Michiel Morel

In het hoofd van…

30 januari 2012
by Michiel Morel
8 Comments

Van Ouborg, een experimenteel zonder forum, tot Kruysen, winnaar van de Ouborgprijs 2011

    
Pieter Ouborg  © erven Ouborg
Vijf winnaars van de Ouborgprijs, v.l.n.r.:  Hans van der Pennen, Justin Bennett, André Kruysen, Auke de Vries en Zeger Reyers © Arnd Bijleveld, 2011   

Dolf Welling kwalificeerde de kunstenaar Pieter Ouborg (1893 – 1956) ooit als “een experimenteel zonder forum”. Deze nestor onder de kunstcritici had blijkbaar een vooruitziende blik, want ook bij de uitreiking van de naar hem vernoemde Haagse oeuvre-prijs voor beeldende kunst is Ouborg er altijd bekaaid afgekomen. De laureaat wordt immer voorzien van een puike publicatie en krijgt ook nog eens een tentoonstelling in het Gemeentemuseum. Werken van de naamgever van de prijs waren tot nu toe in geen velden of wegen te bekennen. Mij lijkt het niet meer dan terecht om bij de uitreiking van de prijs, de spotlight ook eens op deze bijzondere en veelzijdige kunstenaar te richten.
Op mijn lijstje van belangrijke Haagse beeldend kunstenaars uit de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog prijkt Pieter Ouborg bovenaan, naast Willem Hussem, Jaap Nanninga en Wim Sinemus. In die tijd waren zij experimenteel gerichte kunstenaars. Nu telde de Haagse kunstwereld in die jaren, in vergelijking met de bloeitijd van de Haagse  School, nauwelijks mee. En over de grenzen al helemaal niet. Hussem kende men meer als dichter dan als schilder en van Nanninga was bekend dat de Cobra-kunstenaars hem maar een zacht ei vonden. Ouborg zelf, ooit uitgenodigd om zich bij die kordate mannen van Cobra aan te sluiten, werd vooral bekend vanwege een onverkwikkelijke rel rond de Jacob Marisprijs. Toch hebben deze kunstenaars bij de opkomst van het modernisme na de oorlog in ons land een niet onbelangrijke rol gespeeld. Zij behoorden tot een radicale vernieuwingsbeweging, die al snel na 1945 tot spontaan abstract werk kwam, nota bene op een moment dat Cobra hier nog niet aan de horizon was verschenen. Terwijl de figuratieve kunst nog hoogtij vierde, liepen deze vier Haagse kunstenaars vooruit op de vrije abstractie die zich pas in de jaren vijftig zou openbaren.

  
Willem Hussem, Compositie, 1970, collectie Heden (l)
Pieter Ouborg, Visioen, 1954, collectie Dordrechts Museum (m)
Jaap Nanninga, Figura, 1960, collectie Stedelijk Van Abbemuseum (r)

Pieter Ouborg, bij het grote publiek toch nog steeds een grote onbekende, wil ik hier nog een keer roemen. In het bijzonder om de tekst die hij aan het eind van zijn leven over zijn werk schreef. Daaruit blijkt dat zijn verblijf in Indië, van 1915 tot 1938, van enorme invloed is geweest op zijn latere oeuvre. De vijftien winnaars van de Ouborgprijs zal ik in deze bijdrage natuurlijk niet onbetuigd laten, maar dan wel tussen de regels over Ouborg door!

Continue Reading →

28 december 2011
by Michiel Morel
5 Comments

Onder de rook van Van Abbe (2): Piet Dirkx en Stijn Peeters in E’ven


Piet Dirkx, Fragile Van Abbe, Heden, 2009 © Ingrid Scholten

Polychromeur Piet Dirkx: Too many things to be seen at the same time

Het artistieke hoofd van kunstenaar Piet Dirkx, die door Hans Biezen nog op de Jan van Eyck Academie is begeleid, loopt over. Zijn werk is een eeuwig onderzoek naar vorm en kleur. De relatie tussen poëtische teksten en lyrische tekeningen valt daarin het meest op. Dat is mooi zichtbaar in zijn notitieboekjes, waarvan de inhoud als een belangrijke bron voor ander werk dient.  Als het hem uitkomt maakt  Piet Dirkx ze onderdeel van installaties, die hij in specifieke ruimten bouwt. Die installaties kan men zien als een tijdelijke verplaatsing van allerhande voorwerpen uit zijn Eindhovense atelier naar de beslotenheid van een museum, galerie, fabriek, huis, tuin of zelfs de context van een theater. Om ze op zulke plekken systematisch en zonder enig vooropgezet plan te ordenen: als een indringend visueel dagboek van zijn ervaringen.

Continue Reading →

21 november 2011
by Michiel Morel
7 Comments

Onder de rook van Van Abbe (1): Hans Biezen en René Daniëls


Vlnr: Piet Dirkx, René Daniëls en Hans Biezen, 2001 © Joyce Cordewener

Enig provincialisme is mij niet vreemd. Wat wil je als je zelf een deel van je jeugd naast Sint-Joost in de Bredase binnenstad hebt doorgebracht? Deze zomer zag ik in Tilburg de tentoonstelling Brabant Nu 2011. Elf kunstenaars, die vanwege hun opleiding of woonplaats een speciale band met Brabant hebben, presenteerden er nieuw werk. Hun favoriete popsong, die met een audioguide bij ieder werk te horen was, diende als vertrekpunt. Eindhovenaar Stijn Peeters was er met werk uit zijn nieuwe serie The world upside down en zijn favoriete nummer I wanna be your dog van de rock-punkband Sonic Youth & Iggy Pop de nestor in dit voor het merendeel jonge gezelschap.

    

René Daniëls, Zonder Titel, 1977, particuliere collectie © Stichting René Daniëls, Eindhoven (l),
René Daniëls, Zonder Titel, 1977 © Stichting René Daniëls, Eindhoven (r)

Even verderop hingen in De Pont naast elkaar drie schilderijen van Brabants bekendste kunstenaar: René Daniëls, geboren en getogen in Eindhoven. Die brachten me terug naar de muziek, die Daniëls fascineerde: de rauwe punk van groepen als Blondie, The Ramones en de Talking Heads met David Byrne. Hij filmde hun concerten en koos, daardoor geïnspireerd, (langspeel)platen en camera’s als onderwerp voor zijn eerste werken. Het is een goede aanleiding eens stil te staan bij de jonge kunstenaarsgarde uit het kunstleven in Eindhoven, midden jaren zeventig en jaren tachtig. Niet alleen vanwege mijn sympathie voor steden, waar ze de zachte-g goed articuleren, er is meer aan de hand. Maar voor Brabantse kunstenaars heb ik wel een zwak.

Continue Reading →

6 oktober 2011
by Michiel Morel
10 Comments

De vrouwenliefhebber van Dumas

Fragment uit ‘Miss Interpreted’, 1997 © Rudolf Evenhuis & Joost Verhey. Upload: Matthias Beindorff

Over de portretten van Marlene Dumas kan ik weinig te berde brengen, dat niet al eerder door zoveel auteurs onder woorden is gebracht. Dat kan ik wel over Bert Slijk; het is een wonderlijke ervaring hem op een schilderij van haar te zien staan. In 2008 zie ik het pas voor het eerst, afgebeeld in de publicatie Maar wie ik ben gaat niemand wat aan. Zoals het op pagina 43 is afgedrukt kan het portret van Bert me hoofdpijn bezorgen. De portretten van Marlene Dumas kun je niet anders dan met grote bewondering aanschouwen. Tegelijk kunnen ze behoorlijk wat emoties losmaken. Als geen ander weet Marlene  Dumas de gemoedstoestand van mensen, of de illusie daarvan, te verbeelden.


Portret van Bert op het Hooghuys schilderij © Marlene Dumas

Weliswaar schildert  ze figuratief, haar onderwerpen zijn eigenlijk abstract; ze gaan over relaties tussen mensen en roepen associaties op met angst, dood, verdriet, liefde, verlangen of erotiek. Hoe beeldend weet zij zulke thema’s in de vele koppen op het Hooghuys schilderij te pakken. Dit werk van Marlene Dumas is een portrettengalerij uit 1990 en bestaat uit 36 kleine schilderijen, elk 60 bij 50 cm. Als een postzegelvel van groot formaat hangen ze in een zes bij zes-opstelling aan de muur van een leefruimte van de psychiatrische inrichting van de GGz Breburg, Regio Breda. Bert Slijk opent de tweede rij: met de onafscheidelijke pet, een sigaar in de mond en het ene, nog betrekkelijk goede oog, immer naar links loerend. Het onderwerp van de portrettengalerij laat zich raden: bijzondere, ongelijksoortige mensen met een beperking, ziekte of verstandelijke handicap. Waarschijnlijk is het Hooghuys schilderij, samen met het in dezelfde periode geproduceerde 2- delige olieverfschilderij Hell, (The people of the artworld in Monets Lake of Searoses)  Dumas’ grootste werk, maar het is zeker niet een van haar bekendste. Dat is niet zo verwonderlijk want in een vooraanstaand museum van moderne kunst is het niet te zien. Het Hooghuys schilderij maakt ook geen deel uit van een invloedrijke collectie en in boeken en catalogi kom je het maar sporadisch tegen. Relatief weinig mensen hebben het kunnen aanschouwen, ook al omdat het slechts twee of drie uitstapjes naar prestigieuze tentoonstellingen maakte. De bevoorrechte kijkers zijn de medewerkers en cliënten van de psychiatrische inrichting Het Hooghuys in Etten-Leur, waar het een niet alledaagse plaats heeft tussen de dagelijkse maaltijden van het restaurant: soep, frites, salades, gehaktballen en wat dies méér zij.

Continue Reading →

6 september 2011
by Michiel Morel
2 Comments

Eko Nugroho, een signalement

Zoete Balinese naakten uit het idyllische Indië, opstand tegen het Nederlandse gezag, het sociaal realisme van communistische schilders als Hendra en Affandi, protesten tegen Soeharto’s bewind of het absurdisme en cynisme van de jaren negentig. Het zijn meer of minder bekende thema’s uit de naoorlogse Indonesische schilderkunst. Die was tot het begin van deze eeuw in Azië een ondergeschoven kindje. Gewild was vooral de Chinese kunst. Verzamelaars telden er grof geld voor neer, totdat de prijzen de pan uit stegen en zij hun aandacht naar andere Aziatische landen verlegden. Naar Indonesië bijvoorbeeld, dat sinds 2007 een renaissance in de kunst beleeft. Werk van jonge Indonesische kunstenaars werd hot. Pop-art achtige, hyperrealistische schilderijen van o.a. Nyoman Masriadi brachten bij veilinghuizen in Hongkong en Singapore vaak meer dan honderdduizend dollars op. Als gevolg van de economische crisis nam de hausse daarna af, maar het artistieke deficit had zich al afgetekend. Jonge Indonesische kunstenaars  zwichtten voor de commercie en in plaats van een eigen taal te ontwikkelen, gingen zij voor de markt schilderen. Het zal een aantal minder goed af gaan. Een kunstenaar die in dat proces niet mee ging is Eko Nugroho. Van de jonge generatie kunstenaars die eind vorige eeuw in Indonesië van zich doet spreken, is hij een belangrijke representant. Een voortrekker. Vanaf 2004, als Eko Nugroho voor het eerst de Oceaan oversteekt, krijgt zijn werk internationale aandacht. Het begint in Nederland, waarmee hij een speciale band zal opbouwen. Momenteel exposeert Eko Nugroho in New York bij Lombard Freid Projects en maakt hij deel uit van de prestigieuze tentoonstelling ‘The Global Contemporary, Art Worlds after 1989’ in het Centrum voor Kunst en Media in Karsruhe. Begin 2012 kun je zijn werk in Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris bewonderen.


Borduurwerk (collectie Tropenmuseum) en muurschildering Masks, 2009 © Heden

Sinds begin jaren 90 heb ik me verdiept heb in de hedendaagse Indonesische kunst. De carrière van Eko Nugroho heb ik nauwgezet kunnen volgen. Ik maak je er graag enigszins deelgenoot van. Een Engelse vertaling is er aan toegevoegd.

Continue Reading →

2 augustus 2011
by Michiel Morel
12 Comments

Donald Judd

De eerste bijdrage gaat over Donald Judd, wiens werk mij immer bezighoudt. Judd’s beelden dagen kinderen uit. Dat en mijn bezoek aan Donald Judd’s kunstnederzetting in de woestenij van Texas, brachten me tot dit verhaal.


Donald Judd, Untitled, in Kröller-Müller, 1980 © JW Weck

Continue Reading →