Michiel Morel

In het hoofd van…

30 oktober 2017
by Michiel Morel
1 Comment

Share

Bonies in de Tegenstroom (10)


Expositie Constructivisten, De Zonnehof, Amersfoort, 1991

Met zijn benoeming tot directeur van de Vrije Academie in 1988 concentreerden Bonies’  kunstpolitieke activiteiten zich voor een groot deel op de kunstscene in zijn woonplaats. Daarnaast was hij nog steeds actief als voorzitter van de BBKA, de Bond van Beeldende Kunst Arbeiders. Vanuit de Vrije Academie werd onder zijn leiding de nodige actie gevoerd tegen het beleid in de kunstsector, dat in de jaren tachtig door de gemeente behoorlijk was uitgekleed. De eerste jaren had Bonies een flinke kluif aan de reorganisatie van de Vrije Academie (zie ‘Bonies en de Vrije Academie, 1988-2001’). Aan werken in zijn atelier kwam hij minder toe dan hij zich zou wensen. Was 1989 nog een levendig jaar waar het zijn (groeps)tentoonstellingen betrof, vanaf 1990 beperkte het aantal zich tot een of twee per jaar. Er  waren ook minder opdrachtgebonden kunstprojecten. Dat jaar liep zijn werk in de satellietstad Zoetermeer af. Hier boog hij zich gedurende vijftien jaar als adviseur over de vormgeving van nieuwe wijken met het oog op de leefbaarheid en begeleidde hij kunstopdrachten. In Den Haag werd hij vanuit de Vrije Academie een van de belangrijkste criticasters van het nieuwe Haagse Centrum voor Beeldende Kunst, HCBK. Het was het post-BKR-tijdperk, waarin een intensieve discussie plaatsvond over de rol en plaats van de beeldend kunstenaar. Sinds midden jaren tachtig was het kunstbeleid geleidelijk losgeweekt van het kunstenaarsbeleid en met de opheffing van de BKR was de zorg van de overheid over het inkomen van kunstenaars afgenomen. Via de BKR waren zij gewend aan een regelmatige uitkering in ruil voor geleverd werk, die nogal verschilde van de prijs die zij er bij verkoop op de vrije markt voor zouden ontvangen. Veel zogenoemd BKR-werk was trouwens niet geschikt voor de vrije markt, en in Den Haag was maar een zeer beperkt aantal galeries gevestigd. Voor met name oudere kunstenaars, met kinderen en vaste (hypotheek)lasten, leidde het tot onzekere situaties. Om hun status van beroepskunstenaar te consolideren en zo toegang te blijven houden tot bestaande subsidieregelingen, bleven zij lid van de BBK en/of  van een kunstenaarsvereniging. De kunstenaarsverenigingen telden dan ook relatief meer oudere dan jongere kunstenaars onder hun leden. Het nieuwe beleid vergde een andere instelling, gedwongen als zij waren zich actiever op te stellen en meer dan voorheen een markt voor hun werk te veroveren. Continue Reading →

30 september 2017
by Michiel Morel
2 Comments

Share

Bonies en de Vrije Academie, 1988 – 2001 (9)


Bob Bonies in zijn atelier 2002, (foto Gilles van Niel © Heden)

Naar voorbeeld van de Académie Libre (Académie de la Grande Chaumière), een opleiding met een open karakter in Parijs, richtte Livinus van de Bundt in 1947 de Vrije Academie op, Werkplaats voor Beeldende Kunsten in Den Haag. De Vrije Academie ontstond als alternatief voor de reguliere academies, waar studenten aan de hand van schoolse leerplannen een einddiploma konden halen, waarmee zij zich kunstenaar konden noemen. Kunstenaars met een lage vooropleiding, zoals Bonies, konden geen reguliere vakopleiding volgen. Een dergelijke generale leerroute om in een aantal jaren beeldend kunstenaars te kweken, leek Livinus – als kunstenaar hanteerde hij zijn voornaam – niet mogelijk. Hij was ervan overtuigd dat een integrale vakopleiding zoals de Vrije Academie, vanuit andere uitgangspunten en met andere praktiserende methoden, beter zou werken dan een beroepsopleiding van het traditionele kunstvakonderwijs. Met de Vrije Academie zette hij daar een laagdrempelig alternatief tegenover: de ‘onderzoekende beoefening der vrije beeldende kunsten’, voor getalenteerde amateurs en professionals die zich in werkplaatsen en open ateliers in alle mogelijke kunstrichtingen konden verrijken in de confrontatie met een degelijk docentenkorps. In de jaren vijftig experimenteerde Livinus er in grafiek op los, op zoek naar de grenzen die de grafische technieken boden. In 1937 was hij in Parijs al in de leer geweest op het atelier van Bill Hayter, een belangrijke vernieuwer in grafiek. ‘Het branden van gaten, het schroeien en doorzetten, bol ponzen aan de voorzijde, het opbollen aan de achterzijde, in schuurpapier gaten knippen, vlekken bijten met zwavelpoeder, vingerafdrukken zetten als merk op de achterzijde’, zo beschreef hij zijn experimenten in een aantekenboek. Daar bleek zijn onderzoekende geest al uit. Zelf doceerde hij grafische vakken aan de Vrije Academie, in het begin gehuisvest in het gebouw Amicitia aan het Westeinde. Continue Reading →

30 augustus 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

De ordening van Bonies (8), periode 1980 – 1989


Overzicht in Museum Boymans van Beuningen met werk van Ad Dekkers, Bob Bonies, Peter Struycken en Carel Visser, 1978

Eind jaren zeventig en in de jaren tachtig hield Bonies zich vooral bezig met werk in opdracht. Daarnaast  exposeerde hij in deze periode geregeld. In 1977 in de Gemeentelijke Van Reekumgalerij in Apeldoorn, een jaar later in Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam, in 1979 tevens in het Haags Gemeentemuseum. In deze exposities zijn meerdere voorbeelden van shapes uit de periode 1966-1977 samengebracht, schilderijen samengesteld uit overzichtelijke kleurvlakken in geometrische vormen met een omliggende ruimte. De onderdelen waaruit de kunstenaar de compositie heeft gemonteerd hebben hun eigen begrenzing, ze staan niet meer op één vlak, maar vormen met elkaar zelf het beeldvlak (shaped canvas). De visuele aanwezigheid ervan is deel van een onderliggend systeem, waarin de delen die niet zijn geschilderd evenwaardig zijn aan de ruimte eromheen. Het ligt in de aard van dit werk om zonder franje iets zichtbaar te maken en toegang tot een immaterieel aspect te bieden. Bij de kijker mag geen verstoring optreden. Wat je ziet is een onderdeel van het werk, maar je ervaart het als een veel grotere constellatie: je hoeft maar een deel te zien om het schilderij zelf verder te kunnen invullen. Dat voor een deel de materialiteit in het werk ontbreekt, maakt het minimalistisch. ‘Ik mik op de autonomie van de voorstelling, waardoor er niets aan de verbeelding van de voorstelling wordt overgelaten en het beeld maximaal aanwezig is. Het voordeel van de geometrische vorm ligt hierin dat het een identificeerbare vorm is, er is slechts één interpretatie mogelijk’, zei Bonies er in 1977 over. Niets concreters dan lijnen, vlakken en geometrische vormen, die zijn wat ze zijn, met als centraal gegeven het kwadraat en/of een rechthoekig vlak dat de kunstenaar laat samenvallen met heldere, primaire kleuren, die een zelfstandige betekenis hebben en nooit naar een werkelijkheid buiten het kunstwerk verwijzen; grote en kleine delen gaan erin samen en versterken elkaar. Daarmee is het werk van Bonies in strikte zin concreet. Continue Reading →

27 juli 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

Bonies 1975-1986 (7): een ondeelbaar kunstenaarschap


Ontwerp voor een driedelig schilderij, 180 x 810 cm, 1967-‘68

Voor Bonies is het kunstenaarschap ondeelbaar: een 24-uurszaak. Naast het werk op het atelier behoren daartoe kunst in opdrachtsituaties, toegepaste kunst, exposities, het documenteren van werk of het schrijven van teksten. Maar de betekenis van het kunstenaarschap zit ook in het immateriële, in adviserende en/of uitvoerende taken in aan de beeldende kunst gelieerde commissies of het kunstonderwijs. Naar eigen zeggen heeft Bonies die immer met verve uitgevoerd. Onvermoeibaar zeker, in talrijke commissies en in het vakbondswerk, als voorzitter van de BBK (1968-1972), het Actiecomité-BBK en de BBKA (1973-2000); functies die in het oog springen. Mede onder zijn leiding, trokken acties van de kunstenaars in de jaren zestig en zeventig dusdanig veel aandacht dat de politiek wakker werd geschud. Voor de grootschalige veranderingen die in het kunstbeleid zouden gaan plaatsvinden, zijn deze van eminent belang geweest. Continue Reading →

24 mei 2017
by Michiel Morel
3 Comments

Share

Hans Eijkelboom en Sedje Hémon op Documenta 14 in Athene en Kassel



Sedje Hémon, ‘Embrasse en vain’, 1963, 33 x 75 cm (lo)
Hans Eijkelboom, uit ‘Dagboek/Diary 1992-2007’ (ro)

Voor het eerst vindt de Documenta plaats op twee locaties: traditiegetrouw in Kassel, dit jaar tevens in het straatarme Griekenland, in Athene. Het hoge politieke en activistische gehalte van deze Documenta wordt meteen al zichtbaar in de catalogus, die leest als een dagboek van het verleden. Hiervoor selecteerden de deelnemende kunstenaars een datum met een gebeurtenis, waar zij persoonlijk en politiek gezien een bijzondere betekenis aan hechten. Een foto daarvan lieten de deelnemende kunstenaars bij de beschrijving van hun werk plaatsen. Hans Eijkelboom, een van de Nederlandse kunstenaars op deze Documenta, koos voor 8 juni 1968, de dag dat het lijk van de vermoorde presidentskandidaat Robert Kennedy per trein van New York naar Washington DC werd vervoerd. Fotojournalist Paul Fusco reed mee en fotografeerde de toegestroomde mensen langs het spoor, die Kennedy de laatste eer bewezen. We zien een dwarsdoorsnede van het Amerikaanse volk: arm en rijk, zwart en blank, in korte en lange broek, met ontbloot bovenlichaam, in gestreepte en egale overhemden, zoals de door Eijkelboom uitgekozen foto van Paul Fusco toont. Fusco’s beelden van de RFK Funeral Train laten de ontreddering van het Amerikaanse volk zien, en hun toewijding aan de familie Kennedy, die in de jaren zestig stond voor hoop op een betere toekomst. Voor Hans Eijkelboom een dag waarop hoop omsloeg in wanhoop. Continue Reading →