars bij de beschrijving van hun werk plaatsen. Hans Eijkelboom, een van de Nederlandse kunstenaars op deze Documenta, koos voor 8 juni 1968, de dag dat het lijk van de vermoorde presidentskandidaat Robert Kennedy per trein van New York naar Washington DC werd vervoerd. Fotojournalist Paul Fusco reed mee en fotografeerde de toegestroomde mensen langs het spoor, die Kennedy de laatste eer bewezen. We zien een dwarsdoorsnede van het Amerikaanse volk: arm en rijk, zwart en blank, in korte en lange broek, met ontbloot bovenlichaam, in gestreepte en egale overhemden, zoals de door Eijkelboom uitgekozen foto van Paul Fusco toont. Fusco’s beelden van de RFK Funeral Train laten de ontreddering van het Amerikaanse volk zien, en hun toewijding aan de familie Kennedy, die in de jaren zestig stond voor hoop op een betere toekomst. Voor Hans Eijkelboom een dag waarop hoop omsloeg in wanhoop. Continue Reading →

28 april 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

Bonies periode 1968 – 1980 (6): Bauhaus en de Russische avant-garde, Dekkers en Struycken, buurtacties in Amsterdam en Sonsbeek 1971

 
 
  
Werk van Joost Baljeu met linksboven Constructie F 25, 1990 (bovenste rij)
André Volten, Moderne stad, 1965. Bezuidenhoutseweg Den Haag (linksmidden)
Carel Visser, acht gestapelde balken, 1964 (rechtsmidden)
Bonies, acryl/doek, tweedelig, 1968. Collectie kunstenaar © Heden Den Haag (linksonder)
Ad Dekkers, Verschoven kwadraten, 1965. Collectie Stedelijk Museum Schiedam (middenonder)
Peter Struycken, Wetmatige beweging van vorm en kleur, 1965. Collectie Stedelijk Museum Schiedam (rechtsonder)

Met kunstenaars als Joost Baljeu, Carel Visser en André Volten kwam al in de jaren vijftig in Nederland een herbezinning op de geometrisch-abstracte kunst op gang. Vanaf midden jaren zestig zijn Bob Bonies, Ad Dekkers en Peter Struycken belangrijke pioniers van de nieuwe, rationeel denkende generatie, die zich van een geometrisch-abstracte vormentaal bedient en wier werk zich voegt in de ideeën van Bauhaus, de Russische constructivisten en De Stijl. Continue Reading →

21 maart 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

‘Art is art. Everything else is everything else’* – Bonies (periode 1967 – 1978) (5)


Bonies in zijn atelier, 2013. (foto: Andre Smits) (l)
Z.T. 210×280 cm (tweedelig), 1978  (geel wit) (r)

Zijn sculpturen kon Bonies eind jaren zestig vooral tonen bij progressieve kunstinstellingen als galerie Walenkamp in Leiden, Kunstzaal ’t Venster in Rotterdam of bij de Haagse Internationale Galerie Orez. Onder de musea waren dat de stedelijke in Amsterdam en Schiedam. De grote, veelkleurige structures showde hij op buitenmanifestaties; in 1967 op Beeld en Route bij galerie Waalkens in Finsterwolde en in de beeldententoonstelling in het Julianapark in Schiedam. In hetzelfde jaar tevens in Beelden en Bouwen op Plan Internationaal Doorwerth. Bonies bevond zich daar in goed gezelschap van andere jonge avant-gardekunstenaars als Marinus Boezem, Ger van Elk, Franck Gribling, Kamph, Jan van Munster, Gust Romijn en Peter Struycken. Op deze bouw- en woonexpositie moesten zij met nieuwe materialen werken en kleur gebruiken. Bonies, Gribling en Struycken onderscheidden zich door de hun toebedachte ruimte lineair te verdelen, die met banen te doorsnijden en daarin vormen te bouwen, gelijk architecten ‘een spel met licht en ruimte’ construeren. Bonies plaatste er structures, die opengeslagen kubussen veronderstelden. Hij sprak zich toen al uit over de mogelijkheden om zijn werk meer op industriële basis te laten uitvoeren. Deze structures boden daar mogelijkheden toe, ze bestonden uit goedkope Bruynzeel multiplexplaten, verf en standaardconstructie-elementen. Later maakte hij er multipels van, die echter geen succes bleken. In al hun eenvoud gaven de ‘structures’ van Bonies blijk van veel zeggingskracht, zoals de afbeelding laat zien. Continue Reading →

21 februari 2017
by Michiel Morel
2 Comments

Share

Bonies: vakbondsleider in verzet (periode 1969-1975) (4)


Squares van Hans van Manen en Bonies, 1969

Squares

Een bijzondere samenwerking had Bonies in 1969 met de choreograaf Hans van Manen, met hem werkte hij samen aan het ballet Squares. Zij kenden elkaar vanuit het netwerk rond Bonies’ vaste galerie van Riekje Swart. De choreograaf placht haar exposities te bezoeken, had een uitgesproken voorkeur voor constructivistische tendensen en had al werk van Bonies aangekocht. In zijn bewegingssculptuur voelde Van Manen zich sterk aangetrokken door het strakke metrum in Bonies’ werk en zijn herhalende thematiek. Voor Squares ontwierp Bonies een environment: een witte vloer met daarop een zwart vlonder van twee zwarte rechthoeken van 30 centimeter hoog, die samen een kwadraat vormden, tegen een wit achterdoek en zwarte schotten aan de zijkant. Voor Van Manen vormde dit vierkante dansoppervlak de basis voor de choreografie; de dansers konden zich erop, ernaast of ertegen bewegen. De twee te bewegen zwarte rechthoekige vlakken werden omhooggetrokken, waarna eerst twee schuine helften te zien waren en uiteindelijk een zwart silhouet, een verticaal vlak tegen de witte achtergrond. Vervolgens daalde een lichtsculptuur, een vierkant neonraam naar beneden, een open lijst van 6 bij 6 meter, met wit en ultraviolet licht, dat op borsthoogte bleef hangen. De tien dansers kregen zo met een open lijst te maken, in plaats van met een massief zwart vlak. Hun kostuums waren geheel wit, zodat je hen bij het aanlichtende ultraviolette licht langzaam zag oplossen. Op het moment dat de zwarte vlonder geheel verdwenen was, werkte Bonies alleen nog met behulp van schijnwerpers met primaire kleuren. In dit tijdsbestek speelde muziek van Satie, Gymnopédien 1, 2 en 3 voor piano. Al met al een indrukwekkend spel van licht, ruimte en kleur en sobere bewegingen. Als constructivist ging het Bonies om het ding als zelfstandig object, en niet als illustratie van het ballet: ‘Van Manen begrijpt dat ik niet wil werken aan een verhalend ballet, omdat ik in mijn eigen werk ook heel bewust het literaire element uitsluit’. Bonies volgde met zijn vormen min of meer het gedragspatroon van de dansers of stelde er een beweging in de ruimte tegenover. Voor Van Manen betekende dit een ingrijpen in zijn eigen gebied, de choreograaf werd op deze manier gedwongen tot samenwerking met de decorman. Die samenwerking verliep parallel, niets van de een tastte de autonomie van de ander aan. Squares beleefde zijn première op 24 juni 1969 in het Théatre de la Ville de Paris, een maand later volgde de Nederlandse. Nog steeds wordt Squares als een klassieker van de Nederlandse dans gezien, een ‘mijlpaal’ en toonbeeld van hedendaagse abstractie. Bij het 25-jarig bestaan van het Nederlands Dans Theater in 1984 liet Van Manen Squares opnieuw instuderen, en als hommage aan hem is dit lichtspel in 2016 wederom uitgevoerd. Met dit type klassiek ballet heeft Bonies zich verder nooit meer beziggehouden, wel heeft hij altijd grote betrokkenheid bij de wereld van de dans gehad, zeker onder invloed van zijn huidige partner Naomi Duveen, die hij in 1982 leerde kennen en moderne dans studeerde aan de Theaterschool. Bij openingen van tentoonstellingen van Bonies, al of niet met geestverwanten, voert zij nog steeds dansen uit, onder andere op muziek van Simeon ten Holt.

 
Squares van Hans van Manen en Bonies, 1969 (l)
Publiciteitsfolder galerie Swart, Bonies en Staakman, 1966 (r)
Continue Reading →

31 januari 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

Bonies: Ordening van vorm en kleur (periode  1964 – 1968) (3)

 

Tijdens zijn verblijf in de VS en Canada maakte Bonies nader kennis met het werk van representatieve Hard-edge kunstenaars als Kenneth Noland, Frank Stella en Elsworth Kelly. Het zette hem op het spoor van grote, door scherpe randen gescheiden, ongemengde kleurvlakken. De term Hard-edge was eind jaren vijftig door de Amerikaanse criticus Jules Langsner geïntroduceerd, om er een hard omlijnde, streng geometrische schilderkunst mee aan te duiden. Het werk van deze Amerikanen verwijst naar niets anders dan naar zichzelf, een symbolische betekenis kun je er niet aan ontlenen. Bonies’ kennismaking met dit werk en überhaupt zijn verblijf in Noord-Amerika lijkt een proces in gang te hebben gezet, waarin zijn werk zich versneld ontwikkelde.

Hij naderde rap het stadium waarin hij de essentie in zijn werk zou terugbrengen tot het gebruik van louter geometrische figuren. En even belangrijk, hij zou zich gaan beperken tot de standaardkleuren rood, wit, geel, blauw en groen. Niet dat deze periode een complete verandering in zijn werk markeert, het is een geleidelijke en vrij logische ontwikkeling op het schilderwerk en de plastieken die hij eerder maakte. Aldus werd de strikte ordening van vorm en kleur vanaf eind 1963 het uitgangspunt voor zijn werk, dat net als bij de Hard-edgekunstenaars naar niets anders dan naar zichzelf verwijst. Continue Reading →