Michiel Morel

In het hoofd van…

21 februari 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

Bonies: vakbondsleider in verzet (periode 1969-1975) (4-1)


Squares van Hans van Manen en Bonies, 1969

Squares

Een bijzondere samenwerking had Bonies in 1969 met de choreograaf Hans van Manen, met hem werkte hij samen aan het ballet Squares. Zij kenden elkaar vanuit het netwerk rond Bonies’ vaste galerie van Riekje Swart. De choreograaf placht haar exposities te bezoeken, had een uitgesproken voorkeur voor constructivistische tendensen en had al werk van Bonies aangekocht. In zijn bewegingssculptuur voelde Van Manen zich sterk aangetrokken door het strakke metrum in Bonies’ werk en zijn herhalende thematiek. Voor Squares ontwierp Bonies een environment: een witte vloer met daarop een zwart vlonder van twee zwarte rechthoeken van 30 centimeter hoog, die samen een kwadraat vormden, tegen een wit achterdoek en zwarte schotten aan de zijkant. Voor Van Manen vormde dit vierkante dansoppervlak de basis voor de choreografie; de dansers konden zich erop, ernaast of ertegen bewegen. De twee te bewegen zwarte rechthoekige vlakken werden omhooggetrokken, waarna eerst twee schuine helften te zien waren en uiteindelijk een zwart silhouet, een verticaal vlak tegen de witte achtergrond. Vervolgens daalde een lichtsculptuur, een vierkant neonraam naar beneden, een open lijst van 6 bij 6 meter, met wit en ultraviolet licht, dat op borsthoogte bleef hangen. De tien dansers kregen zo met een open lijst te maken, in plaats van met een massief zwart vlak. Hun kostuums waren geheel wit, zodat je hen bij het aanlichtende ultraviolette licht langzaam zag oplossen. Op het moment dat de zwarte vlonder geheel verdwenen was, werkte Bonies alleen nog met behulp van schijnwerpers met primaire kleuren. In dit tijdsbestek speelde muziek van Satie, Gymnopédien 1, 2 en 3 voor piano. Al met al een indrukwekkend spel van licht, ruimte en kleur en sobere bewegingen. Als constructivist ging het Bonies om het ding als zelfstandig object, en niet als illustratie van het ballet: ‘Van Manen begrijpt dat ik niet wil werken aan een verhalend ballet, omdat ik in mijn eigen werk ook heel bewust het literaire element uitsluit’. Bonies volgde met zijn vormen min of meer het gedragspatroon van de dansers of stelde er een beweging in de ruimte tegenover. Voor Van Manen betekende dit een ingrijpen in zijn eigen gebied, de choreograaf werd op deze manier gedwongen tot samenwerking met de decorman. Die samenwerking verliep parallel, niets van de een tastte de autonomie van de ander aan. Squares beleefde zijn première op 24 juni 1969 in het Théatre de la Ville de Paris, een maand later volgde de Nederlandse. Nog steeds wordt Squares als een klassieker van de Nederlandse dans gezien, een ‘mijlpaal’ en toonbeeld van hedendaagse abstractie. Bij het 25-jarig bestaan van het Nederlands Dans Theater in 1984 liet Van Manen Squares opnieuw instuderen, en als hommage aan hem is dit lichtspel in 2016 wederom uitgevoerd. Met dit type klassiek ballet heeft Bonies zich verder nooit meer beziggehouden, wel heeft hij altijd grote betrokkenheid bij de wereld van de dans gehad, zeker onder invloed van zijn huidige partner Naomi Duveen, die hij in 1982 leerde kennen en moderne dans studeerde aan de Theaterschool. Bij openingen van tentoonstellingen van Bonies, al of niet met geestverwanten, voert zij nog steeds dansen uit, onder andere op muziek van Simeon ten Holt.

 
Squares van Hans van Manen en Bonies, 1969 (l)
Publiciteitsfolder galerie Swart, Bonies en Staakman, 1966 (r)
Continue Reading →

31 januari 2017
by Michiel Morel
0 comments

Share

Bonies: Ordening van vorm en kleur (periode  1964 – 1968) (3)

 

Tijdens zijn verblijf in de VS en Canada maakte Bonies nader kennis met het werk van representatieve Hard-edge kunstenaars als Kenneth Noland, Frank Stella en Elsworth Kelly. Het zette hem op het spoor van grote, door scherpe randen gescheiden, ongemengde kleurvlakken. De term Hard-edge was eind jaren vijftig door de Amerikaanse criticus Jules Langsner geïntroduceerd, om er een hard omlijnde, streng geometrische schilderkunst mee aan te duiden. Het werk van deze Amerikanen verwijst naar niets anders dan naar zichzelf, een symbolische betekenis kun je er niet aan ontlenen. Bonies’ kennismaking met dit werk en überhaupt zijn verblijf in Noord-Amerika lijkt een proces in gang te hebben gezet, waarin zijn werk zich versneld ontwikkelde.

Hij naderde rap het stadium waarin hij de essentie in zijn werk zou terugbrengen tot het gebruik van louter geometrische figuren. En even belangrijk, hij zou zich gaan beperken tot de standaardkleuren rood, wit, geel, blauw en groen. Niet dat deze periode een complete verandering in zijn werk markeert, het is een geleidelijke en vrij logische ontwikkeling op het schilderwerk en de plastieken die hij eerder maakte. Aldus werd de strikte ordening van vorm en kleur vanaf eind 1963 het uitgangspunt voor zijn werk, dat net als bij de Hard-edgekunstenaars naar niets anders dan naar zichzelf verwijst. Continue Reading →

21 december 2016
by Michiel Morel
2 Comments

Share

Bonies: van industrieel ontwerpen naar vrij kunstenaar (periode 1960 – 1963) (2)


Gouache, 1961 (49×68,5), collectie Haags Gemeentemuseum

Welke richting hij in de kunst wilde inslaan, wist Bonies nog niet, toen hij begin 1960 uit Zweden terugkeerde. Als speciell elev had hij zijn studie aan de Högre Konstindustriëlla Skolan met goed gevolg afgerond. In Zweden bestaat sinds jaar en dag een levendige traditie in ‘hemslöjd’, waarbij artikelen met de hand, veelal aan huis worden vervaardigd. Bij menige Zweed is thuis een weefgetouw te vinden. Door de jaren heen zijn typisch Scandinavische producten als glas, keramiek, meubelen en kleden op grote schaal en volgens de nieuwste moderne ontwikkelingen, industrieel geproduceerd. Binnen deze traditie is Bonies in Zweden geschoold in het industrieel ontwerpen, met name in het materiaalgebruik, de verwerking, en toepassingsmethoden. Hij heeft er nooit enige twijfel over laten bestaan dat zijn opleiding aan de Högre Konstindustriëlla Skolan van grote betekenis is geweest. Bonies’ keuze om industrieel vormgever te worden, waar hij een bestaan in zou kunnen vinden, lag enigszins voor de hand. Bovendien was hij van vele markten thuis, niet alleen als schilder, tekenaar en beeldhouwer, ook had hij ervaring opgedaan met kunstopdrachten. Maar het succes van zijn afscheidstentoonstelling bij galerie Observatorium, waar al zijn werk door een verzamelaar werd gekocht, bezorgde hem ook een stimulans om zich als vrij kunstenaar te vestigen. In een interview in een Zweedse krant had hij zich laten ontvallen, dat hij plannen had om naar de Verenigde Staten te emigreren, waar hij zich zou kunnen verdiepen in de omgang met nieuwe materialen, zoals aluminium, polyester en fiberglas. Aldus bleef zijn toekomst nog wat onbeslist. In ieder geval zullen zijn ouders blij zijn geweest hun zoon weer in de buurt te hebben, immers zijn plotselinge en nooit aangekondigde tocht naar Zweden, een aantal jaren eerder, had toch voor een kleine revolutie in huize Nieuwenhuis gezorgd. Continue Reading →

30 november 2016
by Michiel Morel
4 Comments

Share

Bob Nieuwenhuis, alias Bonies (periode 1937 – 1960)

03

Een werkbijdrage van het Mondriaanfonds stelt mij in staat het komende jaar onderzoek te doen naar het leven, de kunst en de adviserende, bestuurlijke en politieke activiteiten van de Haagse beeldend kunstenaar Bob Bonies (1937). Als motivatie voor het onderzoek dient een overzicht en analyse van de aard en inhoud van zijn werk, de artistieke uitgangspunten van de kunstenaar en niet in het minst zijn kunstpolitieke activiteiten. Bonies is het meest bekend om zijn constructivistische werk, waarmee hij zich een vooraanstaande plaats in de beeldende kunst heeft verworven, net als de kunstenaars Ad Dekkers (1938 ­– 1974) en Peter Struycken (1939). Begiftigd met een rabiaat redenaarstalent en een onstuimige pen was hij tevens prominent aanwezig in de politieke kunstwereld. In de turbulente jaren zestig was hij voorzitter van de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK). In 1972 richtte hij samen met Frans van Bommel de Bond van Beeldende Kunstenaars Arbeiders (BBKA) op, die gestoeld was op marxistische opvattingen teneinde een socialistische maatschappij te vestigen. Meer dan eens voerde hij voor de erkenning van het kunstenaarschap een grimmige en niet zelden onverkwikkelijke strijd uit met ambtenaren en vertegenwoordigers van kunstinstellingen. Bonies was voorts intensief betrokken bij kunstopdrachten en bij de vormgeving van monumentale kunst in de openbare ruimte, op scholen en in bedrijven. En hij was toegewijd aan het kunstonderwijs, onder andere als directeur van de inmiddels opgeheven Vrije Academie. De komende maanden zal ik op mijn website verslag doen van het onderzoek en de voortgang ervan. Continue Reading →

15 september 2016
by Michiel Morel
1 Comment

Share

Het raadsel van Torrentius

1. Torrentius, Stilleven met breidel
Torrentius, Stilleven met breidel, collectie Rijksmuseum

Kunstenaar Jan Andriesse en filmer Maarten de Kroon wakkerden mijn nieuwsgierigheid aan naar Johannes Symoonisz van der Beeck (1589 – 1644), beter bekend als Torrentius. Hun korte gefilmde zoomout over deze zeventiende-eeuwse schilder – wellicht de beste stilleven-schilder van zijn tijd – zag ik voor het eerst in 2013. En passant kondigde De Kroon een jaar later in de NRC aan dat er van Torrentius een documentaire in de maak is. Van deze niet-alledaagse, excentrieke Torrentius zijn tot nu tot nu toe slechts twee werken bekend. Een gesigneerd aquarelletje uit 1615, voorzien van een handgeschreven gedicht, in collectie van de Koninklijke Bibliotheek, en het schilderij Stilleven met breidel in bezit van het Rijksmuseum, een emblematisch stilleven op een rond paneel met een doorsnee van iets meer dan 50 cm, dat als een lofzang op de matigheid wordt uitgelegd. Om het te bekijken toog ik bij de heropening naar het Rijksmuseum, waar het om de hoek bij Rembrandts Nachtwacht hangt. Ik ontdekte het niet onmiddellijk, bij nadere inspectie bleek het als enig kunstwerk in zaal 2.6 hoog te zijn opgehangen. Nota bene bij een aantal landschappen en pal boven het schilderij IJsvermaak bij een stad van de doofstomme Hendrick Avercamp uit circa 1620. God mag weten waarom Stilleven met breidel zo ondergewaardeerd gepresenteerd wordt. Wellicht omdat het van onderaf bekeken moet worden? Of als contrast met of tegenhanger van de uitbundige ijspret van Avercamp? Continue Reading →