Michiel Morel

In het hoofd van…

30 augustus 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

De ordening van Bonies (8), periode 1980 – 1989


Overzicht in Museum Boymans van Beuningen met werk van Ad Dekkers, Bob Bonies, Peter Struycken en Carel Visser, 1978

Eind jaren zeventig en in de jaren tachtig hield Bonies zich vooral bezig met werk in opdracht. Daarnaast  exposeerde hij in deze periode geregeld. In 1977 in de Gemeentelijke Van Reekumgalerij in Apeldoorn, een jaar later in Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam, in 1979 tevens in het Haags Gemeentemuseum. In deze exposities zijn meerdere voorbeelden van shapes uit de periode 1966-1977 samengebracht, schilderijen samengesteld uit overzichtelijke kleurvlakken in geometrische vormen met een omliggende ruimte. De onderdelen waaruit de kunstenaar de compositie heeft gemonteerd hebben hun eigen begrenzing, ze staan niet meer op één vlak, maar vormen met elkaar zelf het beeldvlak (shaped canvas). De visuele aanwezigheid ervan is deel van een onderliggend systeem, waarin de delen die niet zijn geschilderd evenwaardig zijn aan de ruimte eromheen. Het ligt in de aard van dit werk om zonder franje iets zichtbaar te maken en toegang tot een immaterieel aspect te bieden. Bij de kijker mag geen verstoring optreden. Wat je ziet is een onderdeel van het werk, maar je ervaart het als een veel grotere constellatie: je hoeft maar een deel te zien om het schilderij zelf verder te kunnen invullen. Dat voor een deel de materialiteit in het werk ontbreekt, maakt het minimalistisch. ‘Ik mik op de autonomie van de voorstelling, waardoor er niets aan de verbeelding van de voorstelling wordt overgelaten en het beeld maximaal aanwezig is. Het voordeel van de geometrische vorm ligt hierin dat het een identificeerbare vorm is, er is slechts één interpretatie mogelijk’, zei Bonies er in 1977 over. Niets concreters dan lijnen, vlakken en geometrische vormen, die zijn wat ze zijn, met als centraal gegeven het kwadraat en/of een rechthoekig vlak dat de kunstenaar laat samenvallen met heldere, primaire kleuren, die een zelfstandige betekenis hebben en nooit naar een werkelijkheid buiten het kunstwerk verwijzen; grote en kleine delen gaan erin samen en versterken elkaar. Daarmee is het werk van Bonies in strikte zin concreet. Continue Reading →

27 juli 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

Bonies 1975-1986 (7): een ondeelbaar kunstenaarschap


Ontwerp voor een driedelig schilderij, 180 x 810 cm, 1967-‘68

Voor Bonies is het kunstenaarschap ondeelbaar: een 24-uurszaak. Naast het werk op het atelier behoren daartoe kunst in opdrachtsituaties, toegepaste kunst, exposities, het documenteren van werk of het schrijven van teksten. Maar de betekenis van het kunstenaarschap zit ook in het immateriële, in adviserende en/of uitvoerende taken in aan de beeldende kunst gelieerde commissies of het kunstonderwijs. Naar eigen zeggen heeft Bonies die immer met verve uitgevoerd. Onvermoeibaar zeker, in talrijke commissies en in het vakbondswerk, als voorzitter van de BBK (1968-1972), het Actiecomité-BBK en de BBKA (1973-2000); functies die in het oog springen. Mede onder zijn leiding, trokken acties van de kunstenaars in de jaren zestig en zeventig dusdanig veel aandacht dat de politiek wakker werd geschud. Voor de grootschalige veranderingen die in het kunstbeleid zouden gaan plaatsvinden, zijn deze van eminent belang geweest. Continue Reading →

24 mei 2017
by Michiel Morel
3 Comments

Share

Hans Eijkelboom en Sedje Hémon op Documenta 14 in Athene en Kassel



Sedje Hémon, ‘Embrasse en vain’, 1963, 33 x 75 cm (lo)
Hans Eijkelboom, uit ‘Dagboek/Diary 1992-2007’ (ro)

Voor het eerst vindt de Documenta plaats op twee locaties: traditiegetrouw in Kassel, dit jaar tevens in het straatarme Griekenland, in Athene. Het hoge politieke en activistische gehalte van deze Documenta wordt meteen al zichtbaar in de catalogus, die leest als een dagboek van het verleden. Hiervoor selecteerden de deelnemende kunstenaars een datum met een gebeurtenis, waar zij persoonlijk en politiek gezien een bijzondere betekenis aan hechten. Een foto daarvan lieten de deelnemende kunstenaars bij de beschrijving van hun werk plaatsen. Hans Eijkelboom, een van de Nederlandse kunstenaars op deze Documenta, koos voor 8 juni 1968, de dag dat het lijk van de vermoorde presidentskandidaat Robert Kennedy per trein van New York naar Washington DC werd vervoerd. Fotojournalist Paul Fusco reed mee en fotografeerde de toegestroomde mensen langs het spoor, die Kennedy de laatste eer bewezen. We zien een dwarsdoorsnede van het Amerikaanse volk: arm en rijk, zwart en blank, in korte en lange broek, met ontbloot bovenlichaam, in gestreepte en egale overhemden, zoals de door Eijkelboom uitgekozen foto van Paul Fusco toont. Fusco’s beelden van de RFK Funeral Train laten de ontreddering van het Amerikaanse volk zien, en hun toewijding aan de familie Kennedy, die in de jaren zestig stond voor hoop op een betere toekomst. Voor Hans Eijkelboom een dag waarop hoop omsloeg in wanhoop. Continue Reading →

28 april 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

Bonies periode 1968 – 1980 (6): Bauhaus en de Russische avant-garde, Dekkers en Struycken, buurtacties in Amsterdam en Sonsbeek 1971

 
 
  
Werk van Joost Baljeu met linksboven Constructie F 25, 1990 (bovenste rij)
André Volten, Moderne stad, 1965. Bezuidenhoutseweg Den Haag (linksmidden)
Carel Visser, acht gestapelde balken, 1964 (rechtsmidden)
Bonies, acryl/doek, tweedelig, 1968. Collectie kunstenaar © Heden Den Haag (linksonder)
Ad Dekkers, Verschoven kwadraten, 1965. Collectie Stedelijk Museum Schiedam (middenonder)
Peter Struycken, Wetmatige beweging van vorm en kleur, 1965. Collectie Stedelijk Museum Schiedam (rechtsonder)

Met kunstenaars als Joost Baljeu, Carel Visser en André Volten kwam al in de jaren vijftig in Nederland een herbezinning op de geometrisch-abstracte kunst op gang. Vanaf midden jaren zestig zijn Bob Bonies, Ad Dekkers en Peter Struycken belangrijke pioniers van de nieuwe, rationeel denkende generatie, die zich van een geometrisch-abstracte vormentaal bedient en wier werk zich voegt in de ideeën van Bauhaus, de Russische constructivisten en De Stijl. Continue Reading →

21 maart 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

‘Art is art. Everything else is everything else’* – Bonies (periode 1967 – 1978) (5)


Bonies in zijn atelier, 2013. (foto: Andre Smits) (l)
Z.T. 210×280 cm (tweedelig), 1978  (geel wit) (r)

Zijn sculpturen kon Bonies eind jaren zestig vooral tonen bij progressieve kunstinstellingen als galerie Walenkamp in Leiden, Kunstzaal ’t Venster in Rotterdam of bij de Haagse Internationale Galerie Orez. Onder de musea waren dat de stedelijke in Amsterdam en Schiedam. De grote, veelkleurige structures showde hij op buitenmanifestaties; in 1967 op Beeld en Route bij galerie Waalkens in Finsterwolde en in de beeldententoonstelling in het Julianapark in Schiedam. In hetzelfde jaar tevens in Beelden en Bouwen op Plan Internationaal Doorwerth. Bonies bevond zich daar in goed gezelschap van andere jonge avant-gardekunstenaars als Marinus Boezem, Ger van Elk, Franck Gribling, Kamph, Jan van Munster, Gust Romijn en Peter Struycken. Op deze bouw- en woonexpositie moesten zij met nieuwe materialen werken en kleur gebruiken. Bonies, Gribling en Struycken onderscheidden zich door de hun toebedachte ruimte lineair te verdelen, die met banen te doorsnijden en daarin vormen te bouwen, gelijk architecten ‘een spel met licht en ruimte’ construeren. Bonies plaatste er structures, die opengeslagen kubussen veronderstelden. Hij sprak zich toen al uit over de mogelijkheden om zijn werk meer op industriële basis te laten uitvoeren. Deze structures boden daar mogelijkheden toe, ze bestonden uit goedkope Bruynzeel multiplexplaten, verf en standaardconstructie-elementen. Later maakte hij er multipels van, die echter geen succes bleken. In al hun eenvoud gaven de ‘structures’ van Bonies blijk van veel zeggingskracht, zoals de afbeelding laat zien. Continue Reading →