Michiel Morel

In het hoofd van…

3 mei 2015
by Michiel Morel
2 Comments

Share

Overwinning op de tijd: de fotografie van Inta Ruka (deel2)

37 34
Amaliasstreet, ingang vanaf binnenplaats 2009 (l)
Alberta Iela, Riga

Terug naar Amaliastraat 5a. Ooit moet dit houten complex een vrij idyllisch woonoord geweest zijn. De zanderige courtyard, een ideaal speelterrein voor kinderen, is vanaf de straat nauwelijks zichtbaar. De inmiddels afgebladderde woningen stammen uit het begin van de vorige eeuw, gebouwd om er fabrieksarbeiders in te huisvesten. Het complex kraakt in zijn oude voegen en oogt volledig verwaarloosd. Vandaag biedt het langs de met plassen gevulde zandwegen een veel troostelozere aanblik dan we op de foto’s van Inta Ruka gewaarworden. Van een gedeelte van het gebouw zijn ramen en deuren dichtgetimmerd, de bewoners zijn naar andere oorden vertrokken. De nieuwe eigenaren willen renoveren en lonken naar Brussels geld. Riga kent veel van dit type appartementencomplexen. Ze staan in flagrante tegenstelling met de jugendstil- architectuur in het centrum van de stad, geïnspireerd op het Wenen en Parijs van rond 1900. Architect Michael Eisenstein (vader van filmregisseur Sergej Eisenstein, maker van onder andere Iwan de Verschrikkelijke) ontwierp er vanaf 1901 excentrieke, brede en hoge gebouwen, meestal parelwit, hier en daar in rijke kleurschakeringen en jaren later overvloedig voorzien van ornamenten. Toen leverde deze gerenommeerde Letse architect (hij stond bekend als de Otto Wagner van Riga, omdat hij de stad met Wenen liet rivaliseren) nooit een gebouw af zonder de beeltenissen van Medusa, Apollo of Artemis. De schrijver Jan Brokken noemt deze uitbundige gebouwen de zwanenzang van de bourgeoisie. Slechts de kale gebouwen die Eisenstein later, rond 1911 zonder ornamenten en sculpturen ontwierp, verraden nog iets van zijn oorspronkelijke stijl. Niets van dit alles is in de buurt van Amaliasstraat te vinden, van oudsher een buitenwijk met de fabrieken die de industrialisatie in Riga op gang brachten. Het is nog steeds een traditionele omgeving met veel ongeasfalteerde straten, waar nieuwbouw maar spaarzaam is doorgedrongen. Inta Ruka ontdekte Amaliasstraat op een wandeling in 2004, terwijl ze er al enkele malen eerder was langsgelopen. Toen woonden Letse en Russische gezinnen er vreedzaam naast en met elkaar. Zoals Inta Ruka bij een van de foto’s schrijft: ‘Het complex is niet alleen een gebouw. Het zijn mensen. Ze werken hard en genieten van het leven. Ze worden verliefd, soms gaan ze scheiden. Ze zijn gelukkig en verdrietig. Net zoals iedereen van ons…’.

25 Inta Ruca_4.tif
28 15. Rita Stibele en Ugis Stibele, AS, 2005
Amaliasstreet vanaf straatzijde, 30 maart 2015 en kinderen op straat, 2006
Rita Stibele en Ugǐs Stibelis, 2005 en 
Rihards Stibelis en Ivo Videjus, 2005 (Amaliasstreet) Continue Reading →

29 april 2015
by Michiel Morel
5 Comments

Share

Overwinning op de tijd: de fotografie van Inta Ruka (deel 1)

24 23
Amaliasstreet 5a, 2009 (l) en Inta Ruka bij Amaliasstreet, 30 maart 2015

Terug in Riga. De stad daagt uit tot een wandeling, maar toch verlang ik ernaar om eerst naar Amaliasstraat nr. 5a te gaan. Met de Letse fotograaf Inta Ruka (1958) rijd ik er op een druilerige ochtend naartoe, vanuit het historische centrum, de Daugava over. In de zomers van 2004 tot en met 2008 volgde Inta Ruka het leven van de bewoners in dit aftandse houten wooncomplex. Met tussenpozen legde zij hen in zwart-witportretten vast en maakte ze close-ups van hun woningen, het interieur en de gezamenlijke ontmoetingsplaats, een zanderige binnenkoer. Inta Ruka volgt mensen over een langere tijdspanne en dat levert de meest prachtige beelden op. Normaliter zullen de afgebeelde personen je weinig kunnen schelen, maar met de mensen op haar foto’s leef je mee. Met een Rolleiflex-camera uit 1937 portretteerde de kunstenaar de bewoners van Amaliasstraat nr. 5a in stemmige grijstinten; ze zijn er niet minder kleurrijk om. Integendeel, het fascineert me hoe de kunstenaar het verstrijken van de tijd als het ware opslaat, hoe mystiek het leven zich op haar foto’s kan vertalen. Ineens kun je verleid worden die mensen nader te leren kennen.

26 31
Toms Krese, 2005 (l) en Marija Matvejuk, 2004 (Amaliasstreet)

De beelden van Inta Ruka onthullen een sensitieve houding ten opzichte van ‘gewone’ mensen op het platteland of bewoners van een arme woongemeenschap, die door overlijden, verhuizing en woningrenovatie voortdurend van samenstelling verandert. Het voelbaar maken van veranderingen is een belangrijk onderdeel van Ruka’s artistieke concept. Haar beelden dringen door tot de ziel van Letland. Subtiel geven haar foto’s uitdrukking aan de omwenteling die zich begin deze eeuw in deze Baltische staat voltrok. Een land verscheurd door zijn duistere, absurde geschiedenis, dat na de Tweede Wereldoorlog vijftig jaar achter het IJzeren Gordijn zat, zich geleidelijk van de Russische heerschappij ontdeed en zich sinds 2000 tot een volwaardig lid van de Europese Unie transformeert. De tijd onder het communistische bewind bestond voor de kunstenaar niet alleen uit kommer en kwel. Er waren vele gelukkige momenten. Wellicht het belangrijkste: toen ze voor haar eindexamen van haar moeder een camera cadeau kreeg. En subiet met de postbode, die in de zomer iedereen op het platteland wist te vinden, op stap ging om mensen te fotograferen. Dat de camera haar verdere leven zo zou verrijken, heeft haar moeder, met wie ze alleen samenwoonde, nooit kunnen bevroeden. In de jaren tachtig beleefde Inta ook een rijke periode met de Letse fotograaf Egon Spuris. Spuris was van grote invloed op haar werk, maar overleed in 1990, even voordat Letland zich onder het juk van Rusland vandaan worstelde. Bij Heden exposeerden we in 2008 ruim zestig foto’s uit Inta Ruka’s boeiende verslag over Amaliasstraat 5a, een flard van het leven in Riga aan het begin van de 21ste eeuw. Anno maart 2015 aanschouw ik zelf hoe het Amaliasstraat en zijn bewoners tien jaar later vergaat. De tijd lijkt er te hebben stilgestaan. Continue Reading →

18 maart 2015
by Michiel Morel
5 Comments

Share

Oog in oog met André Smits, Artist in the World

22 31
Oog in oog met André Smits, 2012. Foto: Bradley Wester (l)
Ondergaande zon in Hoek

André Smits (1960) is even in Hoek. In 2012 ruilde hij Rotterdam voor een boerderijtje daar, zijn uitvalsbasis in Zeeuws-Vlaanderen, dat als tussenstop voor zijn verkenningsreizen door de kunstwereld dient. Zo’n stop neemt doorgaans slechts enkele dagen in beslag. Tussen alle afspraken moet hij zijn website en dagboeken onderhouden, de muren met zijn reisverslagen betekenen en de meest noodzakelijke huis-, tuin- en keukendingetjes afwerken. Maar dan hup, weer op stap met zijn vaste attributen: computer, camera, tekenvellen en -pennen in de rugzak. Net terug uit New York, volgende week naar Keulen en Düsseldorf, daarna naar Israël; een volgende reis naar de Verenigde Staten is zojuist geboekt. Zo is het leven compact en dat geeft een licht gevoel, zegt hij erover.

De lucht van een vlucht is de favoriete geur van Artist in the World André Smits. Het liefst reist hij over de wereld naar belangwekkende kunstplekken, speurend naar kunstenaars en kunstprofessionals in hun eigen domein. Duizenden kijkers biedt hij een blik achter de schermen, nu al van ruim 3000 personen, en niet de minsten. Ai Weiwei in Beijing, Vito Acconci in Brooklyn, Joep van Lieshout in Rotterdam of Luc Tuymans in Antwerpen om maar eens enkelen te noemen. Allen fotografeerde hij in hun atelier. Eigenlijk zijn het er pas 3000, want Smits heeft nog talloze vakbroeders te gaan. Er is geen tijd te verspillen.

De stortvloed aan André Smits’ beelden laat ons getuigen van een mieters kijkje in de keuken van kunstenaars, die zich bij het portretteren niet anders hoeven voor te doen dan zij in werkelijkheid zijn. Want welke plek het ook is, altijd zien we de kunstenaar, de museumdirecteur, de curator of de galeriehouder in dezelfde onorthodoxe houding geportretteerd: op de rug. Van al die ontmoetingen maakt André Smits handgetekende reisverslagen. Trouwe supporters maakt hij maandelijks per post deelgenoot van zijn journaal, bijna dagelijks post hij de resultaten van zijn bezoeken op facebook.

09 30
Luc Tuymans in Antwerpen, 2010 (l)
Wandschildering in Hoek
Continue Reading →

9 februari 2015
by Michiel Morel
7 Comments

Share

De soevereine kunst van Alfred Eikelenboom

1
Monument bij de penitentiaire inrichting De Schie, Rotterdam, 1990. Foto: Bram Harkes

‘Herontdekt worden’, aldus ventileerde Alfred Eikelenboom (1934-2014) aan het eind van zijn leven zijn frustratie over de aflatende aandacht voor zijn werk. Vanaf de jaren zeventig tot na de eeuwwisseling maakte deze kunstenaar furore met zijn Utopian Models, waarin hij architectonische en sculpturale kwaliteiten in driedimensionale, grijze objecten integreerde. Grotendeels van de ellips afgeleide vormen, doen ze denken aan maquettes van stedenbouwkundige modellen. Echter maquettes als voorbeelden van een toekomstige werkelijkheid, zijn het niet. De kracht van Utopian Models zit in de autonome, esthetische vorm, hun volumes en het perspectief.

Een artistieke bijdrage leveren aan de ideale stad, een stad met ultieme zuivere vormen, dat was de grote ambitie van Alfred Eikelenboom. Met zijn utopische modellen verrichtte hij voortdurend onderzoek naar een volmaakte, stedelijke architectuur. Niet de minste architecten als Rem Koolhaas en Carel Weeber toonden zich schatplichtig aan zijn ideeën. Hun pleidooien leidden ertoe dat de kunstenaar enkele belangrijke opdrachten voor monumentale sculpturen kreeg. De gele muur voor de penitentiaire inrichting De Schie in Rotterdam, opgevangen in twee grijze bollen, blijf ik van een verbluffende schoonheid vinden. In de trein op weg naar de havenstad kijk ik er altijd naar uit. Hoewel het zich misschien meer ruimte had mogen toe-eigenen is het verbazingwekkend te zien hoe gemakkelijk het werk zich tot zijn omgeving verhoudt. Niet alleen tot de gevangenis, ook tot de Van Nellefabriek (Unesco Werelderfgoed) aan de andere kant van de Schie.

Het aantal monumentale opdrachten voor Alfred Eikelenboom is vrij beperkt gebleven en zijn ultieme verlangen om een echt gebouw als ideaal van schoonheid te verwezenlijken, is nooit gerealiseerd. Aan zijn gevoel van onderwaardering van zijn kunstenaarschap moet het zeker bijgedragen hebben. Zijn eigen werk vond de kunstenaar kunst in de meest pure vorm, maar ‘het muntje in de kunstwereld wilde niet goed vallen’. Een eigenzinniger kunstenaar, die zo hardnekkig trouw bleef aan zijn artistieke uitgangspunten en ze zo consequent heeft doorgezet, kan ik niet snel aanwijzen. Alfred Eikelenboom heeft een uniek en zuiver oeuvre achtergelaten, naast utopische modellen en monumentale sculpturen tevens schilderijen en collages.

2 2a
Utopian model, sculptuur als architectuur  /  architectuur als sculptuur  

Continue Reading →

26 december 2014
by Michiel Morel
6 Comments

Share

Niets zonder betekenis, de kunst van Pieter Laurens Mol

3. Vigilantia, 1984 22A
Vigilantia, 1984. Collectie Paul Andriesse (l)
Return to the Order of Service, 2012

Ik ben in mijn hometown Breda, stad met geschiedenis. De herovering van de stad op de Spanjaarden door de list met het Turfschip van Breda in 1590, is een jongensverhaal dat me nog steeds kan fascineren. Ook het schilderij De overgave van Breda (‘Las Lanzas’) van Diego Velázquez over het beleg en de overgave van de stad in 1624-’25 blijft me bij. Het stelt de overhandiging van de stadssleutel door Justinus van Nassau aan Ambrosio Spinola voor. Blijkbaar roemt Spinola op dit grootse tafereel de dapperheid van het Bredase garnizoen, en gaf hij bevel het een eervolle aftocht te verlenen. En nu sta ik in het Breda’s Museum voor het kunstwerk Dear Diego Velásquez van kunstenaar Pieter Laurens Mol, wiens roots ook in Breda liggen. Bij toeval stuitte Mol in 1988 in een antiekzaakje op de stadssleutel uit Las Lanzas en schreef hij Velázquez een verzoeningsbrief die samen met de sleutel in dit museum ligt:

‘Dear Diego Velásquez,
Let’s make it up
No more fuss
At last I found the bloody key
Of my bloody hometown
Pedro de Breda’

1 2
Diego Velázquez, Las Lanzas, 1635. Collectie Museo del Prado, Madrid (l)
Dear Diego Velásquez, 1988. Collectie Breda’s Museum

Continue Reading →